Instapprijs 2000 euro

Nederlandse coutureshows zijn 'een heerlijk society-gebeuren', waarop de roddelbladen nog maanden kunnen draaien. maar de dagelijkse pRAktijk is veel nuchterder....

Viktor & Rolf uitgezonderd, hebben de Nederlandse modeontwerpers die moderne, vernieuwende, internationaal georiënteerde kleren maken, het zwaar. Ieder seizoen lijkt weer een duo het te moeten opgeven. Maar de Nederlandse couture, de couture die in Ne derland gemaakt wordt voor Nederlandse vrouwen, is springlevend.

Na het afscheid van Frank Govers en Max Heymans leek het erop dat alleen Edgar Vos, Frans Molenaar, Sheila de Vries en Mart Visser het oude ambacht nog zouden blijven uitoefenen, maar inmiddels bestaat de kern van de vaderlandse couture weer uit zes in Am ster dam gevestigde ontwerpers. Molenaar (62), Visser (34, ooit begonnen bij Frans Molenaar), De Vries (53), Edgar Vos' voormalige coupeur en opvolger Paul Schulten (37), Monique Collignon (40) en Ronald Kolk, ooit coupeur voor Frank Govers en Mart Visser en sinds twee ënhalf jaar trotse eigenaar van een salon, bescheiden gevestigd net buiten het centrum ('mijn leeftijd zetten we er maar niet in').

Ze maken feestjurken, trouwjurken, en doen 'de moeder van de bruid', de Nederlandse couturiers. Ze hebben gouden zaken gedaan tijdens wat Mart Visser omschrijft als 'dat Willem-Alexander en M xima-verhaal.' 'W t een avondjurken, ik heb rekken bij moeten kopen.' En mantelpakken maken ze, veel mantelpakken, of, tegenwoordig erg geliefd bij werkende vrouwen, broekpakken.

Hun vaste klanten zijn oude rijken als Hank Heijn, die van huis uit gewend zijn zich in couture te kleden, goed boerende zakenvrouwen, en vrouwen-van. Rentokil-directeur Rob Mulder neemt zijn vrouw Ursila twee keer per jaar vanuit België mee naar de salon van Frans Molenaar in de Amsterdanse Jan Luijkenstraat om daar een paar mantelpakken uit te kiezen, waarna ze gezellig uit eten gaan: 'Wij zijn heel traditioneel. Ik verdien het geld, zij maakt het op. Ditmaal worden het er zeker vier.'

Ronald Kolk, wiens uitbundige feestjurken (thema dit seizoen: circus) een klein beetje doen denken aan die van Frank Govers, zegt veel vrouwen 'uit de joodse gemeenschap' over de vloer te krijgen. 'Die hebben nog veel grote feesten, met grote avondtoiletten. Over het algemeen zijn de feesten van nu heel anders. De mensen die de feesten geven, zijn groot geworden in het hiphoptijdperk.'

Sheila de Vries claimt heel beroemd vrouwelijk Nederland te bedienen. 'Ik heb ze allemaal binnen. Ze hebben allemaal bij mij de bruidsjurk besteld, en ze zijn allemaal klant gebleven. Nee, ik noem geen namen. Dan vergeet ik er vast een paar, en bovendien: ik ben 28 jaar bezig en hoef me niet meer waar te maken. Men belt aan, men komt binnen op mijn naam, ik ontwerp leuke dingen. Wat wil een mens nog meer?'

De enige vrouwen die niet bij de Nederlandse couturiers komen zijn de heel jonge vrouwen. Kolk, met teleurstelling in zijn stem: 'Die gaan gewoon naar de pc. Die willen zichtbaar een Gucci aan.'

De shows van de Nederlandse couturiers zijn complete avondjes-uit. Ze duren lang Sheila de Vries vestigde met haar laatste show een nieuwe record van ruim vijf kwartier, met als gevolg dat al lang voor de opkomst van de exotische bruid her en der op de elegante, maar oncomfortabele gouden stoeltjes geklaagd werd over rugpijn en als je wilt, kun je er vooraf en achteraf uren doorbrengen. Er zijn drankjes van tevoren, en champagne na. Bij Frans Molenaar gaan de schalen met bitterballen (1400 zijn er altijd, vier voor elke gast) rond tot de laatste op is. Wie zich afvraagt waar je zo'n couturepak nou zou moeten dragen: daar dus.

