Instapje, Opstapje, Opstapje-Overnieuw

Twee maanden na de gemeentelijke noodkreet blijkt het geduld van de Rotterdammers op. Massaal stemmen ze op de protestlijst van Leefbaar Rotterdam....

door Janny Groen

In de Rotterdamse wijk het Oude Noorden struikel je over de projecten. Allochtone bejaarden, probleemjongeren - op elke categorie worden programma's losgelaten. Toch protesteren bewoners steeds luider tegen de onleefbaarheid van hun wijk. Een nieuwe strategie moet samenhang in de projecten brengen. 'Zoveel organisaties, weten die wel van elkaar wat ze doen?'

Verplichte opvoedcursussen voor ouders met criminele kinderen, Intensieve Trajectbegeleiding, de avondklok, schooladoptieagenten. Veiligheid is een belangrijk verkiezingsthema. Voorstellen, in repressieve en preventieve zin, tuimelen over elkaar heen. 'Daar gáán we weer, denk ik dan', zegt Ellen Prins, opbouwwerker in de Rotterdamse achterstandswijk het Oude Noorden. Politici overschreeuwen elkaar, bieden tegen elkaar op, toveren nieuwe programma's uit de hoed. Prins: 'Maar waar is de samenhang?'

Haar werkterrein is verworden tot een grabbelton van criminaliteits- en leefbaarheidsprojecten. Aan politieke aandacht heeft het de wijk, waar staatssecretaris Karin Adelmund van onderwijs opgroeide, nooit ontbroken. Van alles is geprobeerd, maar zelden zijn projecten grondig geëvalueerd.

Wie wandelt door het Oude Noorden struikelt bijna over de projecten. Het onlangs opgeknapte Pijnackerplein beschikt over vaste tafeltennistafels, een basketbalveldje, een muziektent en een heuse pleinregisseur, die waakt over speelgoed dat wordt uitgeleend aan kansarme kinderen.

In de hele wijk staan Duimdropjes, containers met uitleenspeelgoed. Voor de oudere jeugd zijn er containers met spelmateriaal. Zijn straten en pleinen smerig, dan moeten de jongeren eerst vegen voordat ze materiaal mogen lenen. Er zijn wijkgebouwtjes met activiteiten voor de jeugd. Zoals Het Klooster, dat amechtig probeert probleemjongeren van de straat te houden. Het biedt ruimte aan allochtone meiden voor huiskamergesprekken, helpt, via het jongerenuitzendbureau Afterschool, met zoeken van 'zakgeld-baantjes', enzovoorts.

Al die projecten, al die moeite, al decennia lang. En toch, bekent de gemeente eind december in de folder Werken aan een veiliger Rotterdam, 'heeft de aanpak van de afgelopen jaren niet het beoogde resultaat opgeleverd. Er werd wel hard gewerkt, maar het doel is niet bereikt'.

Bijna masochistisch stelt het stadsbestuur: 'In de stad is sprake van een toenemend gevoel van onveiligheid. Bewoners protesteren steeds luider tegen onveiligheid en onleefbaarheid in hun wijk. Van de overheid worden geen woorden maar daden verwacht om de stad veiliger te maken. Mensen willen nu eindelijk resultaten zien.'

Nauwelijks twee maanden na publicatie van deze noodkreet blijkt het geduld van de Rotterdammers op. Massaal stemden ze op de protestlijst van Leefbaar Rotterdam. Ellen Prins volgde thuis de verkiezingsavond op televisie. 'Oh jee, dacht ik 's avonds om tien uur toen de resultaten bekend werden gemaakt. Gaat de nieuwe aanpak nu nog wel door?'

Prins was net enthousiast betrokken geraakt bij een strategie die uit Amerika is komen overwaaien en in vier achterstandswijken in Nederland wordt uitgeprobeerd. CtC: Communities that Care. Preventie is het hoofddoel, gestoeld op gedegen wetenschappelijk onderzoek.

