Interview Karen Armstrong - Het goede van God

'Sommige mensen zijn boos, omdat ik te vriendelijk zou zijn voor de islam. Maar ik word ook bedreigd door radicale moslims, die vinden dat een ongelovige überhaupt niets over de islam mag zeggen.' Bang wordt ze niet van zulke elektronische scheldpartijen. 'Maar het is wel vervelend om elke ochtend hatelijkheden in je mailbox aan te treffen.'

Door Peter Giesen
De westerse mens heeft een verwrongen beeld van religie, stelt schrijfster Karen Armstrong. Beeld Harry Cock
De westerse mens heeft een verwrongen beeld van religie, stelt schrijfster Karen Armstrong.Beeld Harry Cock

Toen Armstrong in 1993 als schrijfster doorbrak met Een Geschiedenis van God was religie nog een vrijblijvend onderwerp. In West-Europa was godsdienst een particuliere bezigheid voor liefhebbers, zoals beeldhouwen of bloemschikken. Maar na 11 september 2001 staat godsdienst in het brandpunt van het maatschappelijk debat. En wie zich positief uitlaat over religie, roept bij menigeen agressie op. Zo bestempelde de Nederlandse arabist Hans Jansen Armstrong als 'de moeder-overste van de zelfislamiseerders', verwijzend naar haar verleden als non.

Zulke felle kritiek brengt haar niet van haar stuk. Op 31 oktober geeft ze in Groningen de Van der Leeuwlezing, waarin ze andermaal een poging zal doen het goede van de godsdienst te redden, uit de klauwen van de religieuze fanatici, maar ook uit de greep van moderne atheïsten, zoals Richard Dawkins, die het geloof in God gelijkstellen aan geestelijke onderdrukking en fysieke uitroeiing van ongelovigen.

In navolging van Boeddha, Confucius en Jezus geeft Karen Armstrong weinig om metafysica en theologie. Beeld Harry Cock
In navolging van Boeddha, Confucius en Jezus geeft Karen Armstrong weinig om metafysica en theologie.Beeld Harry Cock

De hedendaagse westerse mens heeft een verwrongen beeld van religie, stelt ze. Godsdienst wordt gezien als het geloof in dogmatische leerstellingen die zich niet verdragen met een wetenschappelijk wereldbeeld. Maar wie de religieuze bronnen bestudeert, krijgt een heel ander beeld. Confucius, Boeddha, Jezus en Mohammed waren geen theologische scherpslijpers. Zij streefden veeleer naar een praktisch doel. Hun volgelingen moesten hun egoïsme overwinnen en compassie tonen tegenover de medemens. Daarom kent elke godsdienst ook een variant op de Gouden Regel: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.

De grote religieuze verhalen zijn mythen, bedoeld om een diepere wijsheid over te brengen. Door de triomf van de wetenschap maakte mythisch denken steeds meer plaats voor logisch denken, aldus Armstrong. Veel mensen verloren hun geloof, omdat de Bijbel vanuit logisch perspectief een weinig aannemelijk boek is. Maar ook fundamentalistische gelovigen kijken op een logische manier naar de heilige teksten. Zij worden niet langer beschouwd als mythen, maar als een door God geopenbaarde waarheid. Met teksten die door de Allerhoogste zijn ingefluisterd, mag uiteraard niet gemarchandeerd worden.

Armstrong: 'In de premoderne tijd, pakweg voor 1500, werden religieuze teksten niet als een letterlijke waarheid opgevat. Een kerkvader als Augustinus zei: als de Heilige Schrift niet overeenkomt met wetenschappelijke ontdekkingen, zullen we de interpretatie van de Schrift moeten veranderen. Religieuze teksten zijn mythisch; net als gedichten moet je ze niet letterlijk nemen. Het is waanzin om je kennis van het heelal op de Bijbel te baseren. Dat vond zelfs Calvijn. Het Vaticaan accepteerde in de 16de eeuw nog de theorie van Copernicus dat de aarde om de zon draait. Pas een eeuw later werd Galileï in de ban gedaan, omdat zijn waarnemingen die theorie bevestigden.

'Tot de 16de eeuw betekende credo niet 'ik geloof', maar 'ik vertrouw' of 'ik heb lief'. Dat is een veel opener uitgangspunt. Godsdienst is het verlangen naar transcendentie, naar een waarheid die dieper gaat dan de directe waarneming. Godsdienst is ook het verlangen naar generositeit, naar een open hart. In die zin geloof ik dat de mens inherent religieus is. Mijn religie is mijn studie en het streven om compassie te tonen ten opzichte van andere mensen.'

Als je het zo ruim formuleert, blijft er van religie toch niet veel meer over dan een vaag soort spiritualiteit?

