Analyseargumenten van corona-sceptici

Is het virus eigenlijk al weg? (En andere dwarse ideeën over corona langs de wetenschappelijke meetlat)

Demonstratie tegen de lockdownmaatregelen voor het NOS-gebouw in Hilversum.Beeld Joris Van Gennip

En dan is er, met alles wat nog onbekend is over het coronavirus, de mogelijkheid dat we het virus helemaal verkeerd hebben begrepen. Dat covid-19 alweer voorbij is, of misschien zelfs nooit zo erg was. Een omstreden idee, dat ook in Nederland rondzingt in kringen van dwarsdenkers en demonstranten. Zou er een kern van waarheid in zitten?

Het is een gedachte die is gestold in de tegencultuur van mensen die ageren tegen de coronamaatregelen, en rondgaat op weblogs, in YouTubefilmpjes en Facebookberichten. Een tweede golf? ‘Geen sprake van’, stelt vaccinscepticus en publicist J.B. Handley op een website voor mensen ‘die verbannen zijn van de commentaarsectie van The Guardian’. Maar het virus kan toch terugkomen? Welnee. ‘We zijn eigenlijk al klaar met het virus.’ Zelfs de lockdowns waren overbodig, houden sommigen vol: zonder maatregelen was de epidemie ook wel uitgedoofd.

Zou het? We houden vijf van de belangrijkste argumenten tegen het licht.

1. Het virus is al weg

Meteen maar de meest intrigerende bewering. Virus, welk virus? Misschien is het coronavirus al verdwenen en zijn de ongeveer honderd Nederlanders die per dag positief testen wel ‘foutpositieven’, foutmeldingen van de test. Ruis dus eigenlijk. ‘Het RIVM kan eenvoudigweg niet bewijzen dat het covid-19-virus zich überhaupt nog in Nederland bevindt’, stelt actiegroep Viruswaanzin in haar dagvaarding van de staat.

Volledig uit de lucht gegrepen is de gedachte niet, erkennen experts desgevraagd. ‘Tests zijn nooit 100 procent specifiek. En als je maar heel veel test, gaat ook een heel klein percentage foutpositieve uitslagen een steeds groter aandeel innemen’, zegt RIVM-viroloog Chantal Reusken.

Alleen is dat ‘een theoretische exercitie die in de praktijk niet aan de orde is’, benadrukt ze. In ons land lieten zich vorige week ruim 81 duizend mensen testen; 1 procent bleek positief. ‘Dat zijn aantallen die je niet kunt verklaren met valspositieven’, zegt internist-infectioloog Kees Brinkman van het OLVG in Amsterdam. Bovendien hebben de meeste mensen die zich laten testen al symptomen: dat zorgt voor selectie vooraf.

De specificiteit van de tests die in Nederland worden gebruikt ‘zit tegen de 100 procent’, zegt Bram Diederen, arts-microbioloog en directeur van testlaboratorium Microvida. ‘Sommige tests zijn meteen knetterpositief, geen twijfel mogelijk. En soms is het wat onduidelijker: dan bepalen we nog een ander gen, met andere apparatuur, om een eventuele foutpositief testresultaat te voorkomen.’ Een heel enkel keertje geeft ook dat geen uitsluitsel: ‘Dan vragen we nieuw materiaal van de patiënt.’

Want de testuitslag is niet zoiets als een lampje dat wel of niet gaat branden, maar een grafiek met een bepaalde vorm. ‘Het systeem zit heel solide in elkaar. Je ziet heus wel of je ergens in een hoek zit te meten, of dat wat je afgeeft echt positief is’, zegt ook Reusken.

Brinkman is zelfs enigszins verontwaardigd over de suggestie dat alle ziektegevallen zouden zijn te herleiden tot ruis in de apparatuur. ‘Wat een waanzin. Natuurlijk is er een grens waar de betrouwbaarheidsmarges wat vager worden. Maar aan die grens zitten we nog lang niet.’

