Ineens zoveel schuld. Snap jij dat nou?

Niet betaalde verkeersboetes, een nooit afgeloste lening. De financiële positie van Jadir, de werkloze Marokkaanse buurman van Maarten Zeegers, is uitzichtloos. Naïviteit of laksheid?

MAARTEN ZEEGERS

'Politie!' klinkt het streng door de intercom. 'Doet u nu de deur open.'

Het is tien uur 's ochtends. Dat begint al goed. Nog geen drie maanden geleden ben ik verhuisd naar Transvaal en de sterke arm der wet staat nu al voor de deur.

Ik stommel van de bovenste etage de trap af. In de hal staan twee agenten in uniform. 'We komen voor mijnheer Jadir.'

Komen er een keer blanken op bezoek, is het gelijk de politie.

Mijnheer Jadir is mijn Marokkaanse onderbuurman. Hij is 53. Op zijn 16de kwam hij in het kader van gezinshereniging met zijn moeder, broertjes en zusjes naar Nederland. Zijn vader vond school maar een verspilling van tijd; zijn oudste zoon moest meehelpen bij de kostwinning. Zo ging Jadir kleerhangers inpakken in de fabriek. De rest van zijn leven zou hij ongeschoold werk blijven doen: in ploegendienst in een fabriek, in een bakkerij, in de bouw. Enkele jaren geleden kwam Jadir zonder baan te zitten. Nu blijft hij de hele dag thuis met niets omhanden. Een kanarie in de keuken is zijn enige metgezel.

Bij mij in de straat zitten veel mannen zonder werk. Op een avond in het Turkse koffiehuis tegenover het wijkpark smeekte een Bulgaarse man mij haast of ik geen klussen voor hem kon regelen. Al vijf maanden was hij op zoek naar een baan. Elke avond slaapt hij ergens anders, omdat hij geen huur kan betalen. Recht op een uitkering heeft hij als Bulgaar niet.

Jadir heeft wel recht op een uitkering. Hij huurt ook een woning. Een houten tafeltje met drie stoeltjes is het enige meubilair. Hij slaapt op een aerobed. Jadir moet het doen met een bijstandsuitkering inclusief huur- en zorgtoeslag van 950 euro. 650 euro hiervan gaat op aan de huur. Daarbovenop komt 120 euro voor gas, water en licht. Na verzekeringen en gemeentelijke belastingen blijft er 40 euro per maand over om van te leven. Gisteren kwam hij aan de deur om 10 euro te lenen voor boodschappen.

Nu snap ik ook wel dat het van een bijstandsuitkering niet de bedoeling is dat je er geld aan overhoudt. Er moet een 'gezonde' stimulans zijn om op zoek te gaan naar werk. Maar Jadir heeft geen opleiding en na veertig jaar spreekt hij nog steeds gebrekkig Nederlands. In deze tijden van crisis is voor hem als ongeschoold arbeider nauwelijks werk. Welke tuinder wil er nou een Marokkaan van boven de 50 als hij ook een Pool van 30 kan krijgen, die ook nog eens een stuk goedkoper is. Hoe laag je zijn uitkering ook maakt, en wat voor voorwaarden (sollicitatieplicht etc.) je er ook aan koppelt, Jadir zal geen baan krijgen.

De agenten lopen achter mij aan de trap op tot de voordeur van mijn onderbuurman. 'Wat willen jullie van hem?', vraag ik.

'We hebben een arrestatiebevel. Dat moet hij persoonlijk in ontvangst nemen. Uw onderbuurman heeft nog een aantal boetes openstaan.'

Hoeveel en waarvoor wil de agent niet zeggen. Dat gaat me namelijk niets aan.

Een van de agenten beukt op de deur. 'Mijnheer Jadir. Politie. Doe de deur open.'