En daaraan ontbreekt het in Nederland, ondervond Maria Pannebakker, die vanuit het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW) de CtC-experimenten coördineert. In Amerika is preventie een wetenschap, hier niet. Als eerste stap voor de vier pilots, die sinds twee jaar draaien in Rotterdam, Amsterdam, Zwolle en Arnhem, stelde het NIZW een gids samen met preventieprojecten in de domeinen gezin, school, jeugd en wijk. Tegelijkertijd is geprobeerd het woud aan projecten op resultaat te toetsen.

Dat bleek geen sinecure: er is weinig inzicht in de effectiviteit van de programma's. Een greep uit de vele initiatieven, in het 'domein gezin': Moeders informeren Moeders, Home-Start, Gezins-Interactie Training, Instapje, Opstapje, Opstapje-Opnieuw, Overstap, Opvoeden: zo verder!, Stap Rond, Praten met kinderen, Drukke kinderen, Opstandige kinderen.

Van slechts twee projecten in de CtC-gids kon wetenschappelijk worden vastgesteld dat ze werken. Piramide en Kaleidoscoop, beide gericht op kinderen van vier tot acht jaar en bedoeld om leerachterstanden weg te werken. 'Dat wil niet zeggen dat andere projecten niet deugen. We weten het gewoon niet. Het is niet onderzocht', zegt Pannebakker.

Van de vier pilotwijken, het Oude Noorden in Rotterdam, Zwolle-Zuid, Presikhaaf-West in Arnhem en Amsterdam-Noord zijn, op basis van zoveel mogelijk harde data, wijkprofielen gemaakt. 'We hebben geprobeerd te achterhalen wie wat doet in de wijk. En wat nog niet wordt opgepakt', zegt Rob van den Hazel die namens het Programmabureau Veilig CtC in het Oude Noorden coördineert.

'We hebben de risicofactoren in beeld gebracht, zoals conflicten in het gezin, gebrek aan binding op school, de verkrijgbaarheid en het gebruik van wapens, drugs, alcohol. Maar ook keken we naar beschermende factoren: een stevige band met familie en school, gezonde opvattingen over waarden en normen.'

Er is een preventieteam opgericht, dat een samenhangende strategie voor de probleemwijk heeft opgesteld en probeert daarvoor zoveel mogelijk instellingen te enthousiasmeren.

Elke instelling moet enige autonomie inleveren en bereid zijn een gezamenlijke strategie voor de hele wijk te ondersteunen. Dat geldt voor scholen, buurthuizen, kerken, GGD, de kinderbescherming, de politie. De medewerking van scholen is cruciaal. 'Op de scholen hoef je niet te rekenen', reageert Francine Sandijck tijdens een vergadering van het preventieteam. 'Veel instellingen zijn enthousiast, blijken wel behoefte te hebben aan een integrale benadering. Maar het malaisegevoel bij de scholen is immens.'

Ze somt op: er zijn geen leraren te vinden, lesuren vallen uit, ruiten worden ingegooid, witte leerlingen verdwijnen. Schoolhoofden hebben te veel aan hun hoofd om tijd in CtC te steken.

De meeste scholen in het Oude Noorden schetsen een beeld van ontreddering. Begin jaren zeventig was het betrekkelijk rustig in de wijk. De allochtone leerlingen, uit Spanje en een enkele Chinees, waren nog wel in de hand te houden. Het schoolhoofd stond elke morgen buiten op de stoep, kende iedere leerling. Zag er op toe dat de boel niet vervuilde. Eén schoolhoofd had een schop bij de hand om hondenpoep in de goot te kunnen scheppen. Kraakhelder moest de school zijn. Want vervuiling was de schuld van de buitenlanders, wist de buurt.

Kwam een allochtoon kind niet opdagen, dan haalde het schoolhoofd het hoogstpersoonlijk thuis onder de douche vandaan. Begin jaren tachtig kwam de stroom Marokkaanse Berber-gezinnen op gang en met hen slopen achterstanden en probleemgedrag de school binnen.