2. We hebben al haast groepsimmuniteit bereikt

Groepsimmuniteit, kent u haar nog? Het is het punt waarop zoveel mensen het virus hebben gehad dat de uitbraak vanzelf dooft. Daartoe moet zo’n 65 procent van de bevolking immuniteit hebben opgebouwd, heette het nog toen premier Rutte het begrip in een televisietoespraak in maart uiteenzette.

Maar wie weet staat deze golfbreker tegen het virus wel veel dichterbij dan we denken. ‘De drempel voor groepsimmuniteit wordt al bereikt als 10 tot 20 procent van de individuen immuun zijn’, aldus Gabriela Gomes van de Universiteit van Strathclyde in een overigens nog voorlopig onderzoek. Dat klinkt hoopvol. In sommige gebieden in Limburg en Brabant heeft naar schatting immers al zo’n 10 procent antistoffen tegen het virus. Is het virus daar uitgewoed?

Dat is precies zoals de tegenbeweging het ziet. ‘Het enige dat onze lockdowns hebben gedaan is dat ze het leed nog een beetje hebben verlengd’, stelt Handley in zijn essay. ‘Hoe lager de groepsimmuniteitsdrempel, des te sneller het virus opbrandt, wat precies is wat het virus overal doet.’

Het idee achter Gomes’ berekening klopt, vertelt infectieziektemodelleur Luc Coffeng (Erasmus MC). De groepsimmuniteit die Rutte noemde, van 65 procent, gaat er namelijk van uit dat iedereen evenveel kans heeft om het virus te krijgen. In werkelijkheid is dat niet zo, alleen al omdat de een meer thuiszit en de ander meer bevattelijk is voor virussen. Coffeng zegt het beeldend: ‘De aanmaakblokjes van het kampvuur branden het eerste weg. Als die op zijn en het vuur gaat niet branden, is de uitbraak ruim vóór die 65 procent al gedoofd.’

Maar dat is de theorie. In werkelijkheid liggen de ‘aanmaakblokjes’ uit Coffengs vergelijking niet netjes bij elkaar, maar zitten ze verspreid in de samenleving. Een studie in wetenschapsblad Science komt daarom uit op een veel hogere groepsimmuniteit: pas als ruim 40 procent het virus heeft gehad, mag je hopen dat de uitbraak luwt.

En het percentage is geen absolute grens. Zo heeft in de zwaar getroffen New Yorkse wijk Queens liefst 68 procent antistoffen tegen het virus, en in de Italiaanse stad Bergamo 57 procent. ‘Er is een overshoot, voorbij de drempel voor  groepsimmuniteit’, zegt hoogleraar infectieziektemodellering Sake de Vlas (Erasmus MC).

Bovendien zijn er aanwijzingen dat de golfbreker zélf afbrokkelt. Bij de meeste mensen beginnen de antistoffen tegen het virus na enkele weken alweer te verdwijnen, bleek vorige week uit Brits onderzoek. Dergelijke mensen worden de volgende keer als ze het virus krijgen misschien minder ernstig ziek, denkt Huub Savelkoul, hoogleraar immunologie in Wageningen. ‘Maar de grote vraag is: kunnen ze het virus dan toch weer doorgeven aan anderen?’

Dat zou betekenen dat er alsnog een uitbraak kan ontstaan, misschien wel elk seizoen opnieuw. ‘Niemand die dit weet’, zegt Savelkoul. ‘Maar het geeft wel aan dat je je op die groepsimmuniteit niet blind moet staren.’

3. De meeste mensen waren al beschermd tegen het virus

‘Hier is nog iets dat de pers niet vertelt’, schrijft Handley. ‘Wetenschappers hebben bewijs dat tot wel 81 procent van de bevolking een sterke reactie op covid-19 vertoont, zonder er ooit aan te zijn blootgesteld. Velen van ons waren altijd al immuun.’

Het ‘bewijs’ waarnaar Handley verwijst, betreft een Duits onderzoek naar zogeheten T-cellen, afweercellen die gespecialiseerd zijn in het verdrijven van ziektekiemen. T-cellen zijn een nogal onderbelicht stuk van de puzzel, omdat ze moeilijk te bestuderen zijn. Veel mensen hebben in hun bloed T-cellen die al staan ‘afgestemd’ op onschuldige verkoudheidscoronavirussen. Zouden die ook het nieuwe coronavirus kunnen verdrijven?