'Nee, het is een modern misverstand dat je moet geloven in een doctrine. Jezus hield zich helemaal niet bezig met theologische vraagstukken. De Koran spreekt afkeurend van zannah, het zinloze speculeren over bovennatuurlijke vraagstukken waarop je het antwoord niet kunt weten. Dat leidt alleen maar tot ruzies en sektarisme. Oorspronkelijk draaiden godsdiensten niet om denken, maar om doen. De volgelingen moesten goede werken verrichten en hun egoïsme overwinnen. Daarom hebben alle godsdiensten ook hun rituelen. Het Joodse voorschrift om geen vlees en melk te mengen is bedoeld om de Joden eraan te herinneren dat de mens niet zo maar alles mag doen wat hem goeddunkt, dat hij op een bewuste manier in de wereld moet staan.'

Maar godsdienst veronderstelt toch op zijn minst dat je gelooft in een God die enige invloed op de wereld uitoefent.

'Niet per se. Het boeddhisme en het taoïsme zijn godsdiensten zonder God. Ook in de monotheïstische godsdiensten werd lange tijd nauwelijks over God gesproken. God was te groot. De mens kon dat niet bevatten. God was niet een wezen, maar het wezen zelf. De hedendaagse fundamentalisten maken van God een verlengstuk van zichzelf en hun eigen ideeën. Daarmee peppen ze hun ego op. In het traditionele religieuze denken zou dat als afgoderij worden beschouwd.'

Schetst u niet een erg rooskleurig beeld van de vroege godsdiensten? De profeet Mohahmmed maakte toch ook slachtoffers bij de verovering van Mekka?

'Er vielen wat slachtoffers bij zulke schermutselingen. Maar Mohammed was een zakenman, geen krijgsheer. Hij was een hopeloze soldaat. Hij probeerde vrede te brengen, maar hij leefde nu eenmaal in een erg gewelddadige wereld. Mohammed was inderdaad geen Jezus die zijn vijand de andere wang toekeerde. Maar Jezus had de luxe dat hij geen volk hoefde te leiden. Mohammed moest zijn volk verdedigen, anders zou het worden uitgeroeid.'

Is het wel zinvol om de oorspronkelijke 'goede kern' van de godsdienst te isoleren, als hedendaagse gelovigen daar helemaal niet naar handelen?

'De grote godsdiensten staan voor een keuze. Hun traditie kent zowel oorlogszuchtige als vreedzame elementen. Waar kiezen ze voor? In dat licht is het wel degelijk zinvol om terug te keren naar de oorsprong, naar de bedoelingen van mensen als Jezus of Mohammed.'

Op zoek naar een transformatie

Karen Armstrong woont in Islington, een dure en trendy wijk van Londen. Haar levensloop lijkt op een bijbelverhaal: een kruisweg die na een reeks beproevingen verrassend uitmondt in de ten hemelopneming als auteur van internationale bestsellers. Op haar 17de trad ze in het klooster, zo beschrijft ze in haar meeslepende autobiografie De wenteltrap, 'op zoek naar een transformatie die anderen hoopten te vinden in de rock-'n-roll.' In het prefeministische Engeland van 1962 leken nonnen haar een begerenswaardig vrij leven te leiden. Ze hadden geen man die de baas was en hielden zich met het hogere bezig in plaats van met de afwas en het naar school brengen van de kinderen.

Het kloosterleven bracht echter geen vrijheid, maar totale gehoorzaamheid aan een autoritaire moeder-overste en de pietluttige discipline van de orde van het Heilige Kind Jezus. In 1969 trad Armstrong uit. Maar wat een bevrijding had moeten zijn, werd een moeizame confrontatie met de buitenwereld. Buiten de kloostermuren kon Armstrong haar draai nauwelijks vinden. Ze bleek, naar eigen zeggen, ongeschikt voor een relatie of een gezin. Ze werd geplaagd door epileptische aanvallen, die door ondeskundige Freudiaanse artsen werden gezien als hysterie, veroorzaakt door verdrongen jeugdtrauma's.

Haar professionele loopbaan leek een onwaarschijnlijke reeks mislukkingen. In Oxford werd haar proefschrift over de dichter Tennyson afgewezen, omdat een van de examinatoren haar methode van close reading 'niet wetenschappelijk vond'. Als lerares op een middelbare school werd ze ontslagen, omdat ze te vaak ziek was. In 1981 schreef ze een succesvol boek over haar kloosterperiode, Door de nauwe poort, maar de opvolgers flopten genadeloos. Wel mocht ze een aantal religieuze documentaires maken voor het Britse Channel 4. In de zomer van 1988 werd die samenwerking echter beëindigd. Een film over de kruistochten, waaraan drie jaar was gewerkt, bleef op de plank liggen. Armstrong voelde zich 'een gestrande walvis', schrijft ze: een niet gepromoveerde, werkloze documentairemaakster, ontslagen als lerares en geflopt als schrijfster.

