Inspirerend, arm, uniek

Deze maand is het 300 jaar geleden dat tsaar Peter de Grote besloot in een moeras zijn nieuwe hoofdstad te vestigen....

Door Corine de Vries

St.-Petersburg is een schizofrene stad. De kanalen, paleizen, lanen en 19de-eeuwse herenhuizen vormen een decor voor een groots toneelstuk dat speelde in een ver verleden. Surrealistisch en wonderbaarlijk. 'Petersburg is met geen enkele andere stad te vergelijken', zegt journalist en voormalig dissident Lev Loerje. 'Onbestemd, gefrustreerd, uniek. Mateloos inspirerend voor kunstenaars en intellectuelen. Ik hoop dat ze zo blijft tot mijn dood.'

Deze noordelijke stad met haar midzomernachtzon en aardedonkere, ijskoude winters heeft altijd iets paradoxaals gehad. De vergezichten langs de Neva-rivier zijn oogverblindend, met het barokke Winterpaleis, de gouden pieken van de admiraliteit en de sobere Petrus en Paulus-vesting. Vele beroemde Russische schrijvers en dichters woonden in St.-Petersburg: Poesjkin, Dostojevski, Gogol, Achmatova, Blok en Brodsky.

Maar de stad heeft ook een duistere zijde. Door de eeuwen heen waren de bewoners getuige van vervolgingen, epidemieën, politieke moorden, revoluties en de Duitse belegering die 900 dagen duurde, waarbij een miljoen burgers om het leven kwamen.

Deze maand is het precies driehonderd jaar geleden dat tsaar Peter de Grote besloot in een onherbergzaam moeras zijn nieuwe hoofdstad te vestigen. De stad moest progressief en Europees worden, 'een raam naar het Westen' voor het middeleeuwse, orthodoxe Rusland.

De geboorte van de stad was een nachtmerrie. De tsaar had geen geduld en joeg de bouwers op. Ze werden bij tienduizenden vanuit het hele land aangevoerd. Er was voor hen geen onderdak, en de stad werd geteisterd door overstromingen. Dertigduizend dwangarbeiders stierven aan scheurbuik, tyfus, honger en uitputting. St.-Petersburg is niet alleen gebouwd op palen - naar voorbeeld van Amsterdam - maar ook op beenderen.

Onder de ijdele tsarina Elizabeth I en de progressieve Catherina de Grote verrezen talloze paleizen en kerken van de hand van de Italiaanse architecten Trezzini, Rastrelli en later Rossi. De schilderijenverzameling van Catherina vormt nu de basis van de drie miljoen kunstwerken in het museum Hermitage, het oude Winterpaleis met zijn 1500 kamers en 117 trappenhuizen.

Deze elegante hoofdstad van het tsaristische imperium ontpopte zich in de 19de eeuw tot broeinest van onvrede. Maar na de revolutie lieten de bolsjewieken hun bakermat al snel links liggen. In 1918 riep Lenin Moskou uit tot hoofdstad van de Sovjet-Unie. St.-Petersburg, dat toen sinds 1914 Petrograd heette en in 1924 werd omgedoopt in Leningrad, schoof naar het tweede plan. Intellectuelen werden, meer nog dan elders in het land, vervolgd, verbannen of geëxecuteerd. Sinds 1991 heet de stad weer St.-Petersburg ('Pieter' voor de meeste Russen). Maar het minderwaardigheidsgevoel ten opzichte van het financiële en politieke centrum Moskou blijft voelbaar.

Als het aan president Vladimir Poetin ligt, krijgt zijn geboortestad veel van haar oude grandeur terug. Eind mei komen 45 staatshoofden uit de hele wereld hier het 300-jarig jubileum vieren. Het wordt een besloten feestje, alle hotels zijn volgeboekt en het vliegveld is gesloten voor de normale lijnvluchten. En voor die tijd moeten alle paleizen, musea, pleinen, lanen en huizen in het centrum zijn gerestaureerd. Daarvoor heeft de Russische regering 1,3 miljard dollar gereserveerd.

Voor de burgers van St.-Petersburg zijn de festiviteiten grotendeels mislukt. Zij zouden twee cadeaus krijgen: een rondring om het verkeer in de stad te ontlasten, en de heropening van de noordelijke metrolijn, die al sinds 1975 gesloten is. Beide projecten zijn vanwege corruptie en bestuurlijke ruzies nog lang niet voltooid.

Of de wereldleiders wel een ideale sprookjesstad te zien krijgen, is vier weken voor hun komst nog onzeker. De halve stad staat in de steigers. Paleizen en kerken zijn onherkenbaar verpakt in een dikke laag plastic. Duizenden schilders, beeldhouwers, stratenmakers en restaurateurs zijn dag en nacht in touw.

De vraag is of zij bezig zijn met een grondige restauratie of dat het hier gaat om een Potjomkin-opknapbeurt: een laag make-up op de gebouwen, die het in ieder geval moet houden tot de festiviteiten van deze zomer zijn voltooid. (Grigori Potjomkin was een minnaar van Catherina de Grote, die façades van dorpen liet opzetten om de Habsburgse keizer Josef II te imponeren.)

