Nieuws

Inspectie: reformatorische school Gomarus moet ook homoseksuele leerlingen een veilig gevoel geven

Biedt de Gomarus Scholengemeenschap in Gorinchem en Zaltbommel een veilige omgeving voor alle 1.700 leerlingen – dus ook voor de leerlingen die worstelen met homoseksuele gevoelens? Die vraag stond woensdag centraal tijdens een kort geding dat de reformatorische school aanspande tegen de Inspectie van het Onderwijs. Gomarus eist een verbod op de publicatie van een kritisch rapport.

De Gomarus Scholengemeenschap in Gorinchem. De school eist een verbod op het kritische rapport van de onderwijsinspectie. Beeld ROBIN UTRECHT
De Gomarus Scholengemeenschap in Gorinchem. De school eist een verbod op het kritische rapport van de onderwijsinspectie.Beeld ROBIN UTRECHT

Dat rapport kwam er nadat NRC Handelsblad dit voorjaar acht homoseksuele oud-leerlingen van de school had geïnterviewd. Ze vertelden vrijwel allemaal dat ze waren uitgescholden op school. Een docent zou homoseksualiteit ‘een psychische ziekte’ hebben genoemd. In de schoolboeken stond dat homoseksualiteit ‘een gruwel in de ogen van God’ is.

Ook werden drie leerlingen in 2016 gedwongen hun geaardheid bekend te maken. Een van hen herinnerde zich de woorden van een zorgcoördinator, toen de school er lucht van had gekregen dat ze een relatie met een meisje had: ‘Je kan kiezen: of jij vertelt het, of wij doen dat.’ Haar ouders bleken al bij de balie van de school te staan.

Goed op orde

Na de publicatie besloot de onderwijsinspectie een onderzoek te doen naar de sociale veiligheid op de school. Dat onderzoek is inmiddels afgerond, maar Gomarus probeert publicatie te voorkomen. De school is het oneens met een aantal passages. In de rechtbank in Den Haag stelde advocaat Arjan Klaassen dat de Gomarus ‘anno 2021 een veilige school is, die haar zaken aantoonbaar bovengemiddeld goed op orde heeft, juist ook op het gebied van sociale veiligheid’.

De inspectie is het daar niet mee eens. Natuurlijk, de school wordt door het overgrote deel van de leerlingen als veilig ervaren, zei landsadvocaat Jannetje Bootsma tijdens de zitting. Maar er zijn uitzonderingen. ‘Voor leerlingen met vragen over hun seksuele identiteit of geaardheid moet de school meer doen om ook voor hen een sociaal veilige schoolomgeving te bieden.’

Dat geldt zeker voor een school met een reformatorische grondslag, aldus de landsadvocaat. Homoseksualiteit ligt in streng-christelijke kringen nu eenmaal gevoelig, waardoor veel homoseksuele leerlingen flink worstelen met hun geaardheid. ‘Zij zullen mogelijk beducht zijn voor de gevolgen als hun geaardheid in de gemeenschap bekend wordt. De wetgever verlangt van het bestuur van de school dat het heeft doordacht hiermee om te gaan. Bij Gomarus is dat niet het geval.’

De inspectie verwijt het schoolbestuur dat het te laat op de hoogte was van de in NRC genoemde incidenten en dat de incidenten er niet toe hebben geleid dat het bestaande beleid is geëvalueerd en aangepast. Zo zeiden leraren tegen de inspecteurs dat ze nog altijd niet weten wat ze met een homoseksuele leerling aanmoeten. Ook bestaat er nog steeds een beleidsnotitie die stelt dat ouders ingelicht moeten worden als een leerling een homoseksuele relatie aanknoopt.

Dode letter

De school noemde die passage uit de notitie woensdag in de rechtszaal ‘een dode letter’. Er worden geen ouders ingelicht. Ook stelt advocaat Klaassen dat de school al veel doet om homoseksualiteit bespreekbaar te maken. Zo zijn er mentorlessen en biologielessen waarin homoseksualiteit aan de orde komt en er zijn cursussen en studiedagen mentoren, vertrouwenspersonen en teamleiders . ‘Het beleid voldoet’, aldus Klaassen, ‘meer dan aan de basale zorgplichtnorm.’

Verder verwijt de school de inspectie de incidenten uit 2016 niet goed te hebben onderzocht. Zo zouden het geen drie losse gevallen zijn, maar één casus waarbij drie leerlingen betrokken waren die mee zouden gaan op een buitenlandse excursie.

Een directeur maakte zich grote zorgen over hun veiligheid en de onderlinge contacten die ze hadden’, zei bestuursvoorzitter Chris Flikweerd in enigszins omfloerste bewoordingen. ‘Hij vroeg of hij die met de ouders kon bespreken. We wilden niet dat dingen in het buitenland verkeerd zouden gaan. De gesprekken verliepen niet helemaal zoals het zou moeten, maar de geaardheid van de leerlingen stond niet prominent op de voorgrond.’

De voorzieningenrechter doet op 7 september uitspraak.