Ze nam een radicaal besluit. Nu alle pogingen om het de wereld naar de zin te maken waren mislukt, koos ze voor zichzelf. Ze begon aan een 'geschiedenis van God', tegen het advies van haar uitgever en haar beste vrienden. Ze trok zich terug in een klein huisje aan de rand van Londen. 'Ik schreef af en toe een recensie, leefde van een klein voorschot en een beetje spaargeld', vertelt ze. 'Ik leefde heel zuinig en kwam het huis nauwelijks uit.'

In de eenzame studie van de grote monotheïstische godsdiensten vond Karen Armstrong uiteindelijk de spiritualiteit, waarnaar ze op zoek was toen ze in 1962 in het klooster trad. Als een seculiere non vond ze het geloof terug, niet als dogmatische doctrine, maar als inspiratiebron. Haar documentaires voor Channel 4 waren kritisch en bitter geweest, omdat ze wilde afrekenen met de God die haar zo veel ellende had bezorgd. Ook zij geloofde destijds dat godsdienst niet verenigbaar was met democratie en vooruitgang. Maar de studie van de religieuze bronnen bracht haar tot de overtuiging dat godsdienst een waardevolle kern van compassie heeft. De Engelse versie van Een Geschiedenis van God verscheen in 1993: 24 jaar nadat ze het klooster had verlaten, had Armstrong eindelijk haar plaats in de wereld gevonden.

Sindsdien schrijft ze vrijwel ieder jaar een boek. Een van haar interessantste werken is De strijd om God uit 2000, over de geschiedenis van het religieuze fundamentalisme. Het fundamentalisme is een modern verschijnsel, aldus Armstrong, dat voortkomt uit de angst te worden weggevaagd door de oprukkende seculiere samenleving. Het komt in alle religies voor. De term is ontleend aan The Fundamentals, een reeks conservatief-christelijke brochures die tussen 1910 en 1915 in de Verenigde Staten verscheen.

Armstrong: 'Veel mensen geloven dat de fundamentalisten terug willen naar de Middeleeuwen, maar dat is niet zo. Fundamentalistische wegbereiders, zoals de Pakistaan Ala Madoewdi, waren zich ook bewust van hun breuk met de traditionele islam. Madoewdi stelde de jihad centraal, terwijl de islam altijd stelde dat oorlog slechts in uiterste noodzaak was geoorloofd. Maar volgens Madoewdi was de jihad gerechtvaardigd, omdat de islam zich in een noodsituatie bevond.'

CV Karen Armstrong

1944 Geboren in Widmoor, Worcestershire
1962 1996 Non in de gemeenschap van het Heilig Kind Jezus
1967 1970 Studie Engelse literatuur in Oxford
1970 1973 Promotie-onderzoek Oxford
1973 1976 Docent Engels, Bedford College, Londen
1976 1981 Docent Engels aan een middelbare school, Londen
1981 Eerste boek, Door de nauwe poort
1983 1988 Freelance documentairemaakster Channel 4
1993 Doorbraak als auteur met Een Geschiedenis van God

Schreef daarna een groot aantal boeken op het gebied van godsdienst. De boeken van Armstrong zijn verschenen bij De Bezige Bij, behalve De Bijbel (Mets en Schilt).

Waarom is juist het islamitisch fundamentalisme zo gewelddadig?

'In elk geval niet omdat de islam inherent gewelddadiger is. Ten tijde van het Ottomaanse Rijk was de islam betrekkelijk tolerant ten opzichte van andere religies, terwijl in Europa antisemitische pogroms werden uitgevoerd. De Arabische ontwikkeling naar moderniteit is gewelddadig. Maar de Europese moderniteit was ook zeer gewelddadig, mede door toedoen van seculiere ideologieën als het communisme en het nationaal-socialisme. Ik denk dat fundamentalisme gewelddadig wordt, als het zich in een gewelddadige omgeving bevindt. Op dit moment is het Midden-Oosten zo'n omgeving.

'Het Westen heeft de opkomst van de islam overigens bevorderd door jarenlang seculiere dictaturen te steunen, die de islam op gewelddadige wijze onder de duim hielden. Tot het laatst hielden de Verenigde Staten de sjah van Perzië de hand boven het hoofd. Ook Saddam Hoessein is jarenlang door het Westen gesteund.

'Secularisme wordt in het Midden-Oosten vaak beschouwd als een vorm van kolonialisme. Veel mensen geloven dat de islam authentiek is, anders dan uit het Westen geïmporteerde ideeën.'

Maar u kunt het Westen toch niet de schuld geven van alle wantoestanden in de Arabische wereld? Zijn de Arabieren daar niet in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor?