Architectuurhistoricus Alexej Leporc, verbonden aan de Hermitage en de Europa-universiteit, zal het antwoord op deze vraag tijdens een stadswandeling geven. Maar eerst wil hij zijn grootste ergernis kwijt. 'Iedereen heeft het alleen maar over renoveren van St.-Petersburg. De stadsarchitect en de gemeente zijn oerconservatief, er is geen enkele ruimte voor moderne architectuur. Op die manier heeft een stad geen toekomst.' En wat de restauratie betreft: de paleizen en kerken in het centrum worden wel degelijk grondig gerenoveerd, zegt hij. 'Sommige monumenten zijn al jaren in restauratie.'

Maar voor de meeste gebouwen langs de VIP-routes, bijvoorbeeld van het vliegveld naar het centrum, ontbreekt geld en tijd voor een grondige aanpak. Leporc: 'Veel gevels die in de winter snel geverfd zijn, beginnen nu alweer af te bladderen.'

De manege van het Izmailovski-regiment uit 1820 is volgens hem een goed voorbeeld van de Potjomkin-aanpak. Deze voormalige kazerne van de beroemde tsaristische legereenheid was niet veel meer dan een ruïne, volgestort met bouwafval. In de jaren zeventig was de sloop al in gang gezet, maar die werd gestaakt toen ontdekt werd dat Lenin hier ooit een toespraak gehouden heeft. De gevels aan de voor- en zijkant zijn nu weer bijna als nieuw. Dakdekkers en ramenzetters zijn druk in de weer. Maar aan de achterkant van het gebouw puilen de stenen uit de gevel. Door een kapotte deur is een laag schroot, bakstenen en puin te zien van zeker drie meter hoog.

De tweede vraag die de gemoederen in St.-Petersburg bezig houdt, is of de restauratie op tijd klaar zal zijn. Leporc: 'Dat is onmogelijk. Een stad waar vijf miljoen mensen wonen, kun je niet in een paar maanden even oppoetsen. Maar Russen presteren het beste in chaos en onder tijdsdruk. Het zal er in ieder geval op het oog uitzien alsof alles is afgerond.'

Leporc heeft veel kritiek op de volgens hem conservatieve restauratie van de paleizen. 'Alles wordt in originele staat teruggebracht. Het Stroganov-paleis van Rastrelli uit 1750, dat al sinds mensenheugenis groen-wit was, is nu weer lichtroze. Dat is onlogisch in deze stad. Pastelkleuren zijn hier na een paar weken smerig.'

Ander voorbeeld van de volgens Leporc bizarre manier van restaureren is het Michaëls-paleis, waar de werkzaamheden nog in volle gang zijn. Dat was donkerrood, maar wordt nu lichtoranje. 'Natuurlijk gaan we het redden. We hebben geen keus', zegt Natalja Bachareva met een nerveus lachje. Ze is als historisch onderzoekster betrokken bij de restauratie van dit paleis, ook wel Ingenieurspaleis genoemd. Het staat op de officiële lijst van gebouwen die eind mei klaar moeten zijn.

De achthoekige binnenplaats staat nog in de steigers, de tuin moet nog worden aangelegd, de slotgracht is nog niet volledig gedempt en in drie zalen werken veertig schilders en beeldhouwers 24 uur per dag om de ornamenten en beschilderingen op de plafonds op tijd te voltooien. Op 27 mei zal een officiële delegatie, vermoedelijk onder leiding van premier Kasjanov, dit paleis heropenen.

Paul I liet het Michaëls-paleis eind 18de eeuw bouwen omdat hij niet bij zijn gehate moeder Catherina de Grote in het Winterpaleis wilde wonen. In 1801 werd Paul hier vermoord, nadat hij veertig dagen had geregeerd. Het kasteel werd vervolgens gebruikt als opleidingsinstituut voor ingenieurs. In de sovjet-jaren waren er diverse kantoren in gehuisvest.

'Maar nu moet alles weer worden zoals het was vlak na de oplevering', zegt Bachareva. Ze laat ons trots een rococo-trapportaal van namaakmarmer zien, dat aan de hand van de eerste bouwtekeningen is gereconstrueerd. Restanten waren er niet; het was sinds 1830 talloze malen overgeverfd. 'Hier zijn we maandenlang mee bezig geweest.'

Ook de slotgracht, die in 1820 werd gedempt omdat hij onfunctioneel en onhygiënisch was, moet eind mei weer in oude staat zijn hersteld. 'De terugkeer van zo'n doodlopende, stinkende gracht is een idiote geldverspilling', zegt Leporc.

'Datzelfde geldt voor de inrichting van het paleis. De originele meubels bevinden zich in de Hermitage. Maar dat geeft niets aan de andere paleizen terug omdat Russische musea weigeren samen te werken. De Hermitage leent de spullen alleen korte tijd uit om er kopieën van te maken, en vervolgens verdwijnt alles weer in de opslag.'

Ook bij de nieuwe bestemming van het paleis zet Leporc vraagtekens. 'Het zal als expositieruimte worden toegevoegd aan het Russisch museum. Naast een tsaristische portrettengalerij weet niemand nog wat er precies zal worden geëxposeerd. En de gemeente komt nu al geld tekort om alle musea te onderhouden.'

St.-Petersburg heeft veel te veel musea, beaamt ook journalist Lev Loerje. 'Te veel musea, te veel bibliotheken, te veel vrije tijd en te weinig geld. Mij bevalt dat wel. De gemiddelde Petersburger is drie keer armer dan een Moskoviet, maar wij brengen betere rockmuziek, betere literatuur en poëzie voort. Net als bijvoorbeeld Ierland en Latijns-Amerika heeft St.-Petersburg een unieke combinatie van armoede, cultuur en vooruitstrevendheid.'

Meer over