Iraanse automakers willen wereldmarkt op

Het zal even wennen zijn, maar misschien rijdt de Nederlander over enige jaren geen Japanner, Duitser of Amerikaan, maar een Iranees - zogezegd een auto uit een land dat tot voor kort tot de 'as van het kwaad' behoorde.

Een in Iran geproduceerde personenauto van autofabrikant Sapia. Iran bouwt naast goedkope voertuigen ook luxe limousines. Beeld
Een in Iran geproduceerde personenauto van autofabrikant Sapia. Iran bouwt naast goedkope voertuigen ook luxe limousines.Beeld

Dat kan een goedkope auto zijn, maar ook een limousine met de merknaam Samand Sarir. Iran was totdat de sancties werden ingesteld een van de snelst groeiende autofabrikanten in de wereld. In 2007 produceerde het land 1 miljoen auto's, in 2011 was het opgelopen tot 1,6 miljoen. Die werden niet alleen in eigen land gereden, maar vonden ook gretig aftrek in de Arabische landen, Afrika, India en Pakistan. Na de boycot liep de productie terug tot 750 duizend stuks. Hiermee kelderde Iran naar de 18de plek op de wereldranglijst van autoproducenten. Maar vorig jaar werden er al weer meer dan 1 miljoen geproduceerd. En in de eerste helft van dit jaar steeg de productie opnieuw met 16 procent.

De auto-industrie is na olie- en gassector de belangrijkste pijler van de economie. Het zorgt voor 10 procent van het bbp en er werken 700 duizend mensen. In totaal zijn er dertien verschillende autofabrikanten in het land, waarvan twee - Iran Khodro en Saipa - 95 procent van de markt in handen hebben. Daarnaast worden in het land veel onderdelen gemaakt - tot de boycot ook voor westerse merken. De auto-industrie is niet door de ayatollahs uit de grond gestampt.

Medewerkers van Iran Khodro in de fabriek in Iran. Autofabrikanten Iran Khodro en Sapia hebben samen 95 procent van de Iraanse markt in handen. Beeld anp
Medewerkers van Iran Khodro in de fabriek in Iran. Autofabrikanten Iran Khodro en Sapia hebben samen 95 procent van de Iraanse markt in handen.Beeld anp

Erfenis

Eigenlijk is het een erfenis van de sjah van Perzië, die gek was op mooie auto's. In 1967 werd Iran Khodro (khodro is in Farsi automobiel) opgericht. Zoals Nederland zijn DAF had, Duitsland zijn kever en Frankrijk zijn 2CV, had Iran in de jaren zestig en zeventig de Pakyan (Pijl) - een lawaaierige en langzame auto. Het model was gebaseerd op de befaamde Hillman Hunter van de al in de jaren zestig ter ziele gegane Britse autofabriek Rootes, die onder meer ook de Singer, de Humber en de Talbot produceerde.

Heel lang was de Pakyan het vlaggeschip van de Iraanse auto-industrie, hoewel het land er internationaal geen potten mee kon breken. Daarnaast werd de productie geremd door een gebrek aan technische know-how en de Iraanse revolutie van 1979 waarbij ayatollah Khomeiny de macht greep. Hij zag auto's vooral als verderfelijke westerse decadentie. Pas eind jaren negentig kon de industrie de draad weer oppakken.

Medewerkers van Iran Khodro zetten auto's in elkaar op de lopende band. Beeld anp
Medewerkers van Iran Khodro zetten auto's in elkaar op de lopende band.Beeld anp

Terwijl de auto-industrie voor die tijd vooral assemblage was, gingen de beide Iraanse producenten nu zelf ook modellen ontwikkelen. In 2005 werd de Samand gelanceerd als opvolger van de Pakyan. De technologie bleef echter voor een groot deel gebaseerd op de Franse Peugeot (Iran Khodro) en de Koreaanse Kia (Saipa). Iran noemt de auto's innovatief en ze voldoen ook aan veel moderne westerse eisen, al is het alleen dat ze ook op dezelfde modellen zijn gebaseerd.

Iran Khodro ontwikkelt op dit moment zowel een hybride als een elektrische auto. Dat in eigen land geproduceerde auto's het straatbeeld beheersen is niet vreemd. Op geïmporteerde auto's ligt een invoerheffing van bijna 100 procent. Iran Khodro produceert al auto's in Azerbeidzjan en in Wit-Rusland en is nu ook van plan vestigingen in China, Venezuela en Senegal te openen. Saipa heeft een fabriek in Ghana.

Meer over