'Natuurlijk zijn ze daar ook zelf verantwoordelijk voor. Ik zeg alleen dat het Westen vaak een kwalijke buitenlandse politiek heeft gevoerd. Daarom kun je niet zeggen: zij zijn pikzwart en wij zijn sneeuwwit.

'Het kolonialisme is een hinderpaal voor modernisering geweest. Dat zie je bijvoorbeeld in Egypte. In de 19de eeuw zag de Egyptische leider Mohammed Ali heel duidelijk dat modernisering slechts mogelijk was door industrialisatie en economische ontwikkeling. Hij zette een katoenindustrie op en maakte zich sterk voor het onderwijs aan meisjes. Eind 19de eeuw kwamen de Britten. Lord Cromer, de consul-generaal, maakte een einde aan de katoenindustrie, omdat Britse bedrijven te veel concurrentie werd aangedaan.. Aan onderwijs voor meisjes hechtte hij weinig waarde. In Londen was hij een van de oprichters geweest van de Men's League for Opposing Women's Suffrage, die zich tegen het kiesrecht voor vrouwen verzette.'

'In het Westen ging de opkomst van verlichte waarden als democratie en vrijheid van meningsuiting gepaard met vrijheid en economische ontwikkeling. In het Midden-Oosten worden 'westerse waarden' vaak geassocieerd met onderdrukking en vernedering. De islam is dan symbool van de eigen identiteit.'

U schrijft dat we rekening moeten houden met de angst van de fundamentalisten? Wat bedoelt u daarmee? Moeten we voorzichtig zijn met kritiek op de islam?

'Natuurlijk niet. Ik was laatst in Pakistan, waar moslims tegen me zeiden: wees niet te beleefd, wees kritisch. Maar het is onnodig om je denigrerend over moslims uit te laten. Ik houd niet van de zelfgenoegzaamheid waarmee veel mensen over de islam praten. Op die manier verheffen ze zichzelf: zij zijn verlicht, de moslims niet.

'Maar in een land als Pakistan zie je dat de situatie veel ingewikkelder is. Ik was er in een gespannen periode, vlak na de dood van Benazir Bhutto. Ik moest bewaakt worden, omdat fundamentalisten me bedreigden. Maar aan de andere kant kreeg ik heel veel enthousiaste reacties. Eindelijk een vriendelijke stem uit het Westen. In de lift van mijn hotel kwam ik een meisje tegen. Ze zei dat ze het jammer vond dat ze niet maar mijn lezing kon komen, omdat ze een feestje had.'

Maar wat moeten we doen als moslims zich beledigd voelen door een film of een cartoon?

'De vrijheid van meningsuiting is een heilige waarde voor de westerse samenleving. Tegen fundamentalisten moeten we zeggen: sorry, dit zijn de wetten van dit land, waaraan iedereen zich moet houden, ook al voelt hij zich gekwetst. Maar we leven in een tijdperk van globalisering, waarin heel verschillende bevolkingsgroepen naast elkaar leven.

'Dat is een delicate, gevaarlijke situatie. Dan kun je toch gewoon je volwassen tact gebruiken, in plaats van te sneren of je op het schoolplein staat?'

U werkt nu aan een Compassion Charter, een 'Acte van Mededogen', waarin niet-gelovigen en aanhangers van verschillende gelovigen hun compassie voor de medemens betuigen.

'Tegenwoordig vinden veel mensen hun eigen gelijk belangrijker dan compassie met de ander. Secularisten en fundamentalisten zijn bang voor elkaar. Veel mensen zijn op zoek naar hun identiteit, omdat ze zich niet meer veilig voelen in dit tijdperk van globalisering. We moeten pluralistisch denken, maar in plaats daarvan trekt iedereen zich steeds meer terug in zijn eigen getto. Dat zie je zelfs in Groot-Brittannië, waar de Schotten en de Welshmen op hun eigen identiteit hameren op een manier die kort geleden ondenkbaar was.'

Betoogtekening: Handvest voor het Mededogen Beeld Tammo Schuringa
Betoogtekening: Handvest voor het MededogenBeeld Tammo Schuringa
Karen Armstrong spreekt ter gelegenheid van de 26e Van der Leeuw-lezing over de misvattingen die in West-Europa over religie bestaan. Beeld Harry Cock
Karen Armstrong spreekt ter gelegenheid van de 26e Van der Leeuw-lezing over de misvattingen die in West-Europa over religie bestaan.Beeld Harry Cock

Van der Leeuw-lezing

Karen Armstrong hield vrijdag 31 oktober om 16.30 uur in de Martinikerk van Groningen de 26ste Van der Leeuw-lezing. Co-referent was schrijver Abdelkader Benali.

De lezing is een initiatief van de Stad, de Provincie en de Universiteit van Groningen, de Stichting Martinikerk Groningen en de Volkskrant.

Meer over