Interview

Het goede nieuws is dus dat Clairy Polak misschien wel een eigen interviewprogramma krijgt, zoals Nieuwsuur-hoofdredacteur Carel Kuyl in deze krant opperde.

Ik hoop maar dat het waar is.


Want veel onverkwikkelijker kon het niet lopen dat Polak haar ontslag bij Nieuwsuur moest verkondigen bij het ontvangen van de Sonja Barend Award. Die prijs is een serieus leuk spelletje van de VARA-gids, die critici en programmamakers had gepolst over het beste tv-interview van afgelopen jaar.


Omdat ik ook stemde voor haar NOVA-interview met DSB-directeur Hans van Goor, was ik extra blij toen ik de uitslag vernam. Polak toonde zich in de hele DSB-zaak een bijtgrage en vasthoudende opponent die het dossier tot in de puntjes beheerste, en dat met verfijning, subtiliteit en soms ironie wist te gebruiken. Kortom: groot vakmanschap, dat in die dagen spraakmakende en onthullende televisie opleverde. In Buitenhof was afgelopen zondag nog te zien hoe naturel en soeverein zij gesprekken beheerst, onder meer met Frits Bolkestein.


Interviewen op tv blijkt dus echt een vak - Polak beheerst het tot in de puntjes. En verloor.


Behalve van collegiale verhoudingen (de presentatoren van Nieuwsuur lieten zich de 'grote interviews' niet afpakken) is Polak al langer slachtoffer van beeldvorming. Ze was 'te links'. Ik heb haar er nooit op betrapt, maar zoals vaker doen imago's het halve werk.


Vrouwen die de materie beheersen, gedreven zijn en erbovenop zitten, wekken afkeer op, betoogde Antoinette Hertsenberg - die zich ook al voorbeeldig vastbeet in de DSB-zaak - dinsdag in Pauw & Witteman. Je zou het de Wet van Sonja Barend kunnen noemen.


Hoewel Polak nauwelijks aan de toegezegde interviews toekwam bij Nieuwsuur, laat ze een leegte achter. Want Mariëlle Tweebeke (die vorige week Wilders interviewde - het zal toch niet de druppel zijn geweest?) is een frisse aanwinst, maar heeft bij lange na nog niet de rijpheid, eruditie en scherpte van Polak.


De laatste was Polak voor sommige kijkers misschien een te strenge meesteres, Mariëlle Tweebeke hangt nog altijd het imago van 'U kijkt zo lief'. Het grapje van Balkenende was een van de weinige objectieve waarheden in de verkiezingscampagne. Ik weet wel voor welke handicap ik zou tekenen.


Er wordt oeverloos gepraat op tv. Maar vaak staat het vermaak voorop. Vlotte (in het beste geval spannende) gesprekjes in praatprogramma's, maar nooit langer dan twee tot tien minuten. Wilfried de Jong maakte mooie gesprekken in 24 uur met¿, maar ook daar stond de vorm voorop.


Ook Frénk van der Linden weet diep door te dringen tot zijn gasten. Bij wijze van theateract laat hij zich er tegenwoordig op voorstaan zich niet voor te bereiden. Andere tv-interviewers hengelen naar emotie bij BN'ers, waarbij een rollende traan geldt als kwaliteitskeurmerk.


Nederland mist een Hard Talk, een wekelijkse rubriek waarin jaren aaneen steeds dezelfde interviewer het liefst een uur lang de gast van de week het vuur aan de schenen legt. Ik zie het Paul Witteman, Jeroen Pauw, Coen Verbraak, Frénk van der Linden, Wilfried de Jong of Hanneke Groenteman zo doen. Maar liever Clairy Polak.


Meer over