Ingmar Bergman vult zijn dagen met het systematisch ontlopen van demonen op zijn eiland 'Nu vind ik de dood een buitengewoon verstandige regeling'

In New York begint vandaag een groot festival rond Ingmar Bergman. Bij wijze van uitzondering ontving de Zweedse regisseur een journalist....

NYT

STOCKHOLM

Zelfs voor de korte vlucht tussen Fårö, het eiland waar hij woont, en Stockholm, gebruikt Ingmar Bergman tranquillizers, geeft hij toe. Het is daarom niet verwonderlijk dat hij niet naar New York komt ter gelegenheid van het vier maanden durende Bergman Festival, dat vandaag officieel wordt geopend. Het festival is een eerbetoon aan de man die zich niet alleen heeft onderscheiden als toneel-, film- en tv-regisseur, maar ook als schrijver.

'Ik haat reizen', zegt hij. 'Ik ga nooit ergens heen.' Het ligt minder eenvoudig dan de moeilijk te doorgronden 76-jarige Zweed doet voorkomen. Reizen verstoort een proces van zelfonderzoek in het geordende leven dat hij tegenwoordig leidt. Zelfs de 'demonen' die hij met het maken van sommige van zijn films heeft geprobeerd te bezweren, lijkt hij nu op afstand te kunnen houden. 'Ze weten waar ze me 's morgens vroeg kunnen vinden. Als ik in bed blijf, komen ze van alle kanten op me af', zegt hij lachend. 'Ik misleid ze door op te staan. Ze hebben een gruwelijke hekel aan de open lucht. Wat voor weer het ook is, ik ga altijd eerst in een flink tempo wandelen. Ze háten dat.'

Hij regisseert twee stukken per jaar voor de Koninklijke Schouwburg in Stockholm, in de wandeling 'Dramaten' geheten. Thuis, op het eiland in de Oostzee, werkt hij

's ochtends aan een roman, een toneelstuk of een scenario voor een tv-film. Sinds hij in 1983 besloot geen films meer te maken, leeft hij met opzet teruggetrokken, buiten het bereik van de schijnwerpers van vroeger.

Het maken van zijn laatste film, Fanny en Alexander, kostte hem zeven maanden. Het vergde zoveel energie dat hij besloot definitief met filmen te stoppen. Hij wilde zichzelf de gelegenheid geven met zijn leven in het reine te komen, zonder de onderbrekingen van het schrijven, het regisseren, het promoten van zijn films. 'Ik dacht: nu is het voorbij. Dat bezorgde me een aangenaam gevoel. Ik besloot ook geen interviews meer te geven.'

Vanwege het Bergman Festival, georganiseerd door de Brooklyn Academy of Music, maakt hij een uitzondering. Het festival - in het Walter Reade Theater en het Museum of Television and Radio - omvat een vrijwel compleet retrospectief van zijn ruim 45 films en de ontelbare toneelstukken die hij voor de tv maakte. Ook twee schouwburgstukken van recente datum staan op het programma.

Dank zij de overredingskracht van Lars Löfgren, Dramatens artistiek directeur, bevindt Bergman zich nu in diens werkkamer, waar hij wat mistroostig naar de taperecorder kijkt. Het haar dat hij nog heeft, is wit. Zijn handen trillen een beetje. 'Ik voel me niet op mijn gemak bij mensen die ik niet ken.' Hij is nogal onzeker over zijn Engels en had voor de zekerheid om een tolk gevraagd. Tijdens dit laatste interview, bekende hij op zachte toon, zou hij zijn best doen volkomen eerlijk te zijn. Hoewel hij in Laterna Magica, zijn in 1987 verschenen memoires, al veel aan de openbaarheid heeft prijsgeven, verloopt het gesprek moeizaam. Hij zucht vaak, er vallen lange stiltes.

