Inkomen specialist nergens hoger

Nergens ter wereld verdienen medisch specialisten meer dan in Nederland. Een groter aantal moet de inkomens drukken...

Amsterdam De inkomens van medisch specialisten moeten omlaag, en daarom moet het aantal specialisten omhoog. Minister Ab Klink van Volksgezondheid overweegt daartoe de toelating tot medische opleidingen te versoepelen of zelfs vrij te geven. Dit voorjaar vroeg hij zijn belangrijkste adviesorgaan, de Raad voor Volksgezondheid & Zorg, hierover advies.

Eerder kwamen de specialisteninkomens al in het nieuws toen minister Klink bekendmaakte dat in 2008 maar liefst 400 miljoen te veel aan hen was betaald. De Orde van Medisch Specialisten houdt het op 180 miljoen, maar beide zijn het erover eens dat het een fout van het systeem is die zo snel mogelijk moet worden verholpen.

Ook als dat ‘foutje’ is hersteld, blijven de Nederlandse specialisten de best betaalde artsen ter wereld. Volgens een publicatie van de rijke-landenclub OESO van december vorig jaar verdienden de Nederlandse specialisten in 2004 gemiddeld 290 duizend dollar. Zelfs hun collega’s uit de Verenigde Staten kwamen niet in de buurt: zij verdienden gemiddeld 236 duizend dollar. Luxemburgse specialisten verdienden 219 duizend dollar, Franse 144 duizend en Finse 76 duizend. In Nederland verdienen medisch specialisten 7,5 keer zo veel als de gemiddelde beroepsbevolking. In de Verenigde Staten – bekend om zijn enorme inkomensverschillen – is dat maar 5,5 keer zo veel.

De toestroom van medicijnenstudenten wordt ingedamd door een numerus fixus. Nu worden per jaar 2.850 eerstejaars geneeskundestudenten toegelaten – dubbel zoveel als rond 1980. Maar het aantal belangstellenden ligt drie keer zo hoog.

Victor Slenter is directeur van het Capaciteitsorgaan – een organisatie die in 1998 werd opgericht om de capaciteit van medische opleidingen te reguleren. Hij betwijfelt of de minister zijn doel kan bereiken door de numerus fixus af te schaffen.

De minister bepaalt wel het aantal studenten dat wordt opgeleid tot basisarts, zegt hij, maar hij heeft niets te zeggen over het aantal studenten dat uiteindelijk tot specialist wordt opgeleid. ‘Daar gaan de specialisten zelf over, de wetenschappelijke verenigingen van elk specialisme.’

Sommige specialismen werpen een drempel op voor nieuwe collega’s, tegen de wil van de minister. Volgens Slenter gebeurt dat onder meer bij de oogheelkundigen. ‘Maar de meeste specialismen willen juist aanwas’, zegt hij. ‘Specialisten zijn niet alleen bezig zo veel mogelijk geld te verdienen. Ze willen vooral de werkdruk verminderen, en dus moeten er meer collega’s komen.’

Nu al kost de opleiding van medisch specialisten de belastingbetaler een miljard per jaar. Als er drie keer zo veel studenten zouden komen, zou dat systeem onbetaalbaar worden. Minister Klink vraagt daarom ook advies over een nieuwe financieringsstructuur. Het zal er waarschijnlijk op uitdraaien dat studenten meer moeten meebetalen.

Directeur Slenter van het Capaciteitsorgaan is niet verrast dat de numerus fixus ter discussie wordt gesteld. Dat heeft hij in aangrenzende landen vaker zien gebeuren. ‘Maar het is voor het eerst dat afschaffing van de toelatingsbeperking wordt overwogen om het inkomen van specialisten te drukken. Andere landen deden dat om de keuzevrijheid van studenten te vergroten, of om de zorg te verbeteren.’

Het OESO-rapport van december suggereert een sterk verband tussen aantal specialisten per hoofd van de bevolking en de hoogte van het inkomen. Het noemt Nederland als ‘treffendste voorbeeld’: het laagste aantal specialisten per hoofd van de bevolking, en de hoogste inkomens per specialist. Maar Slenter wijst erop dat de OESO zelf dat verband ‘niet statistisch significant’ noemt.

Meer over