Indonesiërs verliezen vertrouwen in ‘rechtzinnige’ moslimpartijen

In een arme buurt in Jakarta stemt iedereen op de moslimpartij, wat er ook gebeