Internationale hulp aan Kenya staat ter discussie in Parijs

De repressie onder de Kenyaanse president Daniel arap Moi is sinds december zodanig toegenomen dat de internationale donoren de voortzetting van niet-humanitaire hulp aan Kenya dienen te heroverwegen....

Reuter, AFP, AP

NAIROBI

De donoren, waaronder de Wereldbank en het IMF, vergaderen vandaag in Parijs. De Verenigde Staten, Duitsland en Japan hebben gewaarschuwd dat ze net als de Scandinavische landen hun steun aan Kenya zullen opschorten, tenzij president Moi ernst maakt met de democratisering.

De mensenrechtenorganisatie Amnesty International stelt vandaag in een rapport vooral het politieke geweld tegen Kenyaanse vrouwen aan de kaak. Amnesty doet evenwel geen politieke aanbevelingen, zoals Human Rights Watch, maar dringt er slechts bij de donoren op aan het Kenyaanse mensenrechtendossier te bestuderen.

Volgens Human Rights Watch lijken 'de financiële toezeggingen, zonder humanitaire voorwaarden, de Kenyaanse regering te hebben aangemoedigd'. Moi zou de beloften die in december 1994 aan Kenya werden gedaan, als 'stilzwijgende instemming' van de internationale gemeenschap hebben beschouwd met zijn terugkeer naar 'repressieve praktijken'. De donoren zouden als 'minimum' van de regering-Moi moeten eisen dat zij de vervolging van etnische groepen, het lastig vallen van de oppositie en de intimidatie van de pers staakt, aldus de Newyorkse mensenrechtenorganisatie.

Als Moi niet wordt gestuit, stevent Kenya af op de vestiging van een federaal systeem dat is gebaseerd op etniciteit, zo vreest Human Rights Watch. In zo'n stelsel zouden de etnische groepen die de oppositie steunen worden gedwongen de provincie Rift Valley te verlaten. In Rift Valley, de economische basis van Kenya, doen zich sinds 1991 etnische spanningen voor die door de regering worden aangewakkerd. Daarbij zouden tot nog toe zeker 1500 doden zijn gevallen en driehonderdduizend bewoners zijn verdreven.

Volgens Human Rights Watch ondermijnt de Kenyaanse regering doelbewust de pogingen van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) om de honderdduizenden verdrevenen naar de Rift Valley, waar president Moi vandaan komt, te repatriëren. Volgens de organisatie zijn grootscheepse aanvallen door het Kenyaanse leger zeldzaam geworden, maar worden de teruggekeerde Valley-bewoners geïntimeerd.

Kenya is sterk afhankelijk van buitenlandse hulp. Toen de niet-humanitaire hulp in 1991 werd opgeschort vanwege de ernstige mensenrechtenschendingen, stortte de Kenyaanse economie in. Het jaar daarop besloot Moi oppositiepartijen toe te staan, waarna de meerderheid van de donoren in 1993 besloot de steun te hervatten. Voor dit jaar werd 800 miljoen dollar toegezegd.

Meer over