AnalyseConclusie toeslagenaffaire

Informatievoorziening bij Rijksoverheid om te huilen, en niet alleen bij de Belastingdienst

Het kabinet, de Tweede Kamer, de ministeries van Financiën en Sociale Zaken, de Nederlandse rechtspraak en – last but not least – de Belastingdienst: stuk voor stuk zijn zij verantwoordelijk voor het debacle met de kinderopvangtoeslagen. Het eindverslag van de parlementaire onderzoekscommissie schetst een treurig stemmend beeld van een disfunctionele Rijksoverheid.

Voorzitter Chris van Dam van de parlementaire onderzoekscommissie overhandigt het rapport ‘Ongekend onrecht’ symbolisch aan Kamervoorzitter Arib (midden achter), in de oude zaal van de Tweede Kamer.  Links en rechts van hen leden van de commissie. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Voorzitter Chris van Dam van de parlementaire onderzoekscommissie overhandigt het rapport ‘Ongekend onrecht’ symbolisch aan Kamervoorzitter Arib (midden achter), in de oude zaal van de Tweede Kamer. Links en rechts van hen leden van de commissie.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

De ene na de andere betrokkene krijgt een veeg uit de pan van de onderzoekscommissie. Geen enkele instantie blijft buiten schot, hoewel de commissie ervoor terugdeinst om personen met naam en toenaam verantwoordelijk te stellen. De acht Kamerleden concluderen dat de misstanden het gevolg zijn van collectief falen op alle fronten. Het rapport, dat de veelzeggende titel Ongekend onrecht draagt, stelt dat ‘het oplossen van de problemen waarin ouders door toedoen van de overheid terecht zijn gekomen keer op keer vooruit is geschoven’.

Over de verantwoordelijkheid van de politiek schrijft de commissie: ‘De wetgever – kabinet en parlement – mag het zich aanrekenen dat zij wetgeving heeft vastgesteld die spijkerhard was en die onvoldoende de mogelijkheid bood recht te doen aan individuele situaties. (…) Noodzakelijke beginselen van behoorlijke bestuur kregen veel te weinig aandacht van de wetgever.’ Die spijkerharde wetgeving werd ontworpen tegen de achtergrond van een ‘oververhitte politieke behoefte aan fraudebestrijding’, aldus de commissieleden.

Ver onder de maat

Het ministerie van Financiën (inclusief de Belastingdienst), dat de toeslagenwetgeving uitvoert, heeft ‘grove inbreuk gemaakt’ op rechtsstatelijke beginselen door de ogen te sluiten voor individuele situaties. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft haar rol als vormgever van het toeslagenbeleid ingevuld op een manier die ‘ver onder de maat’ is.

Ook de rechtspraak, en dan vooral de Raad van State, heeft een kwalijke rol gespeeld, vindt de parlementaire onderzoekscommissie. Bestuursrechters hebben een ‘wezenlijke bijdrage’ geleverd aan de spijkerharde interpretatie van de regelgeving rond de kinderopvangtoeslag. ‘Daarmee heeft de bestuursrechtspraak zijn belangrijke functie van (rechts)bescherming van individuele burgers veronachtzaamd.’

Het parlementaire onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Tweede Kamer. De commissie verhoorde eind november negentien getuigen onder ede over hun rol in de affaire. Onder hen waren politieke kopstukken als de ministers Wiebes, Van Ark en Hoekstra, premier Rutte en PvdA-fractievoorzitter Asscher. Daarnaast voelde de commissie topambtenaren aan de tand die normaal nooit in het openbaar hun zegje doen. Het eindverslag is verder gebaseerd op documenten die de commissie heeft opgevraagd en op gesprekken met ambtenaren achter gesloten deuren.

