Column

Is het leuk om zo te heten?

Nee. Bepaalde anekdotes waarvan niet eens vaststaat of ze wel authentiek zijn, heb ik altijd paraat. Serveer mij een bitterbal en ik begin over Phillip Cocu, die als voetballer van PSV kon tekenen bij een Franse club, ik meen Bordeaux. Waarna ik mijn middelvinger in mijn wang steek en, plop, het geluid produceer van een kurk die de fles verlaat. Ja, Bordeaux, ik weet het zeker.

Peter Buwalda
Cocu blies af; hij zag ertegenop zijn naam luidkeels gescandeerd te horen door de supporters van de tegenpartij. Beeld anp
Cocu blies af; hij zag ertegenop zijn naam luidkeels gescandeerd te horen door de supporters van de tegenpartij.Beeld anp

Enfin, Cocu was rond met de clubleiding, tot hij erachter kwam dat zijn achternaam in het Frans gebruikt werd voor de man die als enige in zijn omgeving níét wist dat zijn vrouw vreemdging, het liefst bij de vleet. Cocu blies af; hij zag ertegenop zijn naam luidkeels gescandeerd te horen door de supporters van de tegenpartij - volgens mijn anekdote, tenminste. Geen idee of het waar is. Nou ja, succes ermee!

Maar, stel, het was zo, dan snap ik Cocu's beslissing wel. Voor die Franse supporters is het twee keer per seizoen scanderen geblazen en weer aan het werk, maar Cocu zou er de godganse dag mee door Bordeaux lopen. Bij ieder voorstelrondje maar weer afwachten of de Fransoos zijn gezicht in de plooi wist te houden, wat op den duur psychische klachten kan geven. Ik weet dat, want ik huur weleens het boswachtershuisje van Koen Eikel, de bekende boswachter/literatuurcriticus uit Limbabwe. Nooit lukt het mij de Koenster bij zijn achternaam aan te spreken zonder geitige hapering, zeker sinds hij ernstig ziek is aan zijn - nou ja, laten we maar zeggen 'voorste stukje van zijn penis', wat natuurlijk sowieso geen pretje is, ook al heet je Annes de Bruin, die ik ook kende, en die directeur was van een bedrijf in de Jordaan waar ze hem luidkeels 'Áááánus' noemden als er telefoon was.

De boswachter, voornoemde Annes en op een handtekening na dus ook Phillip Cocu, gaan gebukt onder een zogeheten 'schaamnaam', tenminste, zo muntten zekere Coen en Sander het verschijnsel op de radio, alwaar zij de Coen en Sander Show presenteren. Deze Coen en Sander legden in hun show een lijst aan van bestaande schaamnamen - ik bezit geen radio, dus ik heb het van horen zeggen.

Even googelen.

Jazeker mensen, de lijst bestaat, erop staan namen als Louwe Pruim, Trui Halfmouw, Sam Bal, en Flinq Grommen. En ook Wil-Jannie Mostert-uit de Fles, zie ik.

Tja.

Niks tja. Voor deze lieden is het bittere realiteit. Toch gaat mijn mededogen onmiddellijk uit naar ene Kin Ki Jim, een Aziaat, lijkt me, en wellicht zelfs een Vietnamese bootvluchteling, waarvoor ik een zwak heb.

In mijn Enschedetijd liet ik mijn fiets geregeld repareren door Tu-Man en Lily Luong, een Vietnamees echtpaar dat met een bootje naar Nederland was gevlucht en sinds jaar en dag op het zoldertje van een campusflat woonde. Tu-Man was gediplomeerd ingenieur, maar kwam nergens aan de bak, waarschijnlijk vanwege zijn matige Nederlands. Hij had rare vlekken op zijn lijf, naar later bleek van de napalm. Sympathiek ventje, vond ik.

Achteraf ben ik toch blij dat Tu-Man geen Kin Ki Jim heette, op dat nachtelijke bootje, niets bevroedend over de klank van zijn naam in zijn toekomstige gastland. Dat was wel lullig geweest, na zo'n tocht.

Meer over