Initiator van het euthanasiedebat is verliefd op het leven

Als advocaat stond hij aan de basis van veel belangrijke jurisprudentie over euthanasie. Na een adempauze van acht jaar - hij had even genoeg van 'altijd weer dezelfde koppen' - staat Eugène Sutorius weer midden in de discussie....

Toen de Groningse verpleegkundige Jet van der Weerd in 1993 via de vakbond vernam dat advocaat Eugène Sutorius haar wilde verdedigen, besefte ze dat haar zaak van groot maatschappelijk belang moest zijn. De naam van Sutorius was toen al verbonden aan tal van rechtszaken over medische ethiek en levensbeëindiging.

Van der Weerd had een dierbare vriend die aan aids leed op diens uitdrukkelijk verzoek en onder verantwoordelijkheid van de huisarts een dodelijke injectie gegeven. Juridisch gezien interessant, vond de advocaat: de positie van verpleegkundigen bij euthanasie was immers onduidelijk.

Nog voordat haar hoger beroep diende, had Sutorius alweer drie nieuwe geruchtmakende zaken te voeren: die van psychiater Chabot, die een diep ongelukkige vrouw hielp te sterven, en die van gynaecoloog Prins en huisarts Kadijk die beiden het leven beëindigden van een ernstig gehandicapt pasgeboren kind. Hij ontlokte er belangwekkende jurisprudentie mee.

Op het moment dat eind jaren negentig de euthanasiewet werd ingediend, was Sutorius uitgegroeid tot hét aanspreekpunt over het onderwerp levensbeëindiging. Hij gaf lezingen voor medici en werd veelvuldig geraadpleegd door artsen die met een euthanasieverzoek worstelden. Hij kreeg buitenlandse tv-ploegen op bezoek, die hem schaamteloos vroegen of hij niet een dokter kende met een patiënt die diezelfde week nog dood wilde, zodat er gefilmd kon worden.

Na ruim vijftien jaar nam hij afstand van het euthanasiedebat ('Altijd weer dezelfde koppen en dezelfde verhalen') en werd hij hoogleraar strafrecht in Amsterdam. Acht jaar lang hield hij zich afzijdig. Sinds een week is hij als nieuwe voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) terug bij het onderwerp dat hem na aan het hart ligt.

Hij kan meteen aan de slag, gezien de verregaande uitspraken van de Italiaanse minister Giovanardi, die zeker blijkt te weten dat in Nederland massaal gehandicapte baby's worden omgebracht en die de Nederlandse euthanasiewetgeving met nazi-praktijken vergeleek. Sutorius heeft de Groningse kinderartsen die een protocol ontwierpen voor levensbeëindiging bij ernstig gehandicapte pasgeborenen, gevraagd de minister uit te nodigen voor een werkbezoek.

'Ik betaal. Laat het ziekenhuis een persbericht rondsturen over de uitnodiging. Dan is het wachten op een openlijke weigering, want die minister komt niet. Dat is wat me zo boos maakt. Dat hij eerst een paar miljoen Europeanen de gordijnen in jaagt over ons euthanasiebeleid, maar zich nergens van op de hoogte stelt.'

Typerende uitspraak voor de man die door zijn omgeving wordt omschreven als inspirerend, energiek en zeer gevat. Juriste Esther Pans, die binnenkort bij Sutorius promoveert op het euthanasiebeleid, gaat geregeld met hem mee naar lezingen en verbaast zich er elke keer weer over hoe hij een volle zaal voor zich weet te winnen. 'Hij heeft een rijke manier van vertellen.'

Hij weet anderen te boeien en nodigt zelf ook uit tot praten, zegt zijn neef, huisarts Philip Sutorius. Die weet nog dat Sutorius ooit bij hem aankwam met een taxi en toen nog een kwartier in de auto voor de deur zat te praten met de taxichauffeur. 'Ik vroeg hem waarover. O, over het leven, zei hij.'