Tot op de dag van vandaag speelt hij zijn spel met fantasie en werkelijkheid. 'Ik kan 's nachts in bed binnen een seconde terug zijn in mijn jeugd, en alles is dan even echt. Ik kan ook opeens midden tussen de mensen staan, ik kijk naar ze, ik hoor hoe ze met elkaar praten en schrijf alles op. Wat ze zeggen en gaan doen, is een complete verrassing voor me.' In zijn jeugd kon hij zich mede daardoor afzonderen. Door met poppen en de toverlantaarn te spelen, kon hij vluchten uit het strenge milieu waarin zijn vader, een kort aangebonden Lutherse dominee, duidelijk de baas was. Zijn moeder was onderhevig aan stemmingen. Emotioneel gezien bevond hij zich in een achtbaan. 'Ik was erg verliefd op mijn moeder. Het was tegelijk een heel warme en een kille vrouw. Het ene moment mocht ik toenadering tot haar zoeken, maar even plotseling ook wilde ze dan weer niets van me weten.'

Op zijn negentiende verbrak hij elk contact met zijn ouders. Hij vertrok naar Stockholm, studeerde er kort, nam een bijbaantje bij de Opera. Hij begon 'stukken van niks' te schrijven en deed wat regiewerk. Een paar jaar later kon hij bij Svensk Filmindustri, het nationale filmproduktie- en distributiebedrijf, terecht om scenario's te herschrijven. 'Een goede leerschool. Wij keken voornamelijk naar Amerikaanse films, waren onder de indruk van de dramatische structuur, de voortreffelijke manier waarop het verhaal werd verteld. Daar heb ik het vak onder de knie gekregen. Dat wil zeggen, toen ik wist hoe het moest, kon ik mijn eigen weg inslaan.

Binnen een jaar werd een van zijn stukken, Hets ('Klopjacht'), verfilmd door Alf Sjöberg, een vooraanstaand regisseur en een van Bergmans leermeesters. (Aan Sjöberg is in New York in juni eveneens een retrospectief gewijd, in het Museum of Modern Art.) Het succes van Hets verschafte Bergman de mogelijkheid zelf te gaan regisseren. Kris ('Crisis') werd zijn eerste eigen film.

Halverwege de jaren vijftig maakte hij internationaal naam met Het zevende zegel en Wilde aardbeien. Voor De maagdenbron (1960) en Als in een donkere spiegel (1961) kreeg hij een Oscar voor de beste buitenlandse film. In 1960 begon ook de cruciale samenwerking met Sven Nykvist, de Zweedse cameraman die 22 films maakte met Bergman en in juni eveneens wordt geëerd, met een overzicht in het American Museum of the Moving Image in New York.

De films uit de jaren zestig weerspiegelen de bittere herinneringen aan Bergmans jeugdjaren, zijn zwaarmoedige kijk op het leven en de dood. In het decennium erna verlegde hij zijn aandacht naar een ander turbulent facet van zijn bestaan, zijn vijf huwelijken en talloze affaires. In twee films die hij in 1973 maakte, geeft hij zijn visie op de relatie tussen mannen en vrouwen. Met Scènes uit een huwelijk 'ontdekte' Bergman het medium televisie, dat hem deed denken aan het voorlezen 's avonds door zijn moeder. 'Ze las een uur voor. Dan ging het boek dicht en was het voorbij, dan moest je naar bed. Televisie is voor mij zo'n zelfde verteller. Leden van een gezin kunnen samen naar iets kijken en praten over wat ze zien. En het mooie is dat het na een of twee uur voorbij is. De reacties op Scènes uit een huwelijk, in afleveringen voor tv gemaakt, verrasten hem behoorlijk. Hij moest zijn telefoonnummer veranderen: 'Ik werd veel gebeld door mensen die hun huwelijksproblemen wilden bespreken.'

Hij heeft altijd erg opgezien tegen het maken van een film. Hij wilde zo snel mogelijk klaar zijn. 'Dertig dagen, dat kon. Veertig dagen ook nog, maar vijftig dagen waren me al te veel.'