Het publiek varieert enigszins wat ouder en deftiger bij Molenaar, wat blonder en meer dierenprint bij De Vries, wat, eh, uitbundiger bij Visser maar overal zijn de bekende Neder landers: soapsterren, actrices, Cees Dam met vrouw, Estelle Gullit met visagist Leco, Gerard Joling, Ans Markus, Hans Klok. Alleen bij Frans Molenaar zitten ze niet vanzelfsprekend op de eerste rij. Daar geldt: wie het meest koopt, zit vooraan.

Nederlandse coutureshows zijn vooral, in de woorden van Mart Visser 'een heerlijk society-gebeuren', waarop de roddelbladen nog maanden kunnen draaien. Of zoals Chazia Mourali, in Mart Visser-corset op de eerste rij bij Visser uitroept: 'Wat héérlijk dat jullie nou eens niet willen weten met wie ik ben, maar wat ik aanheb!' Met name de shows van Vis ser, die vaak laat eindigen in de bar van het Hil ton, zijn beroemd. Steeds meer klanten verkiezen daarom de rustige, persvrije middagshow.

Stylisten en modepers zie je weinig bij de shows. Dat komt: Nederlandse couture gaat niet over mode. Niet over trendsettende mode, en meestal ook niet over trendvolgende mode. De combinatie van zware oogschaduw en rode lippenstift geldt in de internationale modewereld al meer dan tien jaar als volstrekt not done, bij de najaarspresentaties van Nederlandse couturiers, vorige maand in Amster dam, zag het nog volop.

Maar dat stoort geen mens, net zomin dat het iemand iets kan schelen dat de schouders van de enorme jassen van Mart Visser en zijn broeken met extreem wijde pijpen eerder in de jaren tachtig thuis lijken te horen, of dat de jasjes van Sheila de Vries veel te ruim gesneden zijn voor deze tijd. Hoe groter, hoe breder, hoe meer versierd, hoe harder het applaus. Nederlandse coutureklanten zitten niet te wachten op grote modische verschuivingen, ze willen niet door een ontwerper aan het denken worden gezet over het vrouwof het wereldbeeld. En dus verandert er, op een enkel detail na, weinig in de collecties. De vrouw die al jaren door de Nederlandse couturiers wordt neergezet, is een wat harde vrouw. Streng en zakelijk overdag, en bijna overdreven glamorous 's nachts.

Ook de manier van presenteren is behoorlijk standaard. Een catwalk, popmuziek bij de dagkleding, zware operamuziek bij de avondjurken. Modellen die pirouettes maken en elegant zwaaien met hun armen. Paul Schulten deinst er zelfs niet voor terug een model op z'n jaren vijftigs een keer met jasje en vervolgens nog een keer met het jasje in de hand het plankier op te sturen. Hoewel hij met grote pruiken, torenhoge naaldhakken, een tasje met in strass het telefoonnummer van zijn salon erop en, met dank aan Lapaay Cosmetics, zeer overvloedig aangebrachte make-up, als enige Nederlandse couturier een beetje humor en relativering in zijn presentatie weet te brengen. 'Lopende Barbiepoppen' moesten zijn modellen zijn. Onze fotograaf dacht in eerste instantie dat hij naar travestieten keek.

Overigens is de laatste collectie van Frans Mole naar, vooral geliefd bij mantelpakdragende dames van zekere leeftijd, voor zijn doen behoorlijk hip. Naast bont veel zwart leer (zelfs verwerkt tot een jumpsuit), en veel pakken met een broek in plaats van een rok, jockeypetjes in plaats van de grote, klassieke hoeden, voor het eerst in zijn carrière los haar. 'Ik weet niet wat er met Frans is', zegt schilderes Ans Markus (tweede rij), 'maar hij is anders dan anders. Frivoler. Zou hij verliefd zijn?' Estelle Gul lit (vrouw van Ruud, ook tweede rij), die zich graag op de Neder landse modeshows laat zien, maar zich liever in dure Franse of Itali aan se confectie kleedt, is zeer gecharmeerd van het leer. Niettemin: ook Frans Molenaar is geen Dior of Gucci. Zoals Ronald Kolk zegt: 'Mo de? Viktor & Rolf maken mode.'

Is de Nederlandse haute couture echte haute couture?