Wie weet. In Rotterdam testte een team onder leiding van Rory de Vries het bloed van tien donoren, afgenomen vóór de coronacrisis. Twee van hen hadden inderdaad T-cellen die bleken te reageren op het nieuwe coronavirus, ontdekte De Vries.

Alleen betekent dat nog niet dat zulke ‘corona-T-cellen’ ook echt beschermen tegen het virus, benadrukt De Vries. ‘Het enige wat zulke percentages betekenen, is dat het immuunsysteem op de een of andere manier reageert op dit coronavirus. Dat is nog niet hetzelfde als immuniteit.’

Zo kunnen de kruisreagerende T-cellen zelfs averechts werken. ‘Ze herkennen het nieuwe virus dan niet helemaal lekker, en gaan overreageren’, schetst De Vries die gedachte. Met, in het ergste geval, een slopende immuunreactie die de ziekte juist verergert.

Bent u daar nog? Het wordt nog wat ingewikkelder. In een ander, recent onderzoek, van het Karolinska Instituut in Zweden, kwam aan het licht dat sommige ex-patiënten na covid niet de antistoffen hebben, maar wél gespecialiseerde T-cellen tegen het coronavirus.

‘Ruwweg twee keer zoveel mensen hebben immuniteit ontwikkeld dan de antistoftests aantonen’, maakt hoofdonderzoeker Marcus Buggert daaruit op. In Stockholm zou, met de T-cellen meegerekend, inmiddels zelfs zo’n 40 procent enige immuniteit hebben tegen het virus, aldus Karin Tegmark Wisell van het Zweedse RIVM afgelopen vrijdag op de Zweedse publieke omroep.

Spannend, maar De Vries houdt een slag om de arm. Zo gebruikten de Zweden technieken die de hoeveelheid antistoffen én het type T-cel misschien niet precies genoeg meten. ‘Ik denk dat we voorzichtig moeten zijn’, zegt hij.

Anderzijds: wie weet hebben we geluk en doen de T-cellen toch meer dan verwacht. ‘We weten het gewoon niet’, zegt immunoloog Virgil Schijns van biotechbedrijf ERC. ‘Veel mensen denken: het is meteen einde verhaal als ik in aanraking kom met het virus. Maar je hebt ook nog een immuunsysteem dat in staat is iets te doen.’

4. Lockdowns hebben niet geholpen

Zeker anderhalf miljoen keer werd de zelfgemaakte ‘minidocumentaire’ op YouTube al bekeken. Een Duitse psychologiestudent, Sebastian Götz, zet daarin uiteen dat de heftige coronamaatregelen voor niets waren.

Kijk maar naar Duitsland: op 20 maart begon daar de lockdown, maar het ‘reproductiegetal’ R van het virus was toen al gedaald tot onder de kritische grens van 1. ‘Glashelder, zwart op wit bewijs dat de lockdown aan de verspreiding van het virus niets heeft veranderd’, aldus Götz. Of neem Zweden: geen lockdown, en toch slonk de epidemie.

Maar wat Götz onvermeld laat is dat de officiële lockdown in Duitsland sluitstuk was van een hele reeks maatregelen in de deelstaten, zoals horeca- en schoolsluitingen, een verbod op grote bijeenkomsten, en oproepen om thuis te werken. Ook Zweden nam wel degelijk allerlei beperkende maatregelen. Bovendien is de sterfte er hoger dan in omliggende landen.

Onafhankelijke onderzoeken komen dan ook tot andere conclusies. Zo blijkt uit een grote, nog lopende Britse volgstudie van elf EU-landen dat lockdowns het R-getal veel meer hebben verlaagd dan zaken zoals het schrappen van grote evenementen. En een evaluatie van China, Zuid-Korea, Italië, Iran, Frankrijk en de VS, vorige maand in Nature, kwam tot de slotsom dat de coronamaatregelen in maart daar al ruwweg 530 miljoen besmettingen hadden voorkomen.

