Nieuws

Internationaal Strafhof opent per direct onderzoek naar oorlogsmisdrijven in Oekraïne

Normaal gesproken kan de procedure om zo’n strafrechtelijk onderzoek in gang te zetten maanden duren. Wegens de uitzonderlijke situatie in Oekraïne is door 39 lidstaten van het hof om spoed verzocht, opdat militairen en politici die oorlogsmisdrijven begaan ter verantwoording kunnen worden geroepen.

Rob Vreeken
Oekraïense politie-agenten bergen de slachtoffers na de aanslag op de televisietoren in Kyiv van dinsdag 2 maart 2022.  Beeld AFP
Oekraïense politie-agenten bergen de slachtoffers na de aanslag op de televisietoren in Kyiv van dinsdag 2 maart 2022.Beeld AFP

Het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag begint per direct een strafrechtelijk onderzoek naar oorlogsmisdrijven, gepleegd in Oekraïne. Openbaar aanklager Karim Khan heeft dat meegedeeld. Het hof kan individuen van welke nationaliteit dan ook vervolgen die zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdrijven, misdaden tegen de menselijkheid of genocide.

Khan kan meteen met zijn onderzoek beginnen doordat 39 lidstaten van het hof hem dat hebben verzocht. Daarom hoeft hij niet eerst toestemming te vragen aan de speciale kamer van het hof die doorgaans eerst de noodzaak en wenselijkheid van het openen van een strafzaak beoordeelt. Die procedure kan maanden duren. Tot de 39 landen behoren alle EU-lidstaten, Canada, Zwitserland, Colombia en Costa Rica.

Tekort aan geld en mankracht bij het strafhof

Sinds 2015 liep bij het ICC al een zogeheten voorlopig onderzoek naar in Oekraïne gepleegde oorlogsmisdrijven. De voorganger van Khan, Fatou Bensouda, was in december 2020 tot de conclusie gekomen dat in Oekraïne oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid waren gepleegd en dat een strafrechtelijk onderzoek wenselijk zou zijn.

Die stap zette Bensouda vervolgens echter steeds maar niet, wat haar op kritiek kwam te staan. Volgens haar heeft het strafhof een groot gebrek aan geld en mankracht, waardoor het openen van een strafrechtelijk onderzoek moeilijk was.

Khan krijgt nu te maken met hetzelfde probleem. Maar gezien de dramatische ontwikkelingen in Oekraïne en de reactie daarop van de internationale gemeenschap, ligt het voor de hand dat lidstaten van het hof de buidel zullen trekken om het Oekraïne-onderzoek mogelijk te maken. Khan deed daartoe vorige week al een oproep.

Jurisprudentie

Het onderzoek is formeel niet tegen Rusland gericht: Khan opent ‘de zaak-Oekraïne’. Ook Oekraïense militairen en anderen die tegen de Russische troepen vechten, kunnen worden vervolgd wegens oorlogsmisdrijven. Ook politici die opdracht hebben gegeven tot misdrijven kunnen worden vervolgd, als hun verantwoordelijk kan worden bewezen. Daarmee komt uiteraard op de eerste plaats de Russische president Vladimir Poetin in beeld.

Jurisprudentie daarvoor is opgebouwd door het Joegoslavië-Tribunaal. Dat introduceerde het concept van de ‘joint criminal enterprise’, voor een politieke samenzwering van Servische leiders om delen van het voormalige Joegoslavië met geweld etnisch te zuiveren. De rechters achtten bewezen dat de Bosnisch-Servische leiders Radovan Karadzic en Ratko Mladic daaraan hadden deelgenomen.

Voor de Servische president Slobodan Milosevic was dat lastiger te bewijzen. Een finaal oordeel hebben de rechters nooit kunnen geven, omdat Milosevic’ strafzaak voortijdig werd beëindigd na zijn overlijden in 2006.

Het leek erop dat zijn verantwoordelijkheid in de Kosovo-oorlog (1999) eenvoudiger te bewijzen was dan die in Kroatië en Bosnië en Herzegovina. In de zaken tegen Karadzic en Mladic stelden de rechters tien jaar na het overlijden van Milosevic vast dat er ‘geen bewijs was dat Milosevic heeft deelgenomen aan het verwezenlijken van het gezamenlijk misdadig doel’.

Misdrijven op het slagveld

Het onderzoek van Khan zal zich richten op misdrijven die daadwerkelijk op het slagveld zijn gepleegd. Voor het abstractere ‘misdrijf van agressie’, dat bij wijze van spreken gepleegd wordt aan het bureau van de hoogste leiders, heeft hij in dit geval geen rechtsmacht.

Het ‘misdrijf van agressie’ werd in 2018 wel toegevoegd aan het statuut van het hof. Op grond van een speciale regel is dit echter alleen te gebruiken tegen lidstaten van het hof, tenzij de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties anders besluit (maar dat zal Rusland niet toestaan).

Oekraïne en Rusland zijn niet bij het hof aangesloten. Khan ontleent zijn bevoegdheid in deze aan het besluit van de Oekraïense regering, in 2015 al, om de rechtsmacht van het ICC te erkennen voor alle internationale misdrijven gepleegd op Oekraïens grondgebied vanaf 20 februari 2014. Dat was de periode van de Maidan-protesten, de gevechten in de Donetsk en de Russische bezetting van de Krim. Sindsdien liep het voorlopig onderzoek.

Precedent

Dat een zittende president door het ICC wordt aangeklaagd, heeft een precedent. In maart 2009 vaardigde het strafhof een arrestatiebevel uit tegen de Soedanese president Omar al-Bashir, nadat de aanklager een aanklacht tegen hem had opgesteld wegens misdrijven gepleegd in Darfur.

De 123 lidstaten van het strafhof hebben in zo’n geval de plicht de verdachte aan te houden zodra hij op hun grondgebied komt. Dit kan echter niet worden afgedwongen. Bashir bezocht na 2009 diverse bij het ICC aangesloten landen, zonder te worden gearresteerd. In 2019 werd hij afgezet bij een militaire staatsgreep. Bashir wordt in eigen land vervolgd, maar de regering heeft tevens het ICC toegezegd dat hij zal worden overgebracht naar Den Haag.

Toestemming van de Veiligheidsraad heeft aanklager Khan niet nodig voor zijn Oekraïne-onderzoek. Een (in theorie mogelijk) besluit van de Veiligheidsraad om zijn onderzoek op te schorten, zal ongetwijfeld stuiten op veto’s van de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk.

Meer over