De laatste jaren moet de school alles wat niet deugt in de maatschappij oplossen en vooral wat ontspoort in de achterstandswijk. Door gebrek aan goed personeel kan het schoolbestuur het lesprogramma nauwelijks overeind houden. Intussen klopt de ene na de andere instelling aan met projecten: opvoedcursussen voor ongeletterde moeders, rugzak-1 en rugzak-2, brede school/2e thuis, schooladoptieagenten, cool down.

'We zullen de scholen voorlopig met rust moeten laten', stelt Van den Hazel spijtig vast. 'Ze worden al overvraagd, worden er gek van. We kunnen pas naar hen toe als we iets concreets te bieden hebben.' Als ze zien dat we snoeien in de projecten en samenhang in de strategie wordt gebracht, groeit de belangstelling wel, meent opbouwwerker Prins.

Prins zit ruim elf jaar in het vak en schrok van de hoeveelheid programma's, toen ze ruim een jaar geleden in het Oude Noorden kwam werken. 'Zoveel organisaties, dacht ik. Weten die wel van elkaar wat ze doen? Vertillen we ons niet collectief aan al die problematiek?'

Het Oude Noorden kent een hoge werkloosheid (circa 15 procent), een laag opleidingsniveau (41 procent minder dan voorbereidend beroepsonderwijs) en telt meer dan honderd nationaliteiten, die in de winkelstraten van hun commerciële ambities getuigen. In de Zwart Janstraat wedijvert de Turkse bakker met de Toko Meer Zorg (voor al uw rijsttafelprodukten). Kadija Mode met Amrani Fashion. Zhong Shan Chinese Medical Center, Cafe Bar Fantuzi, kapsalon New Style Marhaba, Fieja Candyshop, Alwarad juwelier, de Voordeelslager (varkensfricandeau in de aanbieding) en de coffeeshop schreeuwen om aandacht.

Onder dat exotische vernis schuilt een heftige sociale problematiek. Het gemiddelde bruto-inkomen van een gezin in het Oude Noorden is 15.450 euro (het landelijk gemiddelde is 22.700). De cito-scores blijven achter, het schoolverzuim is relatief hoog, evenals de criminaliteit. Bij een enquête in 1999 waardeerden de bewoners het onderdeel 'veilig op straat 's avonds' met het rapportcijfer 4.6.

Begin dit jaar werd de 19-jarige Marokkaan Ibrahim el Mourabit neergeschoten bij het verlaten van een coffeeshop in de Zaagmolenstraat. Hij volgde een opleiding als winkelassistent en wordt alom omschreven als een getapte en goedlachse jongen. 'Hij was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats', meent Lesley, jongerenwerker in het wijkcentrum Het Klooster.

Het incident heeft de Marokkaanse jongeren wakker geschud, zegt Lesley. 'Ze zien nu ook hoe onveilig hun wijk is. Willen protesteren tegen coffeeshops in de buurt van scholen en woningen. Zo worden jongeren veel te vroeg geconfronteerd met drugsgebruik, met dealers.' Volgens Lesley hebben de jongeren zelf contact gezocht met de deelraad.

Opbouwwerker Prins ziet in het initiatief van de Marokkaanse jeugd een signaal dat 'de tijd rijp is voor een wijkbrede aanpak'. De jongeren willen zich inspannen voor het klimaat in de wijk. Goed is dat CtC niet alles tegelijk overhoop wil halen, zegt ze, CtC stelt prioriteiten. Vijf risicofactoren zijn geselecteerd. Per risicofactor wordt een organisatie of groep aangewezen die het voortouw neemt. Prins: 'Die Marokkaanse jongeren kunnen worden betrokken bij het waarden- en normenprobleem.'

Enthousiasme genoeg bij de betrokkenen in het Oude Noorden. Ze warmen zich aan het CtC-succes in de VS, waar honderden steden de strategie hebben overgenomen. De gouverneur van Pennsylvania heeft CtC zelfs in de hele staat geïntroduceerd.

Toch is coördinator Van den Hazel er nog niet gerust op. 'In het huidige verkiezingsklimaat scoort de harde aanpak', zegt hij. 'Wij moeten het hebben van geduld. CtC is een langetermijnstrategie. Dat is niet sexy.'

Meer over