Is de werkloosheid al 21,2 procent?

Het vaststellen van de werkloosheid is statistisch gegoochel

De werkloosheid in Nederland is officieel 7,5 procent, maar er kan ook 6,0 procent, 13,4 procent of 21,2 procent worden gezegd.

Het is maar welke werkzoekenden worden meegeteld en hoe groot de beroepsbevolking is waar het percentage in wordt uitgedrukt. Bij werkloosheidscijfers kan op twee manieren worden gegoocheld: met de teller en met de noemer.

Nederland telt 592 duizend werklozen of 7,5 procent van de beroepsbevolking. Dat is het aantal werklozen volgens de 'nationale definitie' van het CBS: het aantal mensen tussen 15 en 65 jaar dat actief pogingen doet om een baan te vinden van 12 uur of meer, uitgedrukt in een percentage van het aantal mensen tussen de 15 en 65 dat langer dan 12 uur per week werkt of wil werken.

Wie een baantje zoekt voor één dag per week telt niet mee als werkloos. En wie maar één dag per week wil werken, behoort niet tot de beroepsbevolking.

Maar het CBS stelt ook een cijfer op dat voor internationale vergelijkingen kan worden gebruikt door Eurostat, de OESO, het IMF en de ILO. Volgens deze definitie vallen alle mensen tussen de 15 en 75 jaar die een baan zoeken voor 1 uur of meer per week onder de werklozen. Dat wordt uitgedrukt in een percentage van het aantal mensen tussen de 15 en 75 jaar dat minimaal 1 uur per week werken of wil werken. Dat is met 6 procent in Nederland lager, hetgeen wordt veroorzaakt doordat studenten die een halve of hele dag per week aan de slag zijn, ineens als werkenden gelden, net als degenen die minder dan 12 uur werken maar meer zouden willen. In de VS en ook internationaal wordt dit cijfer ook wel de U3 genoemd.

U3 suggereert al dat er ook een U1 en U2 is en zelfs een U4, U5 en U6. Dat klopt. In de U6 zitten bijvoorbeeld de mensen die het actief zoeken naar een baan in de afgelopen twaalf maanden hebben opgegeven omdat er toch geen uitzicht is op werk. Als die worden meegeteld, komt het werkloosheidspercentage in de VS bijvoorbeeld uit op 14,4 procent. Dit wordt daar ook wel de echte werkloosheid genoemd. In Europa lopen de statistieken voor U6 fors achter. Eurostat heeft over 2010 de laatste berekening gemaakt. Naast het officiële werkloosheidspercentage (U3) van toen, 4,4 procent, bleek in 2010 ook 5,5 procent van de Nederlanders een baan te willen maar er niet actief naar te zoeken of een baan te willen maar even geen tijd te hebben. De echte werkloosheid (U6) was toen 9,9 procent.

De U3 is sindsdien gestegen van 4,4 naar 6,0 procent. Als de U6 gelijke tred heeft gehouden, komt de U6 of de echte werkloosheid uit op 13,4 procent. En als daarbij de gedwongen zzp'ers, Wajongers en de mensen die het zoeken al jaren geleden hebben opgegeven worden meegerekend, zou het al boven de 20 procent kunnen zijn. In de VS is het volgens shadowstats.com 23,0 procent.

Voor wie het duizelt: de overeenkomst tussen al die percentages is dat ze de afgelopen maanden allemaal zijn gestegen.

Reageren?

p.dewaard@volkskrant.nl

undefined

Meer over