De kleren worden op maat gemaakt, en in principe wordt ieder ontwerp maar een keer verkocht, maar in Nederlandse couturehuizen wordt niet met de hand genaaid, zoals bij de grote Franse couturehuizen, en de voeringen zijn niet van zijde. De mantelpakjes kosten geen tienduizenden euro's, maar zo ergens tussen de 2000 euro (instapprijs bij Monique Collignon) en 8000 euro (voor een royaal met sabelbont afgezet exemplaar bij Frans Mole naar).

De ontwerpen zijn nooit alleen geschikt voor een kleine maat. Sterker nog: ze komen op de catwalk vaak korter, breder en slechter zittend over dan ze zijn, omdat ze allemaal gemaakt worden in een maat 38, terwijl ook de Nederlandse modellen meestal een lange 36 hebben. Een kledingstuk in een gemiddelde maat 38 kun je tenminste nog verkopen in Nederland, zonder dat het helemaal opnieuw gemaakt moet worden.

Ronald Kolk mag graag graag een beetje opscheppen over die ene klant die 'constant bij de De Rothschildts aan tafel zit in mijn prachtige couture' maar, zegt hij: 'Nederlandse couture is in de eerste plaats praktisch. Je zal wel moeten. Bij ons moet ieder stuk worden verkocht. Daar eten wij van.' Kolk heeft de taillelijn van zijn broeken daarom steevast 4 centimeter boven de navel. Ook weer tegen elke trend van de laatste jaren in, maar zo glijdt een broek ook mooi over de bij veel Neder land se vrouwen voorkomende 'tweede taille' heen, die zich ergens op heuphoogte bevindt. Gevolg hiervan was wel dat bij zijn eerste shows de kruisen van de broeken wel heel erg laag hingen bij de modellen, iets waarvoor hij inmiddels een oplossing heeft bedacht.

'Je kunt het niet vergelijken met Parijs', zegt Frans Molenaar. 'John Galliano verkoopt zijn Dior-accessoires wereldwijd, die maakt couture om daarvoor aandacht te vragen. Parijse couture is eigenlijk heel commercieel. Wij ontwerpen voor de klant, vrouwen die houden van prachtig gemaakte kleren die iets voor hen doen. Moet ik dan met een hesje van kralen aankomen? Het stadium van experimenteren is voor mij wel voorbij.'

Zegt Paul Schulten: 'Ik heb een maatkledingbedrijf. Ik lever maatwerk met een vleugje glamour. Van soberheid zijn mijn klanten niet gecharmeerd. Ik ben geen kleermaker, ik maak alleen dingen vanuit mijn eigen visie en zal niet zomaar een Chanel-jasje namaken, maar je moet wel realistisch zijn.'

Als directe concurrentie ziet hij de duurdere, klassieke confectie: Valentino, Escada. 'Die zitten ook in dezelfde prijsklasse. Maar bij die merken is het soms moeilijk slagen voor Nederlandse vrouwen. Cha nel houdt op na maat 38/40, Italiaanse jasjes hebben geen buste. In feite ben ik heel internationaal bezig: mijn klanten reizen veel, en ze weten dat ze het ook bij Ungaro kwijt kunnen. Maar je kunt jezelf niet op het level zetten van de Parijse couture. Daar is hier de infra structuur niet voor. En we hebben geen vrouwen die anderhalve ton te besteden hebben. En als je dat wel hebt, ga je gewoon naar Parijs.'

Er zijn maar tweehonderd vrouwen op de hele wereld die zich kleden in de Parijse haute couture. Paul Schulten zegt honderd tot honderdvijftig klanten te hebben, Mart Visser honderd klanten die ten minste een keer per jaar iets kopen. Frans Molenaar zegt zestig vrouwen te hebben die elk seizoen bij hem bestellen. En dat doen ze gretig. De mededeling aan het begin van de show van Frans Molenaar 'de salon is morgen weer om twaalf uur geopend' is eigenlijk overbodig. 'Som mi ge vrouwen komen voor een preview, en dan nemen ze er vier tegelijk. Of ze komen na de show even backstage: wil je daar een briefje op hangen?

