Internetgebruiker hoog opgeleid en getrouwd

De heersende opvatting dat Internet louter een speeltje is voor 'jonge honden' en digitale revolutionairen klopt niet. Althans, klopt niet meer....

Van onze medewerker

Francisco van Jole

ROTTERDAM

Dit gebruikersprofiel is de uitkomst van een door het Amerikaanse Georgia Institute of Technology uitgevoerd onderzoek waarvoor meer dan dertienduizend Internetgebruikers werden geënquêteerd. Het onderzoek is de grootste in zijn soort.

Uit de enquête, die voor de derde keer in anderhalf jaar werd gehouden, blijkt ook dat het aantal vrouwen op het net is toegenomen tot meer dan 15 procent, een groei van 10 procent ten opzichte van januari vorig jaar. Over het algemeen genomen is het 'computerfreak'-gehalte van de gebruikers sterk verminderd. Weliswaar is nog steeds bijna eenderde van hen werkzaam in de automatisering maar andere beroepen, zoals management, rukken op. Deze trends bevestigen het vermoeden dat het internationale computernetwerk 'normaliseert' tot een alledaags medium.

Het onderzoek richtte zich op een enkel onderdeel van het net: World Wide Web, het technisch meest geavanceerde maar tegelijkertijd minst sociale onderdeel van Internet. Het Web maakt het door de combinatie van tekst, beeld en geluid mogelijk informatie op een gelikte manier te presenteren. Daarentegen is er bij dit onderdeel nauwelijks sprake van interactie tussen gebruikers.

Een manco is dat de enquête werd uitgevoerd op vrijwillige basis. Via het net zelf maar ook middels oproepen in bladen werden gebruikers verzocht de vragen on-line te beantwoorden. Bijzonder is wel dat de gebruikers van Prodigy, een Amerikaanse particuliere netwerkdienst die ook toegang biedt tot het net, apart werden benaderd.

Het merendeel van de respondenten is Amerikaan, slechts 10 procent Europeaan. Het inkomen van deze laatste groep ligt met 53500 dollar onder dat van de Amerikanen. Wellicht daarom zijn de Europeanen minder bereid te betalen voor elektronische diensten. Daarentegen zijn de Europeanen wel jonger (31) en hoger opgeleid.

Uit de resultaten blijkt dat het particuliere gebruik zo is toegenomen dat universiteiten en andere onderwijsinstellingen, die traditioneel de meest gebruikte toegang tot het net vormden, hun belangrijke positie hebben verloren. Nog maar een kwart van de websurfers, zoals lieden die het web raadplegen worden genoemd, is voor hun faciliteiten afhankelijk van dergelijke instituten.

Voor wat betreft het praktisch nut geven de websurfers de voorkeur aan 'zo maar' wat rondsnuffelen, amusement, het opvragen van documentatie en het lezen van elektronische publikaties als kranten en tijdschriften. Vrouwen blijken iets meer dan mannen de voorkeur te geven aan gerichte informatie en het voeren van discussies. Daarentegen maken ze minder vaak gebruik van het net. Driekwart van de ondervraagden neemt minstens een keer per dag een kijkje op het web. 16 Procent doet dat zelfs meer dan negen keer.

Het gebruik van het web als postorder-service is veel minder gegroeid dan verwacht. Een half jaar geleden dachten gebruikers nog aan een toename van 85 procent op dit gebied, in werkelijkheid ligt de groei op 35 procent. Het on-line kopen en bestellen is daarmee een van de minst gebruikte toepassingen van het web. Als voornaamste reden voor die stagnering wordt de onveiligheid van het betalingsverkeer genoemd, tevens de belangrijkste zorg van Internetgebruikers. Het via elektronische post aan bedrijven afgeven van creditcardnummers wordt algemeen afgeraden omdat niet is uitgesloten dat onbevoegden de gegevens onderscheppen en vervolgens de betreffende rekening plunderen.

Bij het commercieel benutten van de mogelijkheden treedt het opvallende verschijnsel op dat gebruikers het web weliswaar raadplegen om informatie te zoeken over dure artikelen maar daarentegen slechts de goedkope produkten on-line bestellen. Dit bevestigt het beeld dat het websurfen vooral een vorm van windowshoppen is: met de neus tegen de ruit of het beeldscherm wordt verlekkerd gekeken naar allerlei onbetaalbare produkten. Het geld blijft vooralsnog in de - al dan niet digitale - portemonnee.

Meer over