Eenheid

Commissievoorzitter Chris van Dam overhandigde het eindresultaat donderdagmiddag aan Kamervoorzitter Khadija Arib. De vier vrouwelijke leden hadden zich voor de stemmige gelegenheid allen in het zwart gehuld, hoewel ze dit volgens commissielid Femke van Kooten-Arissen niet van tevoren hadden afgesproken. Arib prees de commissieleden omdat zij de eenheid hadden weten te bewaren, hoewel zij acht politieke partijen vertegenwoordigen. Bij de vorige parlementaire ondervragingscommissie (over de ongewenste buitenlandse beïnvloeding in moskeeën) was dat wel anders. PVV-Kamerlid Edgar Mulder distantieerde zich toen van het eindrapport en stapte er voortijdig uit.

De commissie legt in het eindverslag, dat voor het grootste deel een reconstructie is van politieke en ambtelijke miskleunen tussen 2009 en 2019, veel nadruk op de beroerde informatieverstrekking binnen de Rijksoverheid. Betrokken staatssecretarissen en ministers als Eric Wiebes en Lodewijk Asscher werden niet adequaat geïnformeerd door hun ambtenaren, waardoor zij de ernst van de situatie waarin de gedupeerde ouders zich bevonden onvoldoende onderkenden. ‘De slechte informatievoorziening heeft bij herhaling geleid tot een ernstige belemmering van het (politiek) functioneren van bewindspersonen.’ Ook de Tweede Kamer kreeg steeds maar niet de gevraagde en benodigde informatie. Tot op de dag van vandaag is het voor Kamerleden ontzettend lastig relevante informatie boven tafel te krijgen, moppert de commissie.

Kritiek op Rutte

Dat de informatievoorziening, zowel intern als extern, bij de Belastingdienst om te huilen is, is genoegzaam bekend. Maar ook op de ministeries is dit niet overal goed geregeld. Indirect wijst de commissie hier met de beschuldigende vinger naar premier Rutte. De VVD-leider sprak tijdens zijn verhoor onder ede nogal luchthartig over de informatieplicht aan de Tweede Kamer. De premier verklaarde dat er op zijn eigen ministerie van Algemene Zaken vrijwel niets schriftelijk wordt vastgelegd, omdat hij met zijn kleine staf gewoon mondeling afspraken maakt. Maar mondelinge afspraken zijn niet controleerbaar door het parlement. De Tweede Kamer kan dan achteraf nooit meer achterhalen waarom iets besloten is en door wie. ‘De commissie heeft met verbazing kennis genomen van de grote verschillen tussen ministeries, daar waar het ging om het (niet) vastleggen en archiveren van opmerkingen en aantekeningen van bewindspersonen.’

De commissie bekritiseert de houding van het kabinet bij het informeren van de Tweede Kamer. Bij het onderzoek naar de toeslagenaffaire bleek meermaals dat ambtenaren gevoelige informatie bewust achterhielden. ‘Transparantie, openheid en volledigheid zijn in de praktijk niet de leidende principes bij de beantwoording van Kamervragen, het opstellen van Kamerbrieven en het samenstellen van dossiers voor rechtszaken. De informatievoorziening was in meerdere gevallen ingegeven door gewenste juridische of politieke uitkomsten, resulterend in het slechts gedeeltelijk, vertraagd of niet verstrekken van informatie.’

De Kamerleden besluiten hun vivisectie van het overheidsapparaat met een dringend appèl aan het kabinet. ‘Door de optelsom van onvermogen om recht te doen aan het individu hebben ouders jarenlang geen schijn van kans gehad. De commissie is eerst met verbazing en uiteindelijk met diepe verontwaardiging tot dit besef gekomen. Zij doet een dringend beroep op alle betrokken staatsmachten om bij zichzelf te rade te gaan.’ Het kabinet moet bij zichzelf nagaan hoe herhaling kan worden voorkomen en hoe het ontstane onrecht alsnog kan worden rechtgezet.

Hoe nu verder?