Publicist Hans van Dam, die tal van rechtszaken bijwoonde waarin Sutorius optrad, roemt diens geweldige pleidooien. 'Voor het wetstechnische deel verwijs ik u naar mijn pleitnota, zei hij dan tegen de rechter, en dan begon hij met zijn verhaal, uit het hoofd.'

Advocaat Dirk-Jan Bender noemt Sutorius 'een man met onvolprezen kwaliteiten en een uitermate scherp verstand'. Met Bender en een derde compagnon begon Sutorius eind jaren zeventig, na zijn studie rechten, een klein advocatenkantoor. Er was net genoeg geld om in het Gelderse Dieren de serre van een gescheiden makelaarsvrouw te huren. Sutorius: 'Dan keken we uit het raam en vroegen elkaar: zie jij al iemand komen?' Het kleine kantoor groeide snel en fuseerde in de jaren negentig met Derks Star Busmann tot een van de grotere advocatenkantoren van Nederland.

Bender herinnert zich uit hun gezamenlijke beginperiode vooral faillissementen en strafzaken. Sutorius verdedigde daarnaast nogal wat dienstweigeraars, een groep waartoe hijzelf ook behoorde. 'Mijn beslissingsvrijheid over het doden van een mens wilde ik niet uit handen geven', verdedigt hij veertig jaar later zijn besluit. Een besluit waarmee met name zijn vader het moeilijk had. Zijn ouders zaten jaren in een Jappenkamp, zijn vader vocht in het KNIL.

Dienstweigeraars waren voor Sutorius 'overtuigingsdaders', mensen die de wet bewust overtraden omdat ze hun eigen principes hoger achtten. Toen de eerste dokter zich bij hem meldde, in 1982, zag hij onmiddellijk een parallel. De Alkmaarse huisarts Piet Schoonheim had het leven beëindigd van een 95-jarige vrouw die al jaren leed onder haar ernstige lichamelijke aftakeling. 'Ik heb het gedaan, zei hij. En hij wilde verantwoording afleggen. Ik vond dat interessant.'

Met Sutorius aan zijn zijde vocht de huisarts door tot aan de Hoge Raad. 'Hij toonde zich zeer betrokken bij de zaak', zegt Schoonheim, terugblikkend. Die inzet heeft tot een doorbraak in het euthanasiedebat geleid, aldus de arts. Het Schoonheim-arrest uit 1984 was de eerste uitspraak van de Hoge Raad over euthanasie: daarin werden voorwaarden vastgelegd die een kleine twintig jaar later wettelijk zouden worden bekrachtigd.

Met Schoonheim was de naam van de Arnhemse advocaat in de medische wereld gevestigd. 'Hij had niet meteen een mening klaar, ik voelde me bij hem in goede handen', zegt verpleegkundige Van der Weerd. 'Een absoluut onafhankelijke geest', aldus Philip Sutorius. 'Hij heeft principes zonder die anderen op te dringen. Dat is heel elegant.'

Medisch-ethische onderwerpen bleken Sutorius op het lijf geschreven. 'Hij gaat graag de diepte in', zegt oud-kantoorgenoot Bender. Veel jurisprudentie, zegt Bender, is aan hem te danken. 'Want het is niet de Hoge Raad die de rechtspraak maakt, het zijn de advocaten die de argumenten aandragen waarop de Raad reageert.'

De toetsingscommissies voor levensbeëindiging bij pasgeboren ernstig gehandicapte kinderen, waarvoor Sutorius tien jaar geleden al pleitte in de zaken van gynaecoloog Prins en huisarts Kadijk, zijn er onlangs gekomen. Normen voor verpleegkundigen, speerpunt in de zaak-Van der Weerd, zijn in een handboek vastgelegd.

Alleen zijn neef Philip Sutorius, de huisarts die in 1998 de levensmoede oud-senator Brongersma hielp te sterven, kon hij niet meer verdedigen omdat hij toen al geen advocaat meer was. 'Maar hij heeft me op de achtergrond terzijde gestaan', zegt Sutorius. 'Sinds mijn zaak hebben we een hechte vriendschap.'

