Indurain stelt in Ardennen orde op zaken

Nadat hij de Ardennen in een slagveld had veranderd, grijnsde Miguel Indurain Larraya zowaar. Het was de grijns van de titelverdediger die zijn uitdagers een stevige draai om de oren heeft verkocht....

Van onze verslaggever

Jaap Visser

SERAING

Even leek de Deense laatbloeier in Seraing voor een ongekende surprise te zorgen door de sterkste ronderenner van de jaren negentig op diens specialiteit, het tijdrijden, te kloppen. Op minder dan vijf kilometer van de finish koesterde Riis een voorsprong van een handvol seconden op Indurain en maakte hij zelfs aanspraak op (opnieuw) de gele trui.

Maar een furieuze eindsprint bracht de viervoudige Tourwinnaar de ritzege èn het leiderstricot dat hij veroverde op de Belg Bruyneel. Riis, zaterdag nog in het geel, werd in Seraing begroet als de redder van de Tour. De Deense dertiger trekt morgen de Alpen in met slechts 23 seconden achterstand op Indurain, en dat hadden er volgens de 'man van de dag' zelfs nog minder kunnen zijn.' De Deen woont in Luxemburg en kende het parkoers van de tijdrit als zijn broekzak.

Riis toonde zich oprecht verbaasd toen hij vernam dat Indurain over de 54 kilometer lange tijdrit maar twaalf tellen korter had gedaan dan hij. 'Als ik had geweten dat ik tegen het einde voor lag op Indurain dan zou ik zelfs hebben gewonnen. Ik heb me slechts kunnen richten op Rominger en Berzin omdat ik alleen hun tussentijden doorkreeg.'

Riis was gisteren in Seraing niet te spreken over de steun die hij van zijn Italiaanse ploeg Gewiss krijgt. Voor ploegleider Bombini is en blijft Berzin nummer één waardoor Riis, hoewel hij het geel droeg, zich zaterdag in de Ardense Touretappe in zijn hemd voelde staan. 'Ik moest verdomme alle ontsnappingen zelf ongedaan zien te maken', foeterde hij na de tijdrit. 'De ploeg vertikte het om mijn trui te verdedigen, hoewel ik beter in vorm ben dan Berzin.'

Riis claimt het kopmanschap bij Gewiss, de formatie die verre van een hecht collectief is. Maar Bombini ziet in Berzin de beter klimmer, zodat de nummer twee van het algemeen klassement er deze week in de Alpen alleen voor komt te staan. Riis is des duivels en piekert er niet over binnenkort met Gewiss over een verlenging van zijn aflopende contract te gaan praten.

Indurain komt de verdeeldheid binnen de ploeg van Bombini uiteraard prima uit, want uit eigen ervaring weet de Spanjaard dat zijn Deense leeftijdgenoot heel behoorlijk bergop kan rijden. Dat bewees Riis in de Tour van 1993 toen hij niet alleen een etappe won, maar ook wist aan te klampen in het hoogggebergte waardoor hij vijfde werd in de eindrangschikking.

'Een lastige klant' noemt Indurain zijn naaste belager. 'Een taaie renner voor wie die gele trui een enorme stimulans is geweest.' Maar echt onder de indruk is de klassementsleider niet van Riis die hij in de bergen niet tot een offensief in staat acht.

Erkende alpinisten als Pantani en Virenque zijn dat uiteraard wel en daarom was Indurain bijzonder gelukkig dat hij dit duo in de tijdrit op straatlengten wist te rijden. De Fransman Virenque kwam in Seraing als 37ste, op zeven minuten van Indurain, over de streep. De Italiaan Pantani, 55ste, moest bijna acht minuten toegeven.

De marge met Rominger, voor de Tour zijn voornaamste rivaal, was bijna een minuut, ongeveer de helft van wat de Zwitser zelf vreesde. Maar Indurain zat er niet mee, want de winst die hij al eerder op Rominger had geboekt, liep gisteren wel op tot ruim tweeëneenhalve minuut, vrijwel evenveel als vorig jaar na één week Tour.

Imponerender dan in de tijdrit was het optreden van Indurain zaterdag tijdens de variant op de klassieker Luik-Bastenaken-Luik die als zevende etappe in de Tour was geprogrammeerd. Het ONCE van Jalabert, Breukink en Zülle, het Mapei van Rominger en het Motorola van Armstrong dachten de te kloppen Spanjaard over de kling te kunnen jagen op het ruige parkoers in de Ardennen.

Maar Indurain reageerde stoïcijns op de demarrages, bleef rustig voorin het peloton zitten en kromde op ruim zestig kilometer van de meet, bij de beklimming van de Haute-Levée, plots zelf de rug. Eddy Bouwmans, de Brabander die voor zijn ploegleider Raas het algemeen klassement moet maken, fietste erbij en keek ernaar. Vol verbazing.

'Het was heel erg indrukwekkend. Ik zat bij Indurain in het wiel en op het lastigste stuk van de Levée dacht ik nog: goh, ik houd het best aardig vol. Maar opeens, hij was 't kennelijk zat, trekt-ie 'm op het buitenblad en sprint naar boven. We hebben 'm niet meer teruggezien.'

De uitlooppoging van Johan Bruyneel bleek de speldeprik die Indurain tot een versnelling aanzette. De Belgische rouleur kon slechts met de allergrootste moeite het helse tempo volgen van de doorgaans zo vriendelijke Navarrees die zich, net als vorig jaar tijdens de beklimming van de Hautecam, plots opwierp als de beul van het peloton.

Bruyneel verrichtte geen meter kopwerk, omdat hij werd geacht in dienst van zijn ploeggenoten Jalabert en Zülle te rijden. 'Maar ook omdat ik er gewoon niet toe in staat was. Indurain reed zo verschrikkelijk hard. Het leek wel alsof ik achter een motor hing.'

Achter de brede rug van zijn gangmaker hervond Bruyneel wel de kracht om met een geniepig spurtje de ritzege voor zich op te eisen. De Belg van ONCE, in het algemeen klassement wat beter gerangschikt dan Indurain, realiseerde zich dat hij volgens de wielerwet de winst aan zijn medevluchter moest laten, maar besloot een ongeschreven erecode te schenden. Bruyneel kaapte het geel èn de rit omdat hij wist dat hij in de tijdrit toch zou worden teruggeworpen.

Indurain mepte de oplichter niet uit het zadel, maar haalde de schouders op, overzag het slagveld en stelde vast dat het goed was: alle rivalen op bijna een minuut gereden in een etappe waarin ze hem te grazen hadden willen nemen.

Meer over