Investeren in film toch een rendabele hobby

Door het sneuvelen van Soldaat van Oranje 2 ligt de film-cv weer onder vuur. Wie van plan was in nieuwe filmprojecten te investeren, ziet daar nu vaak vanaf....

Is het verstandig nog in film te investeren?

Zeker wel. In veel gevallen levert een investering in film leuke rendementen op, tot maxima van 20 procent. Het gemiddeld gerealiseerde rendement op jaarbasis bedraagt ruim 9 procent, - exclusief de mislukkingen.

Zelfs als de mislukkingen worden meegeteld, komt het rendement gemiddeld nog rond de 7 procent uit. Dat zijn winsten die je op de beurs heden ten dage niet meer haalt. Bovendien mag je als participant in een film-cv bijna altijd mee naar de gala-première, waar u de sterren van witte doek van dichtbij kunt bekijken.

Maar de film-cv heeft toch geleid tot talloze mislukkingen?

Dat valt best mee. Tot nu toe zijn drie (van de 35) projecten echt mislukt: het Delta Lloyd Filmfonds, dat minimumrendementen van 40 procent beloofde, Ocean Warrior CV, die de duurste Nederlandse film aller tijden wilde produceren, en Soldaat van Oranje 2, het vervolg op de legendarische film uit de jaren zeventig.

In al deze gevallen liepen de investeerders amper schade op. Delta Lloyd gaf de participanten hun geld terug. MPC, het emissiehuis dat geld inzamelde voor Ocean Warrior, had het geld al wel uitgegeven. Toch krijgen de participanten minimaal 80 procent van hun investering terug van de Belastingdienst. Bij Soldaat van Oranje 2 blijft het verlies waarschijnlijk beperkt tot enkele procenten, wederom met dank aan de fiscus.

Hoe kan ik als belegger een mislukking voorkomen?

Door in zee te gaan met betrouwbare partijen, zoals Arteco, Fine en Innocap. Zij hebben ervaring met de film-cv-maatregel en kennen de valkuilen. Delta Lloyd en MPC waren beginnelingen.

'Anderen denken te snel: dat is makkelijk, dat kan ik ook', zegt Frank Thies van Innocap. 'Maar bij een nieuwe regeling is het nu eenmaal onvermijdelijk dat er een periode komt waarin het kaf van het koren wordt gescheiden.'

Zaken doen met Act Group of Companies, dat prachtige rendementen belooft, is niet aan te raden. De initiatiefnemers hebben geen enkele ervaring met film-cv's.

Kan iedereen zomaar meedoen met een film-cv?

Nee. De film-cv is een speeltje voor de rijken. Alleen wie in de hoogste belastingschijf zit, haalt de beloofde rendementen. Voor minder rijken is het niet interessant.

Wat bepaalt de hoogte van het te verwachten rendement?

Net als in het echte leven geldt ook bij film: hoe groter de risico's, hoe hoger het rendement bij succes. Vaak neemt de distributeur een deel van het risico op zich. Hij belooft dat hij de film, als die gereed is, voor een bepaald bedrag zal opkopen. Hierdoor is het mogelijk een minimumrendement te garanderen. De keerzijde is dat de opbrengsten in geval van een kaskraker ook voor een groot deel naar de distributeur gaan.

De film Ik ook van jou, bijvoorbeeld, was met 144 duizend bezoekers een groot succes. Toch krijgen de beleggers waarschijnlijk niet veel meer dan het minimumrendement. Het leeuwendeel van de winst gaat naar de distributeur.

In het nieuwste product van Innocap is het minimumrendement opgeschroefd naar 10 procent. 'We hebben nog hogere garanties bedongen', meldt Frank Thies. De kans dat beleggers meer zullen verdienen dan het minimum, is hierdoor echter vrijwel nihil.

De eerdergenoemde Act Group of Companies heeft geen enkele garantie bedongen. Beleggers lopen daardoor het risico meer dan de helft van hun geld kwijt te raken. Mochten de films in kwestie - La Donna Traviata, over een 'hoer en een heldentenor', Trampoline of Life, over de liefde tussen een vermeende kindermoordenaar en een 15-jarig meisje, en Catman, een 'biotech thriller' - onverhoopt een succes worden, dan krijgen beleggers rendementen tussen 36 en 66 procent.

Worden de minimale rendementen altijd gehaald?

Ja, en als dat niet gebeurt, moet toezichthouder AFM ingrijpen.

Hoeveel geld steken de arrangeurs en producenten bij een film-cv in hun eigen zak?

Veel. Zo'n 12 procent van de inleg gaat op aan oprichtings- en exploitatiekosten. In 1999 en 2000 ging hier in totaal 25 miljoen euro aan op. Een groot deel hiervan verdwijnt in de zakken van fiscalisten en juridisch adviseurs.

Wie betaalt het allemaal?

Demissionair staatssecretaris Wouter Bos van Financiën. Hij trekt de uitgaven aan filmprojecten van het belastbaar inkomen af. In 1999 en 2000 kostte de regeling hem zo'n 90 miljoen euro. Naar de films die in die periode werden gemaakt, keken tot nu toe bijna 1,4 miljoen mensen. Per bezoeker betaalde Bos dus zo'n 66 euro.

Hoe lang kan het nog?

De huidige regeling geldt nog tot 15 juli. Daarna gaat een nieuwe regeling in - tenminste, als het nieuwe kabinet en Brussel daarvoor voelen. Welke rendementen dan mogelijk zijn, blijkt pas als fiscalisten en andere rekenwonders zich er over hebben gebogen. Waarschijnlijk zijn ze een stuk lager dan nu. Wie een steentje wil bijdragen aan de Nederlandse filmindustrie, of Bos een poot wil uitdraaien, moet dus snel zijn.

Overzicht CV-Arrangeurs-Films-Minimum-Gerealiseerd

Meer over