Advocaat Bender was niet verrast toen Sutorius voor het hoogleraarschap koos. 'Er zit iets onrustigs in zijn aard, hij zoekt steeds nieuwe uitdagingen.' Opmerkelijk was het wel, omdat de advocaat nooit is gepromoveerd.

Op de universiteit ligt zijn kracht bij het onderwijs, zegt Edgar du Perron, decaan van de rechtenfaculteit. 'Hij is zeer populair bij de studenten.' Aan onderzoek, erkent Du Perron, heeft hij de afgelopen jaren echter amper gedaan en gepubliceerd heeft hij nauwelijks. Dat is een minpunt, klinkt het onder collega-academici, want wie niet kan worden geciteerd, laat in de wetenschap ook geen sporen na.

Tweede kritiekpunt: Sutorius is zeer lastig te bereiken, chaotisch in zijn planning en komt steevast te laat. Vooral vervelend voor wie van hem afhankelijk is, zoals studenten of promovendi. Esther Pans: 'Je moet assertief zijn wil je tot hem weten door te dringen.' Neef Sutorius: 'Hij kan erg moeilijk nee zeggen, maar voelt bij iedere nieuwe afspraak dat hij al een overvolle agenda heeft en organiseert vervolgens niet goed.' Toch vergeeft iedereen hem dat altijd weer, zegt Pans.

Afgelopen weekeinde vertrok Sutorius met zijn vrouw naar China, voor de wereldreis die ze als twintigers al wilden maken.

'Hij is verliefd op het leven', zegt Philip Sutorius over zijn neef. 'Hij wil er echt alles uithalen. Als we bij elkaar komen, gebeurt er altijd iets leuks. Hij is geïnteresseerd in wat anderen beweegt en haalt daar dingen uit voor zichzelf.'

Alleen zijn overstap naar de rooms-katholieke kerk heeft Philip Sutorius nooit kunnen bevatten. Ook anderen in zijn omgeving keken vreemd op toen Sutorius zich halverwege de jaren tachtig met zijn hele gezin liet dopen. Wat moest een man met zulke vooruitstrevende ideeën over euthanasie met de kerk?

Sutorius sprak er een avond over bij kardinaal Simonis thuis. 'Een boeiende uitwisseling', herinnert hij zich. 'Jammer dat je zulke extreme opvattingen moet verdedigen, zei Simonis. Ach, hij heeft zijn rol te spelen en ik de mijne.'

Natuurlijk is hij het niet eens met veel kerkstandpunten, zegt hij. Maar hij ging niet voor de ethiek, hij ging voor de rituelen: de liturgie, de kloosters, de kathedralen. 'Ik ben blij met het leven en daar wil ik voor danken. In Nederland wordt alles beoordeeld naar zijn ethische waarden. Maar hoe wij goed handelen, daar gaat de kerk niet over. Al vindt de kerk zelf van wel.'

Kortgeleden heeft hij zelf een wilsverklaring opgesteld. Ingegeven door zijn aanstaande reis en het voorzitterschap van de NVVE. 'Wat ik precies wil aan het einde van mijn leven, daar heb ik me de afgelopen jaren niet erg mee bezig gehouden. Ik moest ook de tijd vinden om te bedenken wat ik belangrijk vind.'

Vanaf de zomer gaat hij nog slechts een dag in de week aan de slag als hoogleraar, speciaal belast met talentenbeleid. Daarnaast wordt hij drie dagen per week raadsheer aan het Arnhemse Hof. Een terugkeer in de advocatuur lijkt daarmee van de baan en dat is jammer, zegt publicist Van Dam. De zaken rond levensbeëindiging die na zijn vertrek speelden, werden door verschillende advocaten behartigd en niet altijd even goed, meent van Dam. 'Een tweede Sutorius is er nooit gekomen. Daar heeft de euthanasiepraktijk last van.'

Meer over