Het blijft stil aan de andere kant. De agent ramt nogmaals op de deur en slaat er bijna een gat in. 'Mijnheer Jadir. Als u niet onmiddellijk opendoet, gaan we naar de gemeente en dan breken we de deur open.

Opnieuw geen gehoor. De agent wendt zich naar mij. 'Is mijnheer Jadir niet thuis?'

'Geen idee', mompel ik. 'Zo-even was hij er nog.'

De agent stampt nog eens hard op de deur. 'Mijnheer Jadir', roept hij. 'Doe open. Van uw buurman weten we dat u thuis bent.'

Nog steeds geen gehoor.

De agenten kijken elkaar aan. Ze schrijven wat op een briefje en schuiven dit onder de deur door. 'Zeg mijnheer Jadir maar dat we binnenkort terugkomen.'

Die avond staat Jadir bij mij aan de deur met het briefje dat de agenten onder de deur hadden geschoven. 'Wat is dat, sahbi?', vraagt hij.

Het briefje is een inkennisstelling dat de politie langs is geweest om een arrestatiebevel te overhandigen. Mijn onderbuurman heeft voor 970 euro aan boetes openstaan bij justitie. Deze moet hij per direct betalen op het politiebureau in de Heemstraat.

'Hoe moet ik dat betalen dan?', roept mijn buurman. 'Ik heb niks, mattie. Ik heb niet eens genoeg om te leven. Zeg mij, hoe moet ik dat doen?'

'Wat is dat eigenlijk voor boete?', wil ik weten.

'Boete met die auto, sahbi. Op de snelweg of zo. Maar dat is zo lang geleden. Ik weet dat niet meer precies.'

Jadir heeft enkele jaren geen vast adres gehad, aangezien hij inwoonde bij zijn ex-vriendin. Deze maand heeft hij zich pas ingeschreven bij de gemeente Den Haag om in aanmerking te komen voor een uitkering. En daarmee vielen natuurlijk ook allerlei aanmaningen en openstaande boetes op de deurmat. Ik raad hem aan om die boetes op een of andere manier toch maar te betalen. De politie gaat hem echt niet met rust laten.

'Moet ik dan gaan zitten?', vraagt Jadir haast wanhopig. 'Daar heb ik echt geen zin in, sahbi.'

Dan loopt mijn buurman de trap af en verdwijnt.

Verward

'Politie' klinkt het streng door de intercom. 'Doet u de deur open.'

Niet weer, hè. Sinds de laatste keer dat ze hier zijn geweest, is nog geen week verstreken. Ik druk de intercom in. 'Jullie komen vast voor mijnheer Jadir.'

In de hal staan twee andere agenten, één van hen is een vrouw. Net als de vorige keer zijn hun gezichtsuitdrukkingen nors, is hun gesprekstoon streng, en de klop op de voordeur van mijn buurman hard. Na een paar keer stampen, doet Jadir nu wel open. Hij draagt een grijze djellaba en kijkt verward uit zijn ogen. Hij lag waarschijnlijk nog te slapen. De agenten vragen om legitimatie en overhandigen hem vervolgens het arrestatiebevel. Hij heeft veertien dagen om daartegen in beroep te gaan. Hierop maken de agenten aanstalten om te vertrekken.

Eigenlijk is deze situatie bizar. Mijn buurman moet straks naar de gevangenis omdat hij niet in staat is zijn eigen financiën te regelen. Bovendien kan de overheid na het verlopen van zijn straf alsnog fluiten naar het geld. Sterker nog, elke dag dat hij in de gevangenis zit, kost de staat 400 euro. Hier heeft niemand iets aan.

Bij het uitlaten probeer ik de agenten ervan te overtuigen dat het helemaal geen zin heeft om hem op te pakken. 'Die man is geen crimineel. Het is niet dat hij niet wil betalen, maar hij heeft gewoon geen cent.'