Het theater schonk hem daarentegen rust. Vooral de grote klassieke schrijvers trokken hem aan, Shakespeare, Molière, Ibsen en vooral zijn landgenoot August Strindberg. Maar hij regisseerde ook stukken van Pirandello, Anouilh, Tennessee Williams en Edward Albee.

Terwijl hij in 1976 in Stockholm bezig was met de repetities voor Strindbergs Dödsdansen, werd hij aangehouden op verdenking van belastingontduiking en zat hij korte tijd vast. Hij kreeg een zenuwinzinking en hoewel de aanklacht werd ingetrokken, voelde hij zich zo verraden door zijn land dat hij het de rug toekeerde. Hij ging negen jaar in ballingschap, in München. Achteraf noemt hij het een overreactie. 'Het was dom om zo lang weg te blijven. Ik was woedend toen ik Zweden verliet, maar die boosheid ebde langzaam weg.' Hij vond in Duitsland vanzelf zijn weg naar het theater, regisseerde er elf stukken en maakte twee films, waaronder de in 1984 met vier Oscars bekroonde Fanny en Alexander.

Toen hij naar huis terugkeerde, 'naar dit land van grauwe, saaie compromissen, het land waar ik zo van hou', koos hij opnieuw voor stukken van Strindberg. Hij hield van het werken met de vaste bezetting van Dramaten, tachtig man. Als filmregisseur al had hij zijn vaste acteurs en actrices. Max von Sydow en Liv Ullmann, bij wie Bergman een dochter heeft, braken dank zij zijn films ook internationaal door. Veel voormalige sterren uit zijn films, onder wie Bibi Anderson, maken nu deel uit van het toneelgezelschap.

Of het nu theater is, film of tv: 'Het gaat om het spelen van het spel. Wat uiteindelijk telt, is het publiek. Aan de ene kant moet je mensen laten lachen en laten vergeten waar ze zijn, maar daarnaast moet je hun ook de verschrikkingen laten zien, de ondraaglijkheden, zodat ze ervan kunnen leren.'

Toen hij klein was, was hij bang voor de dood. 'Nu vind ik het een buitengewoon verstandige regeling. Gewoon alsof er een lichtje wordt gedoofd, niets om veel ophef over te maken.' Hij blijft een pessimist, maar 'een met een goed humeur, een pessimist die zich niet langer laat bezoeken door depressies.' 'Is lijden een wezenlijk deel van het menselijk bestaan?', vraagt hij zich af. 'Is er een onzichtbaar patroon, maakt het lijden daar deel van uit, bestaat er werkelijk iets als genade of is dat toeval?'

Hij is ontegenzeglijk meegaander geworden, noemt na een huwelijk van ruim twintig jaar met Ingrid Karlebo - die haar echtgenoot verliet voor Bergman - zijn vroegere rokkenjagerij 'een grote vergissing'. Voorbij is ook de periode waarin hij amper contact had met een deel van zijn negen kinderen. Mede door de boeken die hij heeft geschreven, heeft Bergman ook alsnog vrede kunnen sluiten met zijn ouders: Laterna Magica, de aan hen gewijde roman Met de beste bedoelingen, en Zondagskinderen, dat over zijn vader gaat. De laatste twee werden verfilmd door Bille August en zijn zoon Daniel.

Hij heeft het gevoel dat hij zich tegenover zijn ouders verkeerd heeft gedragen, maar met zijn werk toch wat heeft kunnen rechtzetten. Op de vraag of psychotherapie hem wellicht behulpzaam is geweest bij het analyseren van het menselijk gedrag, zegt hij: 'Nooit. Als ik dit beroep niet had gehad, zat ik nu in een krankzinnigengesticht. Maar ik heb onophoudelijk gewerkt en dat heeft me gered. Ik had geen behoefte aan therapie.'

Alan Riding

de Volkskrant / New York Times

Meer over