Intens, vies hard & meedogenloos

Hoe de subgenres van de harde rock ook heten, Roadburn blijft de hoogmis van emotionele uitputting en blij zweet.

De genrevorming in de harde muziek; gek word je er weleens van. Is het nu late sludge of vroege screamo? Space- of krautrock? Crust punk? Death? Hoe aangenaam is het als op Roadburn, de jaarlijkse zwarte mis voor de donkerste muzieksoorten, een band opstaat die niet is verdwaald in het netwerk van subgenres, die zich niet onder een lemma van het stijlboek laat indelen maar zich verheft met overdonderende en universele rock, die je in je nekvel grijpt en langzaam afdaalt langs je ruggengraat.

Uit IJsland kwam de band Sólstafir overgevaren naar Tilburg, en nu eens niet op het bootje van de 'viking metal'. Op de tweede dag van het vierdaagse Roadburn speelden de vier Scandinaviërs een memorabele set van bijna twee uur, waarna de toeschouwers die zo wijs waren geweest al die tijd te blijven hangen elkaar aankeken met een verzadigde en gelukzalige blik: wij zijn erbij geweest.

Sólstafir klokt per nummer gerust een kwartier of langer. De opbouw is episch: in lange lijnen vertellen de snoeiharde gitaren het verhaal en wordt een sonische schutting opgetrokken waarover zanger/gitarist Aðalbjörn Tryggvason in geëxalteerde en smekende, soms onvaste stem zijn refreinen gooit. De ene climax golft over de andere heen, opgestuwd door de bassist-met-vlechtjes Svavar Austmann, en bij ieder nummer kruipt dat euforische rockgevoel omhoog, die sensatie waar we het ook op Roadburn toch allemaal voor doen. En Sólstafir speelt dus liedjes - kom er maar eens om in de doom, sludge of metal - zoals het intense en zwaarmoedige Fjara dat je na een keer live luisteren niet meer wilt en kunt vergeten.

Slachtoffers

Kapot waren we, na die twee uur. Sólstafir leverde een emotionele uitputtingsslag en die maakte dus ook in de band slachtoffers. Na afloop hing bassist Austmann stukgespeeld tegen een muurtje aan de Veemarktstraat, naast het nieuwe Roadburnpodium Het Patronaat. Trillende handen, sigaretje rollen.

Met dit prachtconcert voldeed Roadburn aan een van de belangrijkste voorwaarden voor een vierdaags genrefestival. Het publiek moet in ieder geval één band ontdekken. Opwinding ontstond natuurlijk ook voor het hoofdpodium, de steeds stampvolle grote zaal van podium 013, bij de godfathers uit het doomgenre The Obsessed, of bij de psychedelische stonerband Sleep, die gitaar en bas oorverdovend liet resoneren onder een filmisch spacedecor.

De Amerikaanse doomband Yob leverde een zinderende show af: alweer met zo'n razende dialoog tussen zoemende bas en ploegende gitaar. Hier bewees Roadburn zich weer eens als een festival dat het beste in een band naar boven kan halen. Yob, dat in normale omstandigheden al blij zou zijn met een publiek van een paar honderd man in een klein poppodium, speelde in 013 voor meer dan tweeduizend blije rockers, in zwetende laagjes opgestapeld tot boven de balkons.

Experimentele heaviness kon worden gewogen in de kleinere zalen van 013 en in de tot prachtig podium omgebouwde kerk Het Patronaat, dat na de teloorgang van het Tilburgse Midi Theater dienst deed als tweede grote podium van Roadburn. Black metal van bands als Tombs en het Belgische Alkerdeel, een band die zegt zich te laten inspireren door de duivel en erotische reclameborden, versmolt met elektronica en postpunk, maar bleef gelukkig ook vies hard en meedogenloos. In deze bands klonk de echo door van de Canadese band Voivod, gastcurator op Roadburn 2012 en een band die zelf in de jaren tachtig grenzen slechtte tussen metal, punk en progressieve rock.

Dat Roadburn in de nichemarkt voor heavy muziek na zeventien edities nog altijd een flinke omzwerving waard is, bewees de publiekssamenstelling bij het festival: volk van over de hele wereld, zwaar behaard en in het uniform van leer en metalshirtjes, plus bandleden die na hun eigen optredens zelf met een blokkenschema in de hand door de zalen trokken. Het is inmiddels een bekend gegeven op Roadburn: backstage is geen bal te beleven, geen artiest die zich daar langer dan noodzakelijk wil ophouden. Voor de podia moet je wezen, voor een snelle glimp van bands met namen als fantasyromans: Necro Deathmort, Valient Thor, The Wounded Kings, Dark Buddha Rising. Iemand nog zin in Dopethrone?

Geluidsmonument

Roadburn 2012 voelde als een monument voor de vorige week overleden Brit Jim Marshall (1923-2012), de 'father of loud' en maker van de Marshall gitaarversterker. Op ieder van de vier podia stonden ze in batterij opgesteld: de versterkers die de heavy muziek hebben vormgegeven. Want geen versterker die een zo fijne overdrive heeft en de gitaar zo gemeen kan vervormen als de Marshall. De gitarist Slash (ex-Guns N' Roses) liet na het overlijden van Marshall optekenen: 'Jim's dood markeert het einde van een zeer luid en kleurrijk tijdperk.'

Handig klein stijlboek:

De meest gehoorde genres op Roadburn 2012.

Stoner - Trage rockgroove in woestijnzand, gedowntunede gitaren. Stijlicoon: Kyuss.

Doom - Ook traag en uitermate somber, de betere depressierock. Stijlicoon: Black Sabbath.

Funeral doom - Zeer, zéér verdrietige en langzame doom (zie boven). Stijlicoon: Funeral.

Black metal - Riffende en gitzwarte metal rond heidense thema's en krijsende vocalen. Stijlicoon: Bathory.

Industrial - Elektronisch experiment met industriële noise. Stijlicoon: Throbbing Gristle.

undefined

Meer over