Uiteindelijk, denkt hoogleraar theoretische epidemiologie Hans Heesterbeek (Universiteit Utrecht), is het nog te vroeg voor harde conclusies. ‘Dat we de maatregelen zorgvuldig moeten evalueren, is overduidelijk. Maar gewoon selectief wat vergelijken, heeft geen wetenschappelijke waarde. Er spelen zoveel factoren mee dat het gevaarlijk is om dit soort vergelijkingen zomaar te maken.’

5. Het virus is echt niet dodelijker dan een griepje

Hoeveel procent van alle geïnfecteerden precies overlijden aan corona, is nog altijd in onderzoek, omdat niet precies duidelijk is hoeveel mensen het virus oplopen zonder dat ze er ziek van worden. De meeste berekeningen komen uit op een sterfte tussen de 0,5 en de 1 procent, en een recente analyse van de gegevens uit 25 landen houdt het op een sterfte van rond de 0,7 procent – een getal dat ook de WHO aanhoudt.

En de seizoensgriep? Die heeft een sterfte van rond de 0,1 procent. Dat betekent dat covid-19 vijf tot tien keer dodelijker is dan de griep, maar toch ook weer niet zo gek veel dodelijker – een argument dat gretig van stal wordt gehaald door tegenstanders van knellende coronamaatregelen.

Daarbij komt dat de sterfte door covid-19 extreem scheef is verdeeld: 0,1 procent van de besmette mensen onder de zestig overlijdt eraan, tegenover 3,28 procent van de 60-plussers. Dat betekent nogal wat, zegt Pierre Capel, emeritus hoogleraar immunologie en, zo benadrukt hij, ‘absoluut geen complotdenker’. ‘In ons land zijn er uiteindelijk maar 348 mensen in de werkzame leeftijd overleden. Als je het zo beziet, is de economische schade die we hebben aangericht een groot offer.’

Alleen was de sterfte zonder lockdown veel hoger geweest. Volgens een recente analyse van Imperial College Londen hebben de maatregelen in West-Europa alleen al zo’n 3,1 miljoen sterfgevallen voorkomen. Losjes omgerekend zitten daarbij ook zo’n 175 duizend dertigers, veertigers en vijftigers – een gemeente zo groot als Nijmegen, die dankzij de coronamaatregelen een verstikkingsdood bespaard is gebleven.

En sterfte is één ding. ‘We hebben de ware omvang van de gezondheidsschade die deze ziekte toebrengt nog niet in beeld’, zegt hoogleraar virologie Marion Koopmans (Erasmus MC). Zo kan covid blijvende longschade geven, duurt het soms zeer lang voordat patiënten weer zijn hersteld, gaat de ziekte geregeld gepaard met ernstige stollingsproblemen zoals hersenbloedingen en hartinfarcten en hebben herstelde patiënten vaak langdurige vermoeidheidsklachten.

‘Ik denk dat al die zaken bij elkaar een ziektelast gaan geven die behoorlijk optelt boven op die sterfte’, zegt Koopmans. ‘We hebben het met Q-koorts ook gezien: na verloop van tijd komt de chronische schade, achter de ziektepiek aan.’

Lees ook

Bijna duizend positieve geteste personen meldde het RIVM in één week, bijna het dubbele van vorige week. De dagelijkse besmettingscijfers zijn weer net zo hoog als ze half maart waren, maar toen werd nog bijna niemand getest. Is dit het begin van een tweede golf?

Een combinatie van een ontstekingsremmer en een reumamiddel kan bij de allerziekste covid-19-patiënten de sterfte met ruim 60 procent verminderen. Nederlands onderzoek, dat dinsdag werd gepubliceerd, geeft hiervoor aanwijzingen. Het is een van de spectaculairste resultaten die tot nu toe zijn geboekt tegen het coronavirus. 

Wilt u meer weten over corona in Nederland? Hier zetten we de belangrijkste grafieken en kaarten op een rij.

Een handig overzicht van de belangrijkste stukken omtrent het coronavirus is te vinden in dit dossier.

Meer over