Is alles wel gedaan om jihadi's te stoppen?

Ongeveer twintig jaar geleden fietste ik in Den Haag op de Laan van Meerdervoort. Ik passeerde een groepje moslimmannen die betrokken waren bij de destijds aan de Laan gevestigde islamitische basisschool.

Als ik 's ochtends langs die school naar mijn werk fietste, moest ik vaak afstappen en wachten op groepen kinderen en ouders die nogal traag het fietspad naar hun school overstaken. Irritant, maar, vond ik toen, in Nederland moeten alle religies en culturen een plaats hebben. Mijn twijfel daaraan begon toen een van de de drie mannen een extreem harde schreeuw tot mij richtte. De andere mannen moesten hard lachen om mijn geschrokken reactie. Ik begreep het niet en vond het een tamelijk onprettige ervaring. Wat ik mij vooral herinner is de diepe haat in hun ogen.

Circa tien jaar geleden reed ik regelmatig over de Vaillantlaan (Schilderswijk) en zag daar voor telefoonwinkels altijd groepjes salafistische (weet ik nu) jongemannen staan met baarden, gewaden en te korte lange broeken met sandalen. Het zag er een beetje ongezellig uit, maar vooruit: we waren toch een mulitculturele samenleving en dit hoorde daar dus bij. Ik hoopte wel dat de AIVD dit soort jongemannen in het vizier had. In de tijd daarna begon het me op te vallen dat er steeds meer jongens en meisjes in salafistische outfits in het straatbeeld verschenen. Met deze mensen kreeg je geen oogcontact en ze straalden iets vijandigs uit: een mix van verongelijktheid, haat en minachting.

In 2006 of 2007 luisterde ik tijdens een literatuurfestival naar Rob de Wijk, die wist dat er op dat moment ongeveer 40 jihadstrijders uit Nederland in islamitische landen voor de jihad aan het trainen waren. Hij waarschuwde dat deze jongens als tikkende tijdbommen terugkomen naar Nederland. Als burger en leek op veiligheidsgebied ging ik ervan uit dat de overheid deze ontwikkelingen goed in de gaten hield. Nu, jaren later, ben ik er niet zeker van dat alles gedaan is om het snel groeiende jihadisme te stoppen. Het lijkt er op dat radicalisering en jihadisme al heel lang broeien in de samenleving, maar dat de ernst erg laat is onderkend.

En nog steeds worden jongens en meisjes die dromen van het kalifaat door de politiek en in de media beschreven als verwarde pubers die liefde en aandacht nodig hebben. Er worden experts bijgehaald die onze maatschappij verwijten het er zelf naar gemaakt te hebben. Politici zeggen dat ze er bovenop zitten.

Maar deze jongens en meisjes zijn niet om te praten. Ze leven in een andere realiteit dan wij. Onze politieke correctheid is niet van toepassing op deze mensen. Het is alsof je tegen een waanzinnige zegt dat hij even normaal moet doen. Als ze naar Syrië of naar een ander islamitisch paradijs willen, is dat prima. De deal is dan wel dat ze niet meer terug kunnen. We willen toch geen tijdbommen die ons en onze maatschappij haten en dat graag met dood en verderf laten zien?

undefined

Meer over