Nieuws

Inspectie: onzorgvuldige werkwijze Taskforce heeft mogelijk geleid tot onjuiste asielbesluiten

De Taskforce die onder grote politieke druk meer dan 15 duizend achterstallige asielaanvragen moest wegwerken, heeft snelheid boven zorgvuldigheid laten prevaleren. Hierdoor zijn mogelijk onjuiste beslissingen genomen.

Irene de Zwaan
 Werkzaamheden in het Hazemeijer-complex in Hengelo waar het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) toestemming heeft gekregen een noodopvang voor honderd vluchtelingen in te richten.  Beeld Vincent Jannink / ANP
Werkzaamheden in het Hazemeijer-complex in Hengelo waar het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) toestemming heeft gekregen een noodopvang voor honderd vluchtelingen in te richten.Beeld Vincent Jannink / ANP

Dit concludeert de Inspectie voor Justitie en Veiligheid in haar onderzoek naar de werkzaamheden van de Taskforce. De bevindingen zijn vrijdag met de Tweede Kamer gedeeld.

De Inspectie heeft gedurende een jaar gesproken met dertig medewerkers en leidinggevenden bij de Taskforce. Ook zijn cijfers over de voortgang van de afhandeling geanalyseerd. Deze ‘expliciete monitoring’ was noodzakelijk, vond de Inspectie, omdat ‘werken onder druk risico’s met zich mee kan brengen voor een zorgvuldige afhandeling van dossiers’.

Dwangsommen

De Taskforce kreeg in het voorjaar van 2020 de politieke opdracht om in een periode van negen maanden de achterstanden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) weg te werken. Dat er zo’n haast achter zat, had te maken met de kosten van de vertragingen, die in de miljoenen liepen.

Asielzoekers van wie hun aanvraag niet binnen de wettelijke termijnen was afgehandeld, konden via een dwangsomregeling een schadevergoeding eisen bij de overheid. De regeling werd afgeschaft met de belofte van demissionair staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Asiel) dat alle nieuwe aanvragen voortaan op tijd zouden worden weggewerkt. De oprichting van de Taskforce zou dit volgens haar mogelijk maken.

De Inspectie stelt nu vast dat de Taskforce er – ruim een jaar later dan gepland – in is geslaagd om de achterstallige aanvragen grotendeels af te handelen, maar dat bij de werkwijze ‘nadrukkelijk kanttekeningen’ te plaatsen zijn.

Die hebben in de eerste plaats te maken met zorgvuldigheid. De Taskforce bestond grotendeels uit onervaren uitzendkrachten, die na een stoomcursus van twee weken werden geacht complexe asieldossiers te doorgronden. Dit bleek niet realistisch te zijn. De IND zag zich daarom genoodzaakt meer ervaren medewerkers in te zetten dan vooraf was beoogd.

Het gevolg was dat de immigratiedienst minder tijd kon besteden aan nieuwe asielaanvragen, waardoor ook daar weer achterstanden ontstonden. De bestuurlijke chaos zorgde er uiteindelijk voor dat ook medewerkers van de Taskforce definitieve besluiten op asieldossiers hebben genomen, terwijl de afspraak was dat alleen ervaren IND’ers dit mochten doen.

‘Door deze werkwijze is het risico aangegaan dat onjuiste besluiten zouden worden genomen’, aldus de Inspectie. Of dit daadwerkelijk het geval is, kan de Inspectie niet vaststellen. Dat is aan de rechter.

Onrealistische beloftes

Een andere belangrijke conclusie die de Inspectie trekt, is dat de Tweede Kamer ‘niet met gepaste openheid’ is geïnformeerd over de knelpunten. Pas in november 2020 werd aan de Kamer medegedeeld dat het niet zou lukken om alle achterstanden voor het einde van dat jaar weg te werken, terwijl dit op basis van de cijfers al veel eerder kon worden vastgesteld. De nieuwe deadline van medio 2021 werd wederom niet gehaald.

De bevindingen sluiten aan bij de conclusie die adviesbureau EY eerder al trok: dat de IND steeds politieke beloftes maakt zonder die waar te kunnen maken.

De Inspectie is van mening dat een ‘ad hoc instrument als de Taskforce ongeschikt is om bij te dragen aan de flexibiliteit van de asielketen’. Er zou veel meer gezocht moeten worden naar structurele oplossingen, door middel van stabiele financiering en het vasthouden van ervaren personeel, ook in tijden dat de asielinstroom terugloopt.

‘Je moet zorgen voor een voldoende robuuste organisatie die fluctuaties van de asielinstroom kan oplossen zonder dat er tot extra maatregelen moet worden overgegaan’, zegt inspecteur-generaal Henk Korvinus.

Het onderzoek van de Inspectie heeft geen directe consequenties voor de IND, omdat de Inspectie op het gebied van asiel geen handhavingsbevoegdheden heeft. ‘Onze taak bestaat uit toezicht houden en waar nodig onze zorgen uiten’, aldus Korvinus. ‘Dit zullen we blijven doen.’