Inventieve Fantesca tussen de rietkragen en de roerdompen

Nietsvermoedende fietsers en wandelaars die zich vrijdagavond in het natuurgebied de Rottige Meente bij het Friese Nijetrijne begaven, liepen een gerede kans om naast reeën en roerdompen ook Mexicaanse ruiters en barokke aria's gewaar te worden....

De rietkragen en trekgaten vormden het decor voor La Fantesca ('de dienstmeid'), een intermezzo uit 1729 van de Duitse Napolitaan Johann Adolf Hasse. Het was de derde keer dat de zangers Barbara Hannigan en Marc Pantus daar, rond het buitenhuis van producente Yvon Scheper, een eigenlijk als pauzenummer bedoelde komische opera uitvoerden.

Op een paar kilometer kanoën van het bij operaliefhebbers befaamde Spanga, in het riviertje de Scheene, was voor het publiek een tribune gebouwd op een ponton, zodat er op de wallekant gespeeld kon worden. Het ensemble I Piccoli Holandesi speelde langszij op een eigen ponton, dat voldoende klankkastwerking bezat om de afwezigheid van een zaalakoestiek te compenseren.

Ook de verdere beperkingen van de speelplek had Pantus, tevens regisseur, inventief naar zijn hand gezet, daarbij dankbaar gebruik makend van het kluchtige karakter van het stuk. Al met de allereerste handelingen, het verschuiven van een bordkartonnen grafsteen en het aan een boom spijkeren van een ouderwetse telefoon, werd de toon gezet. Decorwisselingen vonden plaats door de ponton te verslepen, de belichting was toevertrouwd aan de avondzon.

De schijnbaar lukrake verplaatsing van de handeling naar het negentiende-eeuwse Wilde Westen bleek mogelijkheden te scheppen om de potsierlijke verleiding van de sluwe Merlina door de bejaarde legerkapitein Don Galoppo nieuw leven in te blazen. Het zout in de pap kwam van twee zwijgende rollen: danseres Margot Nies als wulpse weduwe en acteur Terence Roe als een Klukkluk-achtige versie van Galoppo's knecht.

Zelfs het statische tweede bedrijf was een belevenis door de inzet van twee paarden van een naburige fokkerij, die na een week repeteren de over hen heen buitelende zangers geduldig verdroegen.

De acht Piccoli Holandesi op authentieke instrumenten, aangevoerd door clavecinist Alessandro Sbrizzi, toonden zich een sprankelend begeleidingsorkest in Hasses levendige muziek. Bovendien konden ze schitteren in toegevoegde bladzijden van fagot-en mandolineconcerten van Vivaldi.

Een verhaal apart zijn Hannigan en Pantus, met hun fel contrasterende stemmen, een kristalheldere sopraan en een licht gruizige bas-bariton, en totaal aan elkaar gewaagd wat betreft fijngevoelig acteerwerk. Volgend jaar zal het spannend worden, als ze zich volgens plan aan andersoortig repertoire gaan wijden.

Meer over