De vrouwelijke agent kijkt me begripvol aan. De harde lijnen om haar kaken lijken zich enigszins te ontspannen. 'Dat snappen wij ook wel hoor, maar de politiek heeft dit nu eenmaal zo afgesproken', zegt ze. 'Wij voeren alleen maar het beleid uit.'

Om te voorkomen dat hij door de politie wordt meegenomen, ga ik diezelfde middag nog langs bij Jadir. Terwijl hij muntthee zet, neem ik plaats op een van de houten stoeltjes. De kanarie in de keuken fluit vrolijk. Op de tafel ligt een koran met daarbovenop een vel met de gebedstijden van de komende maand. Daarbovenop ligt weer een islamitische gebedskrans. Deze opstelling moet mij ervan overtuigen dat Jadir een vroom moslim is, maar mij houdt hij niet voor de gek. Jadir is een vaste klant in een louche nachtclub aan de Paul Krugerlaan met bier voor 1 euro en met regelmaat krijgt hij onduidelijk bezoek van een Indonesische vrouw die geen Nederlands spreekt.

Wollige taal

Na de thee haalt Jadir zijn 'administratie' tevoorschijn. Een onoverzichtelijke hoop brieven, folders en rekeningen. Sommigen nog in de bijbehorende envelop. Hoe moet ik hier in godsnaam ooit wijs uit kunnen? Als eerste bekijk ik het arrestatiebevel.

'Wat staat daar?', vraagt Jadir. 'Ik heb mijn bril hier niet bij me en zonder bril kan ik dat niet goed zien.' Mijn buurman schaamt zich voor het feit dat hij nauwelijks Nederlands kan lezen of schrijven.

Het arrestatiebevel bevat een clausule over de mogelijk te volgen beroepsprocedure. De taal is zo wollig en juridisch dat ik na drie keer lezen nog steeds niet begrijp wat er staat. Ik vraag me af hoe mijn half analfabete buurman dit zou moeten begrijpen. Ik vind een eerder vonnis en een eerdere aanmaning en zo uiteindelijk een wettelijke code en kentekennummer.

Ik bel het Justitieel Incassobureau. Dat verbindt mij door met bureau verkeersboetes in Utrecht. En dat stuurt me weer terug naar het Justitieel Incassobureau.

Na navraag bij een bevriende advocate en na een kentekencheck op internet kom ik erachter dat het draait om een bestelbus die heeft rondgereden zonder verzekering. Ik draai me om naar mijn buurman. 'Heb jij rondgereden in een bestelbus met dit kenteken?'

Onmiddellijk doet Jadir dit af als onmogelijk. 'Die auto bestaat al vijf jaar niet meer. Die was kapot en die heb ik achtergelaten in Spanje. Vijf jaar geleden. Dat zweer ik jou, sahbi.'

'En toch heeft iemand in juni 2011 met deze auto een bekeuring gehad.'

Jadir denkt na. 'Ja, nee, mijn ex-vriendin heeft dat gedaan. Zij heeft die bekeuring gehad. Maar die auto staat nog steeds op mijn naam, snap je? En zij heeft ook al die papieren, dus ik kan niets doen.'

'Jouw ex-vriendin rijdt rond in een bestelbus?'

Jadir denkt opnieuw na. 'Of misschien was ik dat toch wel, toen bij dat benzinestation.'

Deze openstaande boete is nog maar de helft van het bedrag dat hij moet betalen aan justitie. 'Heb je nog meer papieren?'

Jadir komt met nog een stapel niet- betaalde elektriciteitsrekeningen en een brief van een particulier incassobureau waaruit blijkt dat zijn problemen nog veel groter zijn dan ik dacht. Jadir heeft jaren geleden - toen de economie goed liep en financieel alles mogelijk was - een grote som geld geleend bij de bank, maar deze vervolgens nooit afgelost. Na boetes wegens het negeren van aanmaningen, bijkomende administratieve kosten en andere verhogingen is zijn schuld opgelopen tot 20.000 euro.

