Is Grunbergs Zotheid nu somber of troostrijk?

Toen hem vorig jaar werd gevraagd een hedendaagse Lof der Zotheid te schrijven, kende Arnon Grunberg de orginele versie nauwelijks....

'Ik dacht: dit lukt niet, ik geef de opdracht terug. Vooral omdat ik in mijn boek de Zotheid niet mocht opvoeren', vertelde Arnon Grunberg gisteren tijdens de presentatie van zijn hedendaagse 'Lof', De Mensheid zij geprezen (Atheneum-Polak & Van Gennep).

Op de zeventiende verdieping van de Erasmus Universiteit Rotterdam wordt Grunberg samen met Lof der Zotheid-vertaler Harm-Jan van Dam geïnterviewd door Maria Heiden, schrijfster en eigenaresse van boekandel v/h Van Gennep.

Zolang Grunberg over de aanloopfase naar zijn boek praat, verloopt het gesprek vlotjes, zoals te verwachten van een schrijver die zijn boek wil promoten.

Braaf vertelt hij dat hij aan het eind van de zomer van vorig jaar plots het licht zag: een advocaat die de mensheid verdedigt zou zijn equivalent worden van Erasmus' Zotheid.

'Het gereedschap van een advocaat is zijn retoriek. Het gaat hem niet om de waarheid maar om het vrijpleiten van schuld. Ik zag het tafereel helemaal voor me, compleet met getuigenbank.'

Maar al snel ontaardt het interview in een typisch Grunbergiaanse conversatie, waarbij de schrijver een houding aanneemt die laveert tussen geamuseerd en verbaasd.

Zijn voorliefde voor 'de leugen' ('liegen heeft alleen een slechte naam') en zijn fascinatie met het rollenspel van de mens, maakt hem een literaire aal.

Heiden: 'Het is een heel somber boek.'

Grunberg: 'Ja? Jawel. Niet somberder dan mijn vorige.'

Heiden: 'Misschien toch wel. De heftigheid van de mens, de masochist, die alles aan zichzelf te danken heeft. De advocaat ontneemt iedere hoop.'

Grunberg: 'Ach, hij stelt enkele normen en waarden ter discussie. Erbuiten is nog iets van hoop.

Stilte.

Grunberg vervolgt: 'De begeerte blijft overeind.'

Heiden: 'De liefde ook.'

Grunberg: 'Ja? Soms word ik verrast door de interpretatie van lezers.'

Vertaler Van Dam: 'Het gaat ook over doorgaan met leven in plaats van ophouden.'

Grunberg: 'Dat is ook heel hoopvol.'

Heiden zegt dat ze ontzet was over de somberheid. Grunberg antwoordt dat hij daar wel blij mee is.

Vertaler Van Dam vindt het boek troostrijk.

Grunberg: 'Ja, uiteindelijk toch wel. Ook al ontwaar je geen hoop, de advocaat en de mensheid gaan door.'

Heiden: 'Jij ook.'

Grunberg grinnikt: 'Als de dag voorbij is, denk ik: die ben ik toch weer aardig doorgekomen.'

En: 'Het was niet de opdracht een troostrijk boek te schrijven. Maar een heel deprimerend boek is vaak troostrijker.'

Hij leest voor, eindigend met de toepasselijke woorden 'hello stranger'.

Meer over