Ingenieur geëerd als eerste rijksbouwmeester

De Brielse architect Johannes van Westenhout (1754-1823) kon in zijn beginjaren aardig tekenen. Toen hij in 1776 zijn eerste, eerbiedwaardige opdracht overhandigde - een plattegrond van alle graven in de St....

ANNEMIEKE JANSEN

Van onze verslaggeefster

Annemieke Jansen

BRIELLE

Wie kon toen vermoeden dat deze zoon van een timmerman het later zou schoppen tot Nederlands eerste rijksbouwmeester? In het Historisch Museum Den Briel is Plan ter verbeeteringe . . . te zien, een tentoonstelling die aan de hand van schilderijen, originele tekeningen en een enkele maquette, de gang van Johannes van Westenhout naar het meesterschap inzichtelijk maakt.

In 1777, de nadagen van stadhouder Willem V, wordt Johannes van Westenhout na een periode te hebben gewerkt voor zijn vader gewerkt aangesteld als opzichter bij de verbouwing van Het Binnenhof in Den Haag. Een belangrijke stap in zijn carrière, want de verbouwing wordt geleid door Friedrich Ludwig Gunckel, de hofarchitect van Willem V.

Tien jaar zal Van Westenhout in de leer zijn bij Gunckel, waarnaast hij ook een opleiding volgt tot militair ingenieur. Gunckel was sterk beïnvloed door Francois de Neufforge die in het tractaat Recéuil élémentaire d'architecture de Lodewijk XVI-stijl voorschrijft. Gebouwen moesten ontdaan worden van hun ronde vormen en overmatige krullen uit het Rococo-tijdperk. Symmetrisch en geometrisch moesten ze worden, net zoals bij de Grieken en Romeinen. Het standaardwerk ligt prominent deftig in een vitrine op de tentoonstelling.

Daarna treedt Johannes van Westenhout in dienst van het leger, als militair ingenieur bij de afdeling 's Lands Fortificatieën waar hij verantwoordelijk wordt voor fortenbouw. Het is de tijd dat de patriotten zich roeren, maar Van Westenhout is oranjegezind en blijft zijn stadhouder Willem V trouw.

In 1795 worden de Nederlandse forten onder de voet gelopen door het Franse leger, dat zó de bevroren rivieren over kon steken. Van Westenhout, inmiddels als directeur-generaal de verantwoordelijke man bij 's Lands Fortificatieën, trekt zijn conclusie en neemt ontslag. Drie jaar later - inmiddels overtuigd dat de stadhouder niet zal terugkeren - accepteert hij een lagere functie bij de afdeling Vestingwerken.

Van deze periode is op de tentoonstelling niet veel tastbaars terug te vinden. Of het moet de verbouwing van het stadhuis in Brielle zijn, die hij van 1791 tot 1794 onder zijn hoede had. Van dit voormalig stadhuis, waar tegenwoordig het Historisch Museum Den Briel is gehuisvest, is de originele ontwerptekening bewaard gebleven en te zien op de expositie. Van Westenhout voorzag het stadhuis van een nieuwe façade in Lodewijk XVI-stijl, opgetrokken uit zandsteen.

In 1806 zet Napoleon zijn broer op de Hollandse troon. Deze Lodewijk Napoleon blijkt niet bepaald onder de indruk van het Nederlandse niveau in de kunst en wetenschap, en verzamelt hoger opgeleide ingenieurs om zich heen in de hoop het land sneller tot ontwikkeling te brengen. Eén van hen is Johannes van Westenhout, die zich inmiddels heeft opgewerkt tot een bouwkundig ingenieur van formaat. De koning benoemt hem tot Inspecteur-Generaal van 's Rijks Gebouwen, een nieuwe functie die te vergelijken is met die van de huidige Rijksbouwmeester. Daar waar met rijksgeld werd gebouwd, kon hij gevraagd én ongevraagd adviseren.

Dat hij in die functie ook nog ontwerpt, blijkt uit de vele schetsen die bewaard zijn gebleven voor een nieuw academiegebouw aan het Rapenburg in Leiden. In de Leidse binnenstad was na een ontploffing van een kruitschip in 1807 - waarbij 151 doden en tweeduizend gewonden vielen - een enorm gat geslagen. Johannes van Westenhout zat samen met de Franse architect Jean Thomas Thibault en de Amsterdamse architect Abraham van der Hart in de beoordelingcommisie voor nieuwbouwplannen. Blijkbaar werd 'geen van de ingezonden ontwerpen geschikt bevonden' en zijn ze zelf aan de slag gegaan.

De schetsen tonen een langgerekt, symmetrisch neo-classicistisch bouwwerk dat half rond was opgezet, met in het midden klassieke pilasters. Het is wegens geldgebrek nooit gerealiseerd. Wel leverde het een nieuwe opdracht op: de verbouwing van het Trippenhuis in Amsterdam, waar het Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten gehuisvest zou worden. Dit prestigieuze instituut werd in 1808 opgericht door Lodewijk Napoleon om kunst en wetenschap te bevorderen. Het architectentrio was, als één van de weinigen, lid van dit instituut.

Het Trippenhuis werd nooit verbouwd, voornamelijk doordat Lodewijks Napoleons rol in 1810 was uitgespeeld. Van Westenhout zou niet meer dienen onder diens troonopvolger Willem I. De 59-jarige bouwmeester trok zich terug uit zijn openbare functies en woonde tot aan zijn dood in 1823 in Amsterdam. Al die tijd bleef hij lid van het Koninklijk Instituut, dat tijdens Willem I gewoon gehandhaafd werd. In 1824 wordt Johannes van Westenhout tijdens een openbare vergadering op het instituut herdacht 'als een eerzaam man, die zoveel had betekend voor de ontwikkeling van de moderne bouwkunst in het vaderland'.

Plan ter verbeeteringe . . . De architectuur van Johannes van Westenhout (1754-1823). Historisch Museum Den Briel, t/m 21 september. Catalogus/boekje: ¿ 5-.

Meer over