'Cees van der Hoeven (Ahold-topman, red.) gaf tegelijk met mijn show een groot verjaardagsfeest, dus een aantal klanten kon niet komen. Voor hen heb ik later nog een kleinere presentatie gedaan. Die pakken met bont, ze trokken ze uit elkaars handen. In twee weken tijd heb ik voor 200.000 euro verkocht. En dan heb ik nog lang niet iedereen gehad. Er zijn ook vrouwen die zeggen: ik ben nu nog even naar Marbella, maar kom als ik terug ben nog even langs.' Re ces sie? Ach, welnee. 'Mensen die rijk zijn speculeren niet, die zijn gewoon rijk.'

Mart Visser 'ik heb vrouwen die helemaal blind varen op wat ik doe' is tegenwoordig zes dagen per week open en verhuist binnenkort naar een nieuw, vier verdiepingen tellend gebouw tegenover het Stedelijk Mu seum in Amsterdam, in dezelfde straat waar ooit het modehuis van Meta Struycken gevestigd was, die begin jaren negentig een poging deed modieuze couture te brengen. Twee salons komen er in het door Diederik Dam ingerichte pand, een geheel koperen hal met elektrische gordijnen. 'Je drukt op een knopje en hup, een paskamer.' Visser gaat zomer 2004 zelfs komen met waar iedere andere couturier van droomt: naast de tassen-, een schoenenen een badlijn die hij al heeft, hangt dan zijn damesconfectielijn in de winkels. 'Alsof het zo moest zijn zat ik bij een diner naast Pascal Zant man, die G-Star en Turnover groot heeft gemaakt.'

Niettemin: ook hij moet voorlopig bedrijfskleding blijven ontwerpen, de bron van inkomsten die maakt dat de Neder land se couturiers kunnen blijven draaien. Zo als Paul Schulten zegt: 'Als je met couture quitte draait, is dat heel knap. Onze kleren gaan maar één keer over de kop.' Zelfs Sheila de Vries moet het tegenwoordig van bedrijfskleren hebben: de confectielijn die ze verkocht via een Ameri kaanse homeshopping-zender ligt sinds 11 september 'op z'n billen'.

Frans Molenaar weet zijn roem het best uit te buiten, ook buiten de mode: hij doet niet alleen bedrijfskleding en mannenconfectie, maar ook, onder andere, een speciale Ford Ka en binnenkort een 'moederfiets' voor Sparta, relatiegeschenken, glas, 'en ik heb iets leuks bedacht voor Blokker: een lap om borden mee te verwarmen'.

Aandacht daarmee begint het allemaal voor coutureklanten. Door de couturier zelf of een charmante assistente ontvangen worden in een mooie salon, iets te drinken erbij, geen andere klanten in de buurt, schoenen en tassen onder handbereik om het af te maken. Omstandig kunnen uitleggen waarvoor je de jurk nodig hebt. Nog een paar keer terug mogen voor een passing, iets mee naar huis nemen waarvan er maar één is gemaakt. 'Je kunt wel naar Leeser of MaxMara gaan, maar daar word je tegenwoordig zo onaardig behandeld', zegt Frans Mo le naar. 'Een vrouw vindt het fantastisch als ze herkend wordt. Wij hebben alle tijd. De eerste afspraak duurt sowieso een uur. Ik zeg altijd: je moet iedereen behandelen als de koningin.'

Van Mart Visser is bekend dat hij van alle klanten bijhoudt hoe zij en hun mannen de koffie gebruiken, en dat hij contact met ze opneemt als hij een stof heeft gekocht die goed bij haar past. 'Het is goed voor de positionering. Maar als je niet aan de slag kunt met iemand met een scheefstand, red je het natuurlijk niet.'

De ultieme aandacht is natuurlijk dat er kleren worden gemaakt met jou in gedachten. Sylvia Tóth kon het gebloemde zijden mantelpak in haar lievelingskleur blauw van Frans Molenaar niet weerstaan, en die beige robe-manteau, denkt hij, gaat vast naar Gretta Duisen berg. (Een week later blijkt dat ze hem inderdaad heeft gekocht, 'zonder dat ik iets heb gezegd'). Ook mogelijk: een speciaal ontworpen creatie. 'Een collectie is niet meer dan een voorstel voor een garderobe', zegt Paul Schulten. 'Als een klant komt, schakel je helemaal op haar in, je zoekt als het ware naar haar pincode. Soms maak je zelfs iets bij een set schoenen en een tas die iemand net heeft gekocht.'

Meer over