Ingedut na de successen van enkele supersterren

Het gaat niet goed met de zwemsport in Nederland, vindt oud-sporter Johan Kenkhuis. De traditionele clubs zijn gemarginaliseerd en de top wint te weinig. Waar zijn de eigenwijze coaches?

1. Gebrek aan interne kritiek

'Ik heb mijn zorgen geuit. Maar het wordt meteen opgevat als kritiek. Dat tekent de betrokkenheid van al die mensen die twintig jaar van hun leven in het zwemmen hebben geïnvesteerd. Maar we moeten opletten dat we elkaar helemaal niks meer mogen zeggen. Dat was voorheen anders. Toen was er vuur tussen al die grote zwemverenigingen. Je had PSV, DWK, AZ&PC, Dordrecht en Dolfijn. Overal zaten eigenwijze clubcoaches. Ad van der Ven, Jacco Verhaeren net zo, Dick Bergsma deed het op zijn eigen wijze. Einzelgängers met gekke ideeën.

'Wat ze wel deden: zwemmers afleveren. Er was niet veel respect, maar er was wel diversiteit. Als zwemmer kon je kiezen. Er was meer rumoer, discussie. Al verliep dat ook niet altijd even goed. Het ontplofte vaak. Er stond niet iemand boven.

'Maar nu stel ik de vraag: is er nog wel een spanningsveld in het zwemmen? Kunnen we nog wel kritiek verdragen? Zijn we angstig? Keren we ons in onszelf?'

2. Het marginaliseren van de clubs

'Moet topsport altijd leidend zijn? Nu zijn de Nederlandse kampioenschappen samengevoegd met de Swim Cup. Dat is een kortetermijnoplossing. Een NK in april en vervolgens niets. Wat heeft de gewone sporter daaraan? De zwemmer die niet op een Nationaal Trainingscentrum (NTC) of Regionaal Centrum(RTC) zit? Ik denk dat de verhouding tussen top en breedte niet altijd goed is geweest. Er is vijftien jaar veel geïnvesteerd in de professionalisering van het zwemmen. Fantastisch, maar ik zie het niet terug in de verenigingen.

'Aan de basis is geen groei. Mijn vereniging De Dinkel uit Denekamp, is de laatste jaren gehalveerd. Het gewenste zwembad is er niet gekomen.

'DWK was de sterkste vereniging van Nederland, jaar na jaar. Daar is minder dan de helft van over. Er komt geen talent meer vandaan. Die clubs zijn een beetje murw geslagen. Als je het niet eens bent met de KNZB, omdat het NK je wordt afgenomen, sta dan op. Het is nu wel erg passief.'

3. Bestuurders afrekenen

'Wij zwemmers worden, terecht, afgerekend op magere resultaten. Dan worden we uit de nationale ploeg gezet. Of moeten we na twee jaar van mindere resultaten het RTC verlaten. Sporters zijn in die afrekening heel helder. Niet goed, dan plaats maken. Sporters eisen kritiek om beter te worden. Maar bestuurders die jarenlang hun ambities en doelstellingen niet halen, blijven gewoon zitten. Daar ben ik het niet mee eens.

'Als je de beleidsplannen van de zwembond terugleest, dan worden er enorme doelen geformuleerd. Bij de topvier van Europa. Of mondiaal de topzes in 2012. Al jaren zie je dat die doelstellingen, op een uitschieter na, niet worden gehaald. Dan vind ik het vreemd dat niemand daarvoor verantwoording aflegt, dat niemand daarop wordt afgerekend. Het is niet fair. Als je ziet dat er zoveel geïnvesteerd is de laatste vijftien jaar en dat er dan geen nieuwe Ranomi Kromowidjojo's opstaan. Wie neemt daar de verantwoordelijkheid voor?

4. Versmalling van de top

'Al jaren neemt de breedte van de zwemtop af. Eind jaren negentig zwom er 's morgens bij de WK of EK een andere estafetteploeg op de 4x100 wissel dan in de avond. Pieter van den Hoogenband, Mark Veens en ik kregen voor de 4 x 100 vrij rust. In de series gingen drie andere jongens te water. Nu is Nederland er niet eens meer bij op de grote toernooien. Bij het befaamde EK van 1999 in Istanbul werd Nederland derde, met 13 medailles, 29 finaleplaatsen voor 29 deelnemers.

'Dat was vóór de investeringen. We noemden dat het toevalsmodel. Daarna zijn er grote investeringen gedaan om van dat toeval een structuur te maken. We kunnen nu concluderen dat het niet gelukt is. De RTC's, opgericht in 2009, hebben niet geleid tot allemaal Europese jeugdkampioenen. Sinds 2006 is er één zilveren medaille veroverd op een EJK. Wat talenten betreft, is Nederland de nummer vijftien van Europa. Hoe kun je dan beweren dat het topvier moet worden bij de senioren?'

5. Langer aanblijven Alberda

'Joop Alberda, de interim technisch directeur, is een vreemde in het zwemmen. Hij heeft een frisse kijk, stelt nieuwe vragen. Moeten we dat wel zo doen of doen we het omdat we het altijd zo doen? Hij heeft ons als oud-internationals betrokken bij zijn Tafel van Succes. Wij werden nooit gevraagd. Er was geen relatie met de KNZB. Gestopt is gestopt. Alberda zuigt onze kennis op. Hij heeft zich gevoed, drie uur lang. Hij gaat dat gebruiken.

'Ik heb vertrouwen in hem. Hij zit hier nog niet zo lang. En hij zit er niet te lang. Na de EK van Berlijn in augustus is hij weer weg. Wat kun je doen in zo'n korte tijd? Zou Joop niet wat langer moeten aanblijven, zoals sommige zwemmers suggereren. Hij is de man die naar buiten kijkt, hij is realistisch. Hij zei iets moois over de twee gouden medailles van Ranomi Kromowidjojo bij de Olympische Spelen van Londen in 2012. Goud fascineert, goud inspireert en goud camoufleert. Dat is het geval in het Nederlandse zwemmen.'

undefined

Meer over