'Die schuld was eerst helemaal niet zo hoog, maar nu is dat opeens zoveel geld. Snap jij dat nou, sahbi? Maar ik denk zij gaan kwijtschelden, niet?'

Naïviteit, laksheid, geen begrip van het concept lenen (en het daarbij behorende fenomeen van terugbetalen), of gewoon onwil. Wat de reden ook mag zijn voor de schuldenberg van mijn buurman, de situatie is hopeloos.

'Wat moet ik doen, sahbi?', vraagt Jadir mij. 'Ik wil niet gaan stelen of in drugs. Ik ben moslim, snap je. Wat moet ik?'

In de schuldsanering. Dat is wat deze man moet.

Jadir loopt al bij de schuldsanering, maar hij vindt dat zij niets voor hem doen. Hij toont mij een brief van de gemeente waarin hij wordt uitgenodigd voor een gesprek over zijn financiële situatie. De datum van het gesprek: gisteren. Op de vraag hoe het was, haalt hij zijn schouders op. 'Ik kon niet naar die afspraak. Het sneeuwde en de trams reden niet.'

Via de website van het Justitieel Incassobureau download ik ten slotte een formulier om een betalingsregeling te treffen met justitie. Dat vul ik samen met Jadir in. Naam, adres, geboortedatum. Het betalingsvoorstel is om de 40 euro in de maand die hij overhoudt ook maar automatisch te laten afschrijven door justitie. Jadir vindt dat een goed idee. Hoe hij verder moet overleven, is een probleem voor later.

Het enige wat ik nog van hem nodig heb, voordat ik het formulier op de post kan doen, is zijn BSN-nummer. 'Als je me je paspoort geeft, dan vul ik dat ook in.'

Jadir zoekt even en legt dan een verblijfsdocument voor onbepaalde tijd op tafel. Een paspoort heeft hij niet.

'Sahbi?' Ik kijk mijn buurman aan. 'Als jij al veertig jaar in Nederland woont, waarom heb je dan nog nooit de Nederlandse nationaliteit aangevraagd?'

'Ja, luister, mattie', zegt hij, terwijl hij een wegwerpgebaar maakt. 'Daar moet je examen voor doen en zo. Daar heb ik toch helemaal geen tijd voor.'

Menens

'Politie', klinkt het door de intercom. 'Doet u de deur even open.'

Het is twee weken later, zaterdagavond negen uur 's avonds, en een spannende film is bezig. Morrend loop ik de trap af. Wat is dat nu weer voor een tijdstip?

In de hal staan dezelfde agenten als twee weken eerder. Deze keer is het blijkbaar menens, want buiten naast de politieauto staat een breedgeschouderde getinte vrouw in het bomberjack van een beveiligingsorganisatie. Klaar om in te grijpen mocht de situatie dat vereisen.

'Is mijnheer Jadir thuis?', wil de agente weten.

Ik haal mijn schouders op. 'Vraag het hem anders zelf even.'

De agenten lopen naar boven tot aan de deur van mijn buurman. Heel rustig kloppen ze op de deur, zonder daarbij te vertellen wie ze zijn. Precies zoals ik dat ook altijd toe. Deze tactiek werkt, want vrijwel meteen zwaait de deur open. Jadir, wederom gekleed in zijn grijze djellaba-voor-in-huis, schrikt wanneer hij de agenten ziet. 'Mijnheer', deelt de agente mijn buurman mede. 'U gaat mee naar het bureau.'

Jadir begint onmiddellijk tegen te sputteren. 'Waarom moet ik mee? Die boete heb ik betaald via internet, niet sahbi?' Hij kijkt mij hoopvol aan.

Ik leg de agenten uit dat ik voor de boetes van mijn buurman een betalingsregeling heb aangevraagd bij het Justitieel Incassobureau, maar dat we daar nog niets van gehoord hebben.

