Bellen metRob Vreeken in Iran

Iran gaat naar de stembus, maar er valt weinig te kiezen. En daarmee neemt het regime een risico

Vrijdag heeft de Iraanse bevolking, nu de belangrijkste hervormers niet zijn toegelaten als presidentskandidaat, weinig te kiezen bij de stembus. Wel beschikt zij in ieder geval over één machtig wapen waarmee het regime pijn gedaan kan worden: de opkomst. We bellen met verslaggever Rob Vreeken, maandag aangekomen in Teheran.

Een vrouw loopt langs verkiezingsaffiches in Teheran. Op 18 juni zijn er presidentsverkiezingen in Iran.  Beeld EPA
Een vrouw loopt langs verkiezingsaffiches in Teheran. Op 18 juni zijn er presidentsverkiezingen in Iran.Beeld EPA

Rob, was het moeilijk om een visum te krijgen als journalist?

Zeker. Veel verzoeken van buitenlandse journalisten zijn afgewezen. Van de Nederlandse pers ben ik volgens mij de enige. De NOS en de NRC bijvoorbeeld zijn niet toegelaten.’

Waarom heeft de Volkskrant wel een visum gekregen?

‘Misschien omdat we uitermate lovend over het ayatollahregime schrijven, haha.

‘Nee, ik weet het niet. Wij hadden ook voor een fotograaf een visum aangevraagd, maar die is dan weer afgewezen. De beweegredenen van de Iraanse overheid zijn ondoorgrondelijk.’

Wat zijn jouw eerste indrukken daar?

‘Er is heel weinig verkiezingsrumoer. Dat kan aan corona liggen, maar waarschijnlijker is het dat de verkiezingen zelf heel weinig aanleiding tot enthousiasme geven. Zelfs op Press TV, de Engelstalige nieuwszender van de staat, zeggen burgers in straatinterviews dat er eigenlijk niets te kiezen valt, dat alle kandidaten hetzelfde zijn en stemmen dus niets uitmaakt. Een vermoedelijk betrouwbare peiling voorspelt dat de opkomst 38 procent wordt. Dat is lager dan ooit.’

Wat zegt dat over deze verkiezingen?

‘De opkomst wordt door het regime gezien als een teken van legitimiteit. Je kunt ermee aan de buitenwereld laten zien dat het land een democratisch bewind kent. Maar daarmee neemt het bewind nu een risico.

‘Als je aan de presidentsverkiezingen wilt meedoen in Iran, word je beoordeeld door de zogeheten Raad van Hoeders. De leden daarvan zijn, direct of indirect, benoemd door de echte machthebber in het land, de Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei. Die Raad keurt bij iedere verkiezingen veel kandidaten af, maar gaf de Iraniërs voorheen altijd te kiezen tussen de twee belangrijkste stromingen in het land: de Hervormers en de Conservatieven.

‘Maar nu lijkt zelfs die keuze er niet te zijn. Van de doorgelaten kandidaten – aanvankelijk zeven, drie hebben zich woensdag teruggetrokken – zijn de meesten hardliners. Van hen lijkt opperrechter Ebrahim Raisi de uitverkoren man van het regime te zijn. Er is één man, Abdolnaser Hemmati, die afwijkt van de conservatieve lijn en de laatste weken iets meer kleur op de wangen heeft gekregen. Vanuit progressief perspectief is hij de minst slechte. Maar hij is veel minder uitgesproken dan bijvoorbeeld Mohammad Khatami, de hervormingsgezinde president van 1997 tot 2005, of aansprekende hervormers die voor deze verkiezingen door de Raad zijn afgekeurd.

‘Daarom zeggen veel mensen: er valt niets te kiezen. Progressieve Iraniërs staan nu voor een strategische keuze: ga ik op Hemmati stemmen of ga ik de verkiezingen boycotten? Bij een opkomst van zeg 40 procent lijdt het bewind echt gezichtsverlies.’

Kan het bewind niet sjoemelen met de cijfers?

‘Nee, dat werkt in Iran niet zo. Op voorhand staat niet vast dat de gedoodverfde winnaar, Raisi, even 60 procent van de stemmen haalt. Het tellen van de stemmen lijkt hier meestal redelijk betrouwbaar te verlopen.’

‘Je moet één ding weten om Iran te kunnen begrijpen: er zit een soort gelaagdheid in het regime. Ayatollah Khamenei laat het zeker niet na zijn macht te gebruiken bij de verkiezingen, hoewel dat eigenlijk niet mag. Maar het is hier geen Noord-Korea. Of geen Turkije, waar ondanks een sterkere oppositie dan hier uiteindelijk maar één man alle knopen doorhakt. In Iran bestaan allerlei machtsgroepen die vaak met elkaar botsen.’

Vinden de mensen daar het spannend om met een journalist te praten?

‘Het valt mij erg mee. Ik betwijfelde ook of mensen wel openbaar kritiek durfden te uiten op het regime. Maar ik heb nu met heel veel Iraniërs gesproken: conservatief en progressief, jong en oud. En iedereen zegt gewoon wat-ie ervan vindt. Het is dus niet zo dat mensen hun mening niet durven te geven. In sommige andere autoritaire landen zou dat anders zijn. Wel komen ze liever niet met foto en achternaam in de krant. Dat respecteer ik.’

Vrijdag zijn de verkiezingen. Wat doe je tot die tijd?

‘Voor de vrijdagkrant schrijf ik een verhaal. Daaromheen hoop ik zoveel mogelijk mensen te spreken en plekken te bezoeken. Ik heb een visum tot maandag, dus in het weekend kan ik werken aan verhalen die los staan van het verkiezingsresultaat. Ik praat hier veel met jongeren, die stuk voor stuk zeggen: ik heb geen toekomst hier. Geen huis, geen geld om te trouwen. Economisch gaat het echt slecht. Dat verhaal wordt dus ook een treurig geluid, helaas.’

Proef je nog ergens optimisme bij de Iraniërs?

‘Ik wil niet te snel nee zeggen, maar ik zou dan niet weten wat het antwoord wordt. Het gaat gewoon niet goed met Iran.’

Meer over