ISBN

'De mythe en de boeken hebben mij op weg geholpen, nu ik zijn werk weer eens heb herlezen ben ik verwonderd dat het zo sprankelend is gebleven, ik mag hopen dat dit boek veel lezers zal vinden.' Dat schrijft Monika van Paemel in haar voorwoord bij Cyriel Buysse, het tweede...

Het vliegend hert is een verhalenbundel van de schrijfster Snezana Bukal (1957), die vier jaar geleden haar woonplaats Belgrado verruilde voor Amsterdam. Zij vertelt over haar kindertijd in het voormalige Joegoslavië, over haar familie en vooral haar moeder, die haar tot het schrijven inspireerde (De Bezige Bij; vertaald door Reina Dokter; ¿ 27,50).

De Duitse jurist Bernhard Schlink, die tot nu toe alleen bekend was als schrijver van misdaadromans, vertelt in De voorlezer over de liefde van een 15-jarige jongen en een vrouw van midden dertig. Als student in de rechten ziet de jongeman zijn geliefde jaren later voor de rechtbank terug. Zij blijkt een misdaad te hebben begaan. Met wat zij gedaan heeft dient het verleden zich aan en raken de amoureuze gebeurtenissen verstrengeld met de Duitse geschiedenis (Ambo; vertaald door Gerda Meijerink; ¿ 29,90).

Een veelbelovende skivakantie wordt voor de 8-jarige Nicolas een nachtmerrie in de roman De sneeuwklas van de Franse auteur Emmanuel Carrère (1958). Carrère schreef eerder zeven romans en verhalenbundels. Dit boek werd in 1995 bekroond met de Prix Femina.

Louis Krüger, geboren in 1955 in Zuid-Afrika, is sinds 1984 in Nederland schipperspredikant. Hij schreef, na twee jeugdboeken en de roman Gevaarlijk land (1991), een nieuw boek, Herinnering aan Agnes, waarin hij een liefdesgeschiedenis plaatst tegen de achtergrond van het snel veranderende Zuid-Afrika (De Prom, ¿ 29,90).

Gustav Meyrink is de schrijver van twee fascinerende boeken: Der Golem (1915) over het Praagse getto in de tijd van Franz Kafka en Das grüne Gesicht (1916), dat zich afspeelt in de Amsterdamse jodenbuurt. Andreas Burnier en Marianne Wünsch schrijven over hem in een zonnig uitgegeven boekwerkje van De Appelbloesem Pers (¿ 24,90).

Yaüar Kemal (1923) wordt wel 'de zanger en kroniekschrijver' van zijn land Turkije genoemd. In zijn roman Ook de vogels zijn verdwenen vertelt hij over Istanbul, waar drie jongens zangvogels proberen te verkopen (De Geus; vertaald door Wim van den Munkhof; ¿ 32,90).

In Gouden jongens schrijft Vincent Hunink over 'homo-erotiek in Griekse en Romeinse teksten' (Umbra; ¿ 25,-); Arie Pos maakte een bloemlezing uit de gedichten van de Braziliaan Joao Cabral de Melo Neto (Gedichten; De Prom; ¿ 14,95); bij de kleine uitgever Herik in Landgraaf verschenen twee bundeltjes (beide ¿ 25,90) in de Zwarte Reeks: Gedichten in melk geschreven van Benno Barnard (met tekeningen van Jan Vanriet) en Kruim van Eva Gerlach (met prenten van Co Westerik); De Prom publiceert van de priester en dichter Huub Oosterhuis (1933), oprichter van 'het centrum voor religieuze cultuur' De Rode Hoed in Amsterdam, Weg en omweg, dat zijn vrije religieuze poëzie uit de jaren 1950-1995 omvat (¿ 34,90).

De vierde druk van Eindstation Pakan Baroe 1943-1945 - Dodenspoorweg door het oerwoud (Buijten & Schipperheijn; ¿ 49,50) is herzien en aanzienlijk uitgebreid, schijft Henk Hovinga in zijn 'Woord vooraf'. Hij heeft nader onderzoek verricht naar het lot van de romusha's, de Javaanse dwangarbeiders die door de Japanse bezetters naar Sumatra werden gedeporteerd om daar naast Nederlandse en Britse krijgsgevangen te werken aan de spoorlijn van Moeara naar Pakan Baroe. Bij de aanleg 'moeten ongeveer tachtigduizend Javaanse romusha's onder de meest ellendige omstandigheden zijn omgekomen'. Bij het boek zit een cd met getuigenissen van overlevenden.

Meer over