De agente vermoedt dat deze aanvraag is afgewezen, of dat het misschien om een andere boete gaat. Zij hebben hoe dan ook orders om hem te arresteren. Tenzij hij per direct het openstaande bedrag betaalt.

Jadir brengt ondertussen een nieuw argument naar voren. Hij was gisteren gevallen op straat, waarbij hij zijn been vreselijk geblesseerd had. 'Het doet zo'n pijn', acteert hij, terwijl hij over zijn been wrijft en een hinkende beweging maakt. 'Ik kan bijna niet meer lopen. Ik zweer het jullie.'

'Trekt u even wat andere kleren aan', gebiedt de andere agent Jadir, die maar niet wil ophouden over zijn been. Jadir strompelt naar zijn slaapkamer met de agent in zijn kielzog.

Nadat hij zijn djellaba heeft omgewisseld voor spijkerbroek met trui, begeleiden de agenten hem naar buiten. Ik roep hem nog na dat ik ga uitzoeken wat er precies is misgegaan. Hij mompelt nog iets over zijn been en neemt plaats op de achterbank van de politieauto, die even later wegrijdt. Wanneer ik terugloop naar boven om de film te vervolgen, bedenk ik me opeens: die kanarie zit nog binnen.

De volgende dagen probeer ik te achterhalen wat er is misgegaan. Bij het politiebureau aan de Heemstraat willen ze niet vertellen wat er met Jadir is gebeurd. Daar ik in hun woorden slechts een bezorgde buur ben, en niet in het bezit van een gerechtelijke volmacht, verhindert de wet op de bescherming van privacy dat. Het Justitieel Incassobureau weigert om dezelfde reden informatie te verschaffen.

Jadirs Indonesische 'vriendin' heeft de sleutel van het huis van mijn buurman en gebruikt dat met regelmaat als onderkomen. Of Jadir wel of niet thuis is, blijkt voor haar daarbij geen rol te spelen. De kanarie weet ik zo wel te redden. Drie weken lang verzorg ik het beestje in mijn woning, maak elke dag zijn kooi schoon en laat hem af en toe vrij in de woonkamer.

Precies 21 dagen na zijn arrestatie komt Jadir weer thuis. De autoriteiten hadden hem eerst twee dagen vastgehouden op het politiebureau en daarna overgebracht naar de gevangenis in Alphen aan den Rijn om de rest van zijn straf uit te zitten. Vandaag is hij met de trein teruggekomen. Met enige tegenzin breng ik de kanarie terug - je gaat toch een beetje om zo'n vogeltje geven.

'Het was verschrikkelijk', beweert Jadir. 'Ik zat tussen de gangsters en criminelen. Dat wil je toch niet. Ik ben geen boef.'

'In ieder geval ben je nu van die boete af, toch?'

'Nee, sahbi', roept mijn buurman. 'Die boetes blijven gewoon staan. Als ik niet betaal deze maand, moet ik weer drie weken zitten en de maand daarop weer drie weken. Dat komt omdat die boetes voor Lex Mulder zijn.'

'Lex Mulder?', vraag ik. 'Wie is dat?'

'Ik weet ook niet wie dat is, maar ze hadden het de hele tijd over hem.'

Wet Mulder, ook wel lex Mulder genoemd is de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften. Die maakte er in 1990 een eind aan dat verkeersovertreders eindeloos konden wachten met betalen tot de zaak werd geseponeerd. Voor overtredingen die vallen onder lex Mulder kun je geen betalingsregelingen treffen en door hechtenis komt de boete ook niet te vervallen.

'Ik ga niet meer terug naar de gevangenis', weet Jadir.

'Maar hoe ga je die boetes dan betalen? Heb je geen familie die kan helpen?'

'Ik heb niemand nodig. Ik verzin wel iets, maar naar de gevangenis ga ik niet.'

Jadir denkt na. 'Als ze volgende maand weer komen, dan moet je me van tevoren waarschuwen. Dan kan ik misschien via het balkon ontsnappen.'

Jadir overhandigt mij een nieuwe stapel brieven die tijdens zijn afwezigheid op de mat zijn gevallen. 'Kijk jij hier nog eens even naar, want ik kan mijn bril niet vinden.'

De stapel bevat slecht nieuws. De eerste brief is van het Justitieel Incassobureau met een verzameling nieuwe boetes van meer dan 1.800 euro. De uiterste betaaltermijn was vorige week, maar toen zat Jadir nog vast. Niet dat hij had kunnen betalen, maar goed. Het zal in ieder geval leiden tot een langer verblijf in de gevangenis. Een andere brief is van het CWI en bevat nog slechter nieuws. Zijn bijstandsuitkering zal volgende maand worden stopgezet, aangezien Jadir niet op tijd alle benodigde bewijsstukken bij de uitkeringsinstantie heeft ingeleverd.

Pensioen

Ik zucht. Steeds strengere uitkeringspolitiek om profiteurs van ons welzijnssysteem aan te pakken, alsmede het lik-op-stukbeleid om wanbetalers van verkeersboetes tot betaling te dwingen, vermalen mensen als mijn buurman.

'Hier is het niks, jongen', vertelt Jadir ten slotte. 'Alleen maar problemen. Over een paar jaar kan ik met pensioen en dan ga ik terug naar Marokko. Met 400 euro in de maand kan ik daar leven als een koning. Dan ben ik gelijk hier van al die problemen af.'

Ik knik. Ik vertel hem niet dat de Nederlandse politiek ook daar iets aan wil doen.

Een paar dagen later breng ik Jadir een nieuw bezoekje. In zijn keuken drinken we muntthee uit plastic bekers. Glazen heeft hij niet. Ineens valt me op dat de kooi met de kanarie in de keuken leeg is.

'Waar is de kanarie?', wil ik weten.

Jadir draait even onhandig heen en weer. 'Tja, ik weet niet, sahbi. Ik had die kooi op het balkon gezet, lekker in het zonnetje. Een kwartiertje, niet langer. En toen ik terugkwam was-ie leeg. Misschien heeft de kat van de buren met zijn pootje het deurtje opengemaakt.'

Ik zet de plastic beker neer in de keuken en vertrek. Het is beter dat ik mijn buurman maar een tijdje niet meer zie.

Maarten Zeegers (1982) is Arabist. Hij woont in de Haagse Transvaalbuurt. Eerder publiceerde hij: Wij zijn Arabieren, portret van ondoordringbaar Syrie (2012).

VERKEERSBOETE

Van strafrecht naar bestuurlijke sanctie

Tot 1990 vielen verkeersovertredingen onder het strafrecht. Wie een boete had gekregen kon de zaak lang rekken, in de hoop dat die wegens rechterlijke ondercapaciteit uiteindelijk geseponeerd zou worden. Volgens de nieuwe wet werd de overtreding echter een bestuurlijke sanctie. De overheid kreeg hierbij allerlei middelen om betaling af te dwingen: aanmaningen, verhogingen, beslaglegging op inkomsten en goederen of het innemen van het rijbewijs. Mocht dat allemaal niet helpen, dan kan de politie zelfs overgaan tot het vastzetten van de persoon in kwestie.

ACHTERSTANDSWIJK

Nauwelijks nog Nederlanders

Het Transvaalkwartier is een achterstandswijk in het centrum van Den Haag. Van oorsprong was het een echte volksbuurt met goedkope woningen voor arbeiders en de lage ambtenarij. Vanaf de jaren '70 trokken Surinaamse, Turkse en Marokkaanse migranten met hun gezinnen naar de wijk, terwijl de oorspronkelijke bewoners verhuisden naar elders. Nu wonen in Transvaal nauwelijks nog Nederlanders.

undefined

Meer over