Indurain verkent parkoers, slaapt, staat op en wint

Miguel Indurain trok zaterdagmorgen de gordijnen open en zag een grijs, dichtgetrokken wolkendek boven Limousin hangen. Straks, in de tijdrit rond het Lac de Vassivière, zou hij zijn vijfde opeenvolgende Tourzege veilig stellen en toetreden tot het gezelschap van wielerlegenden....

Van onze verslaggever

Wybren de Boer

LAC DE VASSIVIERE/PARIJS

Maar op de weg lagen dikke waterplassen. En op zo'n piste voelt hij zich niet thuis. Drie jaar terug raakte hij in de eerste week van de Tour achterop bij zijn belagers LeMond en Chiappucci omdat die in de stortbuien op weg van Roubaix naar Brussel meer risico's durfden te nemen. Een jaar later greep de favoriet Indurain in Oslo naast de wereldtitel; het regende die dag.

Over de akkers rond Villava, het decor waarin hij jaarlijks het zaaiwerk verricht voor zijn Franse missie, schijnt doorgaans de zon. Miguel Indurain-Larraya haat regen. Alleen zijn wil om te winnen is soms groter.

'Dit was een zeer goede tijdrit', zei hij zaterdag. Met een gemiddelde snelheid van 48,461 kilometer/uur werkte hij de laatste klus in de 82ste Ronde van Frankrijk af. Het was niet de snelste tijdrit die hij ooit reed; die dateert uit 1992. Tussen Tours en Blois reed Indurain toen met 52.349 kilometer per uur over het 64 kilometer lange parkoers. Maar hij vond zijn optreden rond het meer van Vassivière beter. 'Alles klopte, vanaf de eerste tot de laatste seconde.'

Dat Indurain 's werelds beste tijdrijder is, lijdt al geruime tijd geen twijfel meer. Van de acht chrono's in de laatste vier edities van de Tour de France won hij er zes. De beide laatste jaren werd hij steeds in de tweede tijdrit geklopt, eerst door Rominger, vorige zomer door Oegroemov en Pantani. Oegroemov sloeg in de klimtijdrit naar Morzine zelfs een kloof van ruim drie minuten.

Juist die twee nederlagen zaten Miguel Indurain dwars. Althans, de conclusies die daaraan verbonden werden. In 1993 merkte Tour-directeur Jean-Marie Leblanc nota bene op dat Tony Rominger had bewezen dat de Spanjaard te kloppen was en dat het enorme respect voor de Zwijger uit Navarra bij volgende gelegenheden wel wat minder mocht. Woorden die Leblanc vorig jaar herhaalde, zij het een tikkeltje minder overtuigend.

Een griepje en het kille, vochtige weer heetten volgens Indurain de verklaringen te zijn voor zijn ongebruikelijke nederlagen. Bovendien, na drie weken is hij vermoeider dan ze van hem verwachten. Ook dit keer. 'Natuurlijk ben ik moe, net als alle anderen, alleen kan ik dat gevoel vaak goed verdringen.' En omdat hij meestal toch op riante voorsprong stond, ontbrak in de tweede tijdrit daarom wel eens de motivatie. Dan mocht een ander winnen.

Deze Tour de France was Miguel Indurain sterker dan ooit, maar de marge ten opzichte van zijn belagers bleef opvallend genoeg kleiner dan in voorgaande jaren. Daarom verkeerde hij in deze ronde niet in een coulante bui. Rond Vassivière wenste hij zijn ongekende suprematie te bevestigen, regen of geen regen. Riis, de Deen die het gewaagd had op te merken dat hij de Tour had kunnen winnen, diende te worden terechtgewezen.

Uiterst consciëntieus en stoïcijns ging Indurain te werk. 's Morgens vroeg, veel eerder dan zijn concurrenten, voerde hij een verkenningstocht uit over het glooiende traject. Ploegleider Echavarri liet zijn assistent Unzue vervolgens met de auto een double check uitvoeren, omdat zulks beter was voor Miguels gemoedsrust. Om opdringerige cameraploegen en verslaggevers te ontlopen sloot Indurain zich op in een lokaal bejaardenhuis, voor een middagdutje.

Laat, heel laat, meldde hij zich op de camping van Auphelle, plaats van handeling voor vertrek en aankomst. Minder dan drie minuten voor de klok voor hem begon te tikken, tekende Indurain de presentielijst. Hij klom op het startpodium, zat vijftien seconden onbewogen op een krukje, klom op zijn fiets en reed weg.

Zes minuten eerder was Riis op pad gegaan. De Deense macho maakte allerminst een ontspannen indruk. In de tent naast de Gewiss-bus had de nummer drie van het klassement een half uur lang als een bezetene op de home-trainer zitten trappen. Nieuwsgierige tv-verslaggevers werden afgeblaft en op weg naar de start knalde Riis, totaal verward, tegen een toeschouwer op. De nummer twee van de rangschikking, Alex Zülle, knoopte hier en daar een praatje aan.

Al bij de eerste tijdmeting, na 22 kilometer, bedroeg het verschil tussen Indurain en Riis tien seconden. Bijna net zoveel als de marge in de eerste tijdrit, tussen Huy en Seraing, op de finish was geweest. Daar kwam de Deen uiteindelijk twaalf tellen te kort. Rond de plas van Vassivières hoefden de coureurs acht kilometer minder af te leggen. Indurain bouwde zijn voorsprong op Riis niettemin uit tot 48 seconden.

De surprise van de dag was Tony Rominger, die daarmee op de valreep aantoonde niet helemaal voor niets naar Frankrijk te zijn gekomen. Zülle had ook nog iets recht te zetten. De getalenteerde tijdrijder had in Seraing slechts de tiende tijd genoteerd, op bijna vier minuten van Indurain. Zaterdag werd hij zesde, op 1.49 van de winnaar en stelde daarmee zijn tweede plaats in Parijs veilig.

Indurain zei zich te hebben verbaasd over wie hem in de achterliggende drie weken het best hadden weten te volgen. 'Ik had op Rominger en Berzin gerekend, maar die hebben hun beloften niet ingelost. Zülle heeft me verrast, hij was veel constanter dan in vorige jaren. Hij is duidelijk een completere renner geworden. Riis verbaasde me in de eerste tijdrit nog, maar nu weet ik dat ik hem serieus moet nemen. Hij heeft bewezen een man voor de Tour te zijn.'

Vijf Tourzeges overziend kwam de Spaanse boerenzoon tot de conclusie dat één renner in het bijzonder hem al die tijd bezig had weten te houden. 'Claudio Chiappucci. Hij is geen Tour-winnaar, maar omdat hij altijd in de aanval gaat kan hij voor hele verrassende wendingen in de koers zorgen.'

Rominger noemde hij een groot coureur, die op één of andere manier in de Ronde van Frankrijk nooit helemaal uit de verf komt. Met de vraag wie hem kan opvolgen, wenste Indurain zich niet bezig te houden. Hij wist alleen op te merken dat er eens een dag komt dat hij verslagen zal worden.

Volgens Echavarri is Indurain er de man niet naar om het moment van de bittere nederlaag af te wachten. 'Hij zal stoppen op z'n hoogtepunt.'

Indurain was deze juli-maand sterker dan ooit en heeft volgens zijn ploegleider nog altijd niet het uiterste uit zijn machtige lichaam geperst. Miguel Indurain zei alleen maar dat hij zes een mooi getal vindt. 'Om je voor te bereiden op de Tour moet je heel veel trainen en heel veel laten. Maar na zo'n succes als dit is het niet zo moeilijk dat nog een keer op te brengen.'

Meer over