Ingrijpen valt of staat niet met woord 'genocide'

Het VN-rapport over Darfur werd vooral beoordeeld op het G-woord: genocide. Daarvan lijkt nog geen sprake. Maar verlost dat de VN van de plicht tot ingrijpen?...

Van onze buitenlandredacteur Rob Vreeken

Vooral vanwege het G-woord werd met spanning uitgekeken naar het rapport van de commissie-Cassese, die in opdracht van VN-chef Kofi Annan onderzoek deed naar het geweld in de Sudanese provincie Darfur.

Zou de commissie genocide vaststellen, zo zoemde het rond in de wereldpers, dan zou de internationale gemeenschap 'verplicht' zijn militair in te grijpen.

Dinsdag konden de regeringen die huiverig zijn voor een avontuur in Darfur opgelucht ademhalen: de commissie vindt het te vroeg om te spreken van genocide.

Maar waarop is het idee gebaseerd van die verplichting tot interventie in geval van genocide?

Het Genocideverdrag uit 1948 is daar bepaald niet duidelijk over. In artikel 1 noemen de verdragspartijen genocide 'een misdrijf krachtens internationaal recht, welk misdrijf zij op zich nemen te voorkomen en te bestraffen'.

Maar hoe voorkomen? Geen woord over interventie. Artikel 8 bepaalt alleen dat elke partij 'een beroep kan doen' op de VN om 'passende' maatregelen te treffen.

Let wel: kan. Kennelijk kunnen staten dus ook géén beroep doen op de VN, en dat is precies - vraag het de Cambodjanen - wat decennialang gebeurde na 1948 in geval van genocide: niets.

Pas na de Koude Oorlog, en vooral door de gruwelen in Joegoslavië, veranderde het denken over de noodzaak van ingrijpen in het geval van internationale misdrijven. Zeker de slachting in Rwanda van 1994 schokte het geweten van de mensheid.

Het ballet omtrent het G-woord werd ook toen al gedanst. Terwijl de Tutsi's bij honderdduizenden werden vermoord, deed de regering-Clinton de oekaze uitgaan dat Amerikaanse diplomaten niet van 'genocide' mochten reppen. Het G-woord zou immers een verplichting tot ingrijpen met zich kunnen meebrengen.

Op 22 juli vorig jaar gebeurde het tegenovergestelde. Het Amerikaanse Congres stelde in een motie vast dat in Darfur een genocide gaande was. De bedoeling was Bush tot actie te dwingen.

De noodzaak van ingrijpen valt of staat echter niet met het G-woord. Het principe van humanitaire interventie, dat inmiddels een plaats heeft gekregen in het internationaal recht, geldt niet alleen voor genocide, maar voor alle ernstige en grootschalige schendingen van de mensenrechten.

Het panel van wijze lieden bijvoorbeeld dat in december een rapport uitbracht over de toekomst van de VN, wijst op de 'collectieve internationale verantwoordelijkheid' om mensen te beschermen die ten prooi vallen aan 'genocide, andere grootschalige moorden, etnische zuivering of ernstige schendingen van het humanitaire recht'.

Genocide wordt door velen gezien als het allerergste misdrijf denkbaar, omdat bevolkingsgroepen als zodanig het doelwit zijn. Maar betekent dit dat misdrijven tegen de menselijkheid altijd minder erg zijn, en dus géén verplichting tot interventie met zich meebrengen?

In een van de zaken voor het Rwanda-Tribunaal noemden de rechters genocide 'de misdaad der misdaden'. Maar de Kamer van Beroep tikte het hof daarvoor op de vingers: 'Er bestaat geen hiërarchie van misdrijven onder het Statuut. Alle genoemde misdrijven zijn ernstige schendingen, en kunnen tot dezelfde straf leiden.'

Ook het Joegoslavië-Tribunaal (in de zaak-Krstic) benoemde genocide als 'een van de ernstigste misdrijven die de mensheid kent'. Een van de ernstigste - niet meer en niet minder.

De commissie van Antonio Cassese, oud-president van het Joegoslavië-Tribunaal, benadrukt dat het ontbreken van het G-woord op zich niets zegt over de ernst van de toestand in Darfur. De conclusie dat de Sudanese regering niet uit is op genocide, schrijft de commissie, 'mag op geen enkele manier iets afdoen aan de ernst van de misdrijven' in de regio. 'De misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven die zijn begaan in Darfur zijn mogelijk niet minder ernstig en gruwelijk dan genocide.'

'Het is belachelijk', zegt prof. Philip Alston van de New York School of Law, 'dat een discussie over een formele definitie ons afhoudt van optreden. Wat een tijdverlies.'

Meer over