Het is nog niet bekend welke consequenties het kabinet zal trekken uit de harde conclusies van de parlementaire commissie. Dinsdag belegt de regeringsploeg een ingelast Catshuisberaad om het rapport te bespreken. Premier Rutte zei donderdagavond dat er waarschijnlijk meerdere besprekingen zullen volgen om te bepalen welke maatregelen het zal nemen naar aanleiding van het onderzoeksrapport. Vooralsnog mikt het kabinet op een Kamerbrief op 15 januari. Dat is na de eerste ministerraad na het kerstreces. De Tweede Kamer zal waarschijnlijk in de week daarna over de bevindingen van de commissie debatteren.

Uit dat tijdschema spreekt weinig urgentie, mopperde een aantal Kamerleden donderdag al. Ook journalisten stelden premier Rutte en staatssecretaris Van Huffelen de vraag of er ten behoeve van de gedupeerde ouders niet meer tempo gemaakt moet worden. Van Huffelen is al bijna een jaar bezig schadevergoedingen te regelen, maar tot nu toe zijn slechts een paar honderd ouders financieel gecompenseerd. Het zal nog minimaal een jaar duren om alle slachtoffers te geven waar ze recht op hebben. De oppositiepartijen, maar ook CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt, vinden dat het veel sneller moet.

Van Huffelen en de rest van het kabinet houden tot nu toe vast aan de huidige ‘hersteloperatie’, waarbij ambtenaren voor elke ouder individueel bekijken welke schadevergoeding gepast is. Daarvoor moeten duizenden dossiers één voor één worden doorgenomen en dat maatwerk is nu eenmaal tijdrovend, zei Van Huffelen in een reactie op het onderzoeksrapport. ‘Het klinkt heel makkelijk om iedere ouder hetzelfde bedrag te betalen, maar daarmee doen we geen recht aan individuele omstandigheden.’

Premier Rutte voelde zich donderdagavond evenmin geroepen beloften te doen over het versnellen van de uitbetalingen aan ouders. Hij sprak van een ‘heel heftig en gedegen rapport’. ‘De rechtsstaat heeft burgers niet beschermd, maar grote schade toegebracht.’ Aan die loodzware conclusie wilde hij niet meteen consequenties verbinden. ‘We gaan dit rapport heel zorgvuldig bestuderen, zodat we met een grondige reactie kunnen komen.’

SP-fractievoorzitter Marijnissen riep het kabinet naar aanleiding van het rapport op af te treden. Vooralsnog wijst niets erop dat Rutte dat overweegt, hoewel deze optie volgens de NOS wel is besproken in de coalitie. Premier Wim Kok trad in 2002 af vanwege het Niod-rapport over Srebrenica. Het tweede kabinet-Kok viel een maand voor de al geplande Tweede Kamerverkiezingen, waardoor het symbolische gebaar weinig praktische gevolgen had. Ook nu zou de schade van een kabinetscrisis beperkt zijn, omdat er verkiezingen voor de deur staan. Door zijn ontslag in te dienen kan Rutte voorkomen dat zijn vierde kabinet wordt opgezadeld met de ‘erfzonde’ van een affaire die hij qua impact persoonlijk vergeleek met de ramp met vlucht MH17. Wat tegen aftreden pleit is het feit dat het land nog midden in de coronacrisis zit. De Tweede Kamer zou een demissionair kabinet echter een mandaat kunnen geven voor alle beleidsmaatregelen die nodig zijn voor crisisbestrijding.

Lees ook

Leigh-Anne Jansen (30) uit Eindhoven, slachtoffer in de kindertoeslagenaffaire, reageert op over het vernietigende onderzoeksrapport. ‘Onze levens staan al veel te lang op pauze.’

Bewindspersonen, Belastingdienst, rechters, ambtenaren: allemaal lieten ze steken vallen in het schandaal rond de kinderopvangtoeslagen.

De Toeslagenaffaire leert dat een topambtenaar eerst en vooral inhoudelijk gedreven moet zijn, betoogt oud-hoogleraar bestuurskunde Wim Derksen.

Meer over