Irak-missie is beladen kwestie geworden

Door de aanslag in Madrid is de verwarring over deelname aan de militaire operatie in Irak alleen maar toegenomen. Ook Nederland staat voor een dilemma....

En toch zouden de Amerikanen, van de hoogste generaal in Irak John Abizaid tot president Bush, een Nederlands vertrek uit Zuid-Irak ten zeerste betreuren. Al was het maar vanwege het in Washington gevreesde domino-effect.

'Als ik in de schoenen van de Amerikanen stond, zou het mij beangstigen als ik nu in Irak nog meer alleen kom te staan', betoogt Peter Volten, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen. 'Door de aangekondigde Spaanse terugtrekking dreigt een boemerangeffect. Juist nu Bush schoorvoetend tot het besef is gekomen dat hij het niet alleen aan kan in Irak, gebeurt dit. Maar ook bij andere trouwe bondgenoten, zoals Italië en Groot-Brittannië, raast de binnenlandse opinie door.'

Wat een week terug nog een moeilijk maar overzienbaar besluit leek voor Den Haag - over vier maanden wel of niet doorgaan met de SFIR-missie - is door het Spaanse besluit veranderd in een uiterst beladen kwestie. Nog geen twee dagen nadat luitenant-kolonel Van Harskamp het commando van SFIR-3 op zich nam, voelt Den Haag de druk van Washington. Maar ook de terrorismedreiging, het harde oordeel van de Spaanse publieke opinie over de missie in Zuid-Irak en de koerswijziging van de PvdA bemoeilijken nu een verlenging.

Nederland en Spanje, dat 1300 soldaten in Irak heeft gelegerd, behoren met hun bijdragen aan SFIR tot de middelgrote landen. Beide steunden de invasie politiek, doch niet in militaire zin. Ze leveren nu minder troepen aan de stabilisatiemacht dan Italië en Polen, maar meer dan de vele 'kleintjes' in de 35 leden tellende coalitie (zoals Roemenië en Thailand) waar Washington zo trots op is.

Als een lappendeken is SFIR nu verspreid over Iraks shi'itische, relatief rustige provincies. Een terugtrekking van de 2500 Nederlanders en Spanjaarden zal niet direct een machtsvacuüm veroorzaken. Landen zijn er immers genoeg, zoals Zuid-Korea, die in de komende maanden duizenden militairen naar Irak zullen sturen. Wat de bezettingsmachten Washington en Londen vooral vrezen, is het politieke signaal dat van een terugtrekking uitgaat.

'Er is Washington veel aan gelegen om Nederland nu aan boord te houden', benadrukt voorzitter Jan van der Meulen van de Stichting Maatschappij en Krijgsmacht (SMK). Volgens Volten bevindt Nederland zich in een zeer moeilijk parket. Den Haag moet een besluit nemen terwijl de internationale verhoudingen, door de Irak-oorlog, verziekt zijn.

Volten: 'De situatie is verwarrend, we zijn het allemaal met elkaar oneens. Het is precies wat de terroristen willen. Dit is het slechtste moment voor Nederland om te besluiten de deelname niet te verlengen. Je wekt dan de indruk dat je toegeeft aan terrorisme, dat terroristen zo'n missie in de wielen kunnen rijden.'

Hoewel met het wegvallen van de PvdA-steun consensus, die altijd wordt nagestreefd bij het wegsturen van troepen, niet meer mogelijk is, neigt Van der Meulen toch naar verlengen. 'Hoe je ook over de oorlog denkt, wat nu voorop moet staan is dat we de Irakezen verder moeten helpen.'

Meer over