Analyse

Is Nederland politiek rechtsaf geslagen?

Nog nooit behaalde populistisch-rechts zoveel Kamerzetels. Dat betekent niet dat het gehele rechts-conservatieve blok, inclusief partijen als VVD en CDA, veel groter is geworden. De verhouding tussen kiezers die rechts-conservatief of juist links-progressief stemmen is al decennia min of meer constant.

De PVV van Geert Wilders moet drie zetels in de Tweede Kamer inleveren.   Beeld ANP
De PVV van Geert Wilders moet drie zetels in de Tweede Kamer inleveren.Beeld ANP

Voor sommigen was de voorlopige verkiezingsuitslag reden om de alarmbel te luiden. ‘Een immens extreemrechts blok in de Kamer’, en ‘Het is doodeng’, ging er rond op Twitter. De Süddeutsche Zeitung merkte zelfs bezorgd op dat het Nederlandse parlement inmiddels voor bijna eenvijfde bestaat uit ‘radicaal-rechtse, extreem-nationalistische’ partijen, mede dankzij de wederopstanding van Thierry Baudet en JA21, een afsplitsing van Forum voor Democratie. Samen haalden de PVV (17), FvD (8) en JA 21 (3) maar liefst 28 zetels.

Daarmee doet populistisch-rechts het deze verkiezingen inderdaad beter dan ooit. Ten opzichte van de vorige Kamerverkiezingen kreeg het er zeven zetels bij. Het blok haalt zelfs één zetel meer dan in het topjaar 2002, toen de Lijst Pim Fortuyn (LPF) en Leefbaar Nederland samen 28 zetels behaalden. Er is dus zeker sprake van groei.

Stabiel rechts-conservatief blok

Betekent dat ook dat het rechts-conservatieve blok als geheel groter is geworden? Dat valt wel mee. Wie de VVD en ook andere rechts-conservatieve partijen meerekent, telt maar iets meer zetels dan voorheen. Vier jaar geleden haalden VVD, PVV, CDA, 50Plus, SGP, ChristenUnie en FvD samen 86 zetels. Dit jaar komt dat blok uit op 89 zetels, inclusief nieuwkomers JA21 en de Boer Burger Beweging (BBB).

De omvang van het rechts-conservatieve blok is al tientallen jaren min of meer gelijk, blijkt uit cijfers van het Parlementair Documentatie Centrum. Sinds de Tweede Wereldoorlog werd er dertig keer een nieuwe Tweede Kamer gekozen. In vrijwel alle gevallen had het rechts-conservatieve blok iets meer dan de helft van de zetels in handen. ‘Nederland heeft nooit een linkse meerderheid gehad’, zegt Carla van Baalen, hoogleraar parlementaire geschiedenis verbonden aan de Radboud Universiteit. Rechts of midden-rechts was altijd in de meerderheid. Alleen in 1998 was de verhouding even fiftyfifty.’

null Beeld

Ook in die roemruchte linkse jaren zeventig was dat zo. Het hippietijdperk dat in ons collectieve geheugen is opgeslagen als uiterst links, was qua Kamerverdeling net zo rechts-conservatief als altijd. Tijdens het kabinet-Den Uyl (1973-1977) bijvoorbeeld, waren er gewoon 79 Kamerzetels (53 procent) in handen van de rechts-conservatieven. ‘Den Uyl durfde het aan om zijn kabinet rood met een witte rand te noemen’, zegt Van Baalen, waarmee hij bedoelde; een links kabinet met slechts een klein beetje conservatisme eromheen. ‘In de praktijk had hij tien ministers van linkse huize en zes van rechtse huize.’

Partijwissel

Zo bezien is ook het grote zetelverlies of de gelijke stand bij GroenLinks, SP en PvdA relatief. Het links-progressieve blok had vier jaar geleden nog 64 zetels en komt ditmaal uit op 61 zetels. De winst van D66 maakt dat het links-progressieve blok nog altijd stevig is.

Het beeld is dan ook niet dat Nederlandse kiezers een grote ruk naar rechts of naar links maken, maar eerder dat ze van partij wisselen binnen hun flank. Kiezers die de PVV de rug hebben toegekeerd, zijn vermoedelijk overgestapt naar FvD en JA21. En kiezers die zijn afgehaakt bij GroenLinks, hebben vaak hun heil gezocht bij D66. ‘Kiezers maakten vooral een beweging binnen links en rechts’, concludeert ook opiniepeiler Jeroen Kester van EenVandaag.

Is er dan helemaal geen verrechtsing gaande? Binnen het rechts-conservatieve blok is wel degelijk een verschuiving naar rechts zichtbaar en binnen het links-progressieve blok gebeurt dat ook. Er zijn bijvoorbeeld veel kiezers van PvdA, GroenLinks en SP verschoven naar D66 en Volt. Maar D66 en Volt zijn in sommige opzichten veel rechtser dan die andere drie partijen. Als Kaag over het bedrijfsleven spreekt, horen sommige linkse stemmers gewoon een onversneden VVD-geluid. PvdA-leider Ploumen beschouwt D66 niet eens als linkse partij, onder meer vanwege de standpunten over huurprijzen en belastingen voor multinationals.

Toch valt D66 wel degelijk in te delen bij het links-progressieve blok, vindt hoogleraar Van Baalen. ‘Kaag noemde het klimaat direct in haar overwinningstoespraak en ook qua veestapel en dierenwelzijn is D66 veel meer links dan rechts’, zegt Van Baalen. ‘Voor veel linkse kiezers zal de stap naar D66 niet groot zijn geweest, omdat ze in die partij een flink links geluid horen.’

De verrechtsing hoeft geen reden tot paniek te zijn bij linkse stemmers, denkt Van Baalen. ‘In de geschiedenis zie je wel vaker dat linkse thema’s gewoon worden overgenomen door rechtsere partijen. Een onderwerp als het klimaat staat inmiddels als vanzelfsprekend op de agenda. Ook bij de VVD. Rutte is ook teruggekomen van zijn idee dat alsmaar privatiseren goed is en dat de overheid alleen maar klein moet zijn. De overheid moet stevig zijn, zegt hij nu.’

Meer over