Internet als beste lezer aller tijden

Fictie x fictie = werkelijkheid. Je moet je als schrijver ook eens aan een heuse formule durven wagen. Over verwijzingen naar fictie binnen fictie wilde ik het hebben....

Het begon toen ik Moby Dick van Herman Melville las, een van de krankzinnigste en fascinerendste romans die ooit geschreven zijn. Aan 'de witheid' van de gevreesde walvis wijdt Melville een bizarre beschouwing van ruim tien bladzijden. Regel na regel raak je er meer van doordrongen dat wit iets afgrijselijks is en dat kleuren alleen maar bestaan om die witte verschrikking als 'het knekelhuis' van een opgeschilderde hoer aan het oog te onttrekken. Je knikt ja als Melville een tijger met zijn wrede slagtanden minder eng noemt dan een witte haai of beer.

Dat de albatros ons doffe schrik aanjaagt, las ik, komt niet door Coleridge maar door de spookachtige witheid van deze zeevogel. Melville's overtuigingskracht is zo groot, dat ik dit beaamde voordat ik moest bekennen zijn verwijzing naar de Engelse dichter Samuel Taylor Coleridge (1772-1834) niet te hebben begrepen. Nog geen tien jaar geleden moest je in zo'n geval de bibliotheken in en dan was het maar de vraag of je vond wat je zocht. Maar nu is er internet. Binnen de kortste tijd wist ik dat de albatros zeeschepen volgt als een hond zijn baas. Door The Rime of the Ancient Mariner van Coleridge staat de albatros voor een zware schuldige last of een vloek.

Het lange, verhalende gedicht had ik algauw in uitgeprinte vorm voor me liggen. Het gaat over een zeeman die de schuld krijgt van alle rampen aan boord omdat hij de albatros die het schip volgde, heeft gedood. En passant las ik dat Baudelaire zichzelf in zijn gedicht L'Albatros vergelijkt met een gevangen albatros die op het dek door zijn grote uitgeslagen vleugels machteloos is 'gebannen aan de grond'. En ook dat gedicht had ik eerder op mijn scherm dan uit mijn boekenkast.

Op zoek naar bevestigingen van mijn formule begon ik me te verdiepen in een andere verwijzing naar fictie binnen fictie. Deze verwijzing viel me op in de verfilming van Mansfield Park van Jane Austen, over het straatarme meisje Fanny dat geadopteerd wordt door de gegoede familie Bertram. Ze krijgt te maken met de gedragseisen en omgangsvormen die het burgerlijke leven destijds tot een gevangenis maakten.

In de film leest zij een toepasselijke passage voor uit A Sentimental Journey van Laurence Sterne. De ikpersoon in dat boek hoort een kind 'I can't get out' roepen, maar het blijkt bij nader inzien een gekooide spreeuw te zijn. Het lukt hem niet de kooi te openen. De kreet van die spreeuw blijft hem door het hoofd spelen. Maar hoe ik ook zocht in mijn Wordsworth-exemplaar van Mansfield Park, de passage over het boek van Sterne kon ik niet vinden, ook niet, want ik ben een doorzetter, na elke bladzijde diagonaal gelezen te hebben. Zouden die filmmakers het dan zelf erbij hebben verzonnen? Ik had er inmiddels uren aan besteed. Als ik met mijn stomme kop meteen aan internet had gedacht, zou ik binnen vijf minuten geweten hebben hoe het zat en nog veel meer.

In Mansfield Park wordt helemaal niet voorgelezen, maar moet Maria Bertram, staande voor een gesloten tuinhek, blijkbaar opeens denken aan de spreeuw van Sterne, want ze roept in hoofdstuk tien uit: 'I cannot get out, as the starling said.' Niet alleen deze passage toverde internet meteen op mijn scherm, maar ook het hele boek van Sterne waarin met de zoekfunctie gemakkelijk de passage over die spreeuw te vinden was. En dan vond ik ook nog uitvoerige analyses van deze literaire verwijzing in Mansfield Park waarin geconcludeerd wordt dat de gekooide spreeuw zowel de persoon van Jane Austen als haar werk kernachtig samenvat. Aan het eind van A Sentimental Journey loopt Sterne met ene Maria gelukkig de toekomst in. Ook dat zou Austen gepireerd hebben. En zo gaat het maar door.

Of fictie x fictie werkelijkheid wordt, is een stelling waarop ik het antwoord schuldig blijf. Maar de zoektochten naar literaire verwijzingen op internet leerden me dat de werkelijkheid zich steeds minder achter fictie, en fictie zich steeds moeilijker achter de werkelijkheid zal kunnen verschuilen, want met google en consorten komt het allemaal boven water. Internet is de beste lezer aller tijden, met een megageheugen waar je stil van wordt. Het lijkt op het grote boek waarin God onze zonden bijhield toen hij nog leefde. Zal de hemel al on line zijn?

Meer over