Column

Is Correspondent net zo succesvol als NY Times?

null Beeld De Correspondent
Beeld De Correspondent

Reden voor een feestje vorige week bij De Correspondent: ze bereikten de 40.000 betalende leden. Een verdubbeling van het aantal waarmee het journalistieke platform in 2013 startte. Mede-oprichter Ernst-Jan Pfauth was wel héél enthousiast toen hij een Engelstalige blog over het succes schreef. Hij plaatste de grootte van hun prestatie daarbij even in mondiaal perspectief: '40.000 leden voor een Nederlandstalig medium in Nederland, een land met 17 miljoen inwoners, is vergelijkbaar met het hebben van 750.000 abonnees in de Verenigde Staten.' Om te vervolgen dat wereldwijd, zover ze bij De Correspondent weten, alleen The New York Times en Wall Street Journaal daarboven zitten met alleen-digitale abonnementen.

De digitale oplage van de Volkskrant ligt boven de 60.000, meer dan het aantal leden van De Correspondent. Maar sommige digitale abonnees krijgen óók een papieren krant, en Pfauth kijkt alleen naar puur digitale abonnementen. De papieren oplage van de Volkskrant zit overigens rond de 267.000, dat zou vergelijkbaar zijn met het hebben van vijf miljoen abonnees in de Verenigde Staten. Voor zover wij weten, haalt geen één Amerikaanse krant dat aantal.

Maar wij zouden zo'n vergelijking nooit maken, hoewel het verleidelijk is om nationale successen door te rekenen op een grotere schaal. RTL Late Night met Humberto Tan is vergelijkbaar met een Amerikaanse talkshow met twintig miljoen kijkers - een aantal waar Stephen Colbert met zijn Late Show alleen maar van kan dromen. Een Engelstalige variant van cabaretier Jochem Myjer zou vele miljoenen volgers hebben op Twitter. En topkok Jonnie Boer zou in Amerika moeiteloos meer dan vijftig Michelinsterren scoren. Of, nu ja, u begrijpt het idee.

Misschien is de vergelijking van De Correspondent zelfs nog te voorzichtig, je kunt ook ruimer kijken dan de Verenigde Staten. The New York Times heeft immers ook abonnees buiten Amerika. Ruim honderdduizend van hun digitale abonnementen komen uit het buitenland. De Correspondent heeft op zijn beurt dan weer Vlaamse leden. Het zou in die zin beter zijn om de complete doelgroe-pen te vergelijken: iedereen die Engels leest, versus wie er Nederlands leest.

Nederlands is wereldwijd de moedertaal van 23 miljoen mensen, met nog wat meertaligen erbij komen we op 25 miljoen potentiële lezers voor De Correspondent. Wereldwijd zijn ongeveer 800 miljoen mensen in staat om Engelstalige stukken te lezen. Daarmee zou 40.000 leden voor De Correspondent zelfs gelijk staan aan 1,3 miljoen leden voor een Engelstalig medium.

Het allergrootste probleem met het getallen-gejubel van Ernst-Jan Pfauth is echter dat hij de Nederlandse cijfers omrekent naar de Amerikaanse situatie en vervolgens zegt dat bijna niemand wereldwijd boven dat gigantische aantal van 750.000 abonnees zit.

Ja ho even, De Correspondent zit zelf toch ook niet boven de 750.000 leden? Zij rekenen juist uit dat zij op hun kleinere markt in verhouding even succesvol zijn als The New York Times. Maar een Zweedse krant met 30.000 digitale abonnees is dan nóg succesvoller. Of stel dat iemand een digitaal krantje begint in het Kussunda, een taal die op dit moment nog door hooguit tien mensen in Nepal gesproken wordt. Als alle Kussunda-sprekers lid worden, dan kun je dat vergelijken met ruim 300 miljoen abonnees in de Verenigde Staten. Kom daar maar eens overheen.

De Correspondent heeft dit soort overdrijving helemaal niet nodig. Bij een televisieprogramma zijn 40.000 kijkers misschien weinig, maar bij een roman zijn 40.000 exemplaren een bestseller en bij een jong journalistiek project is 40.000 abonnees iets om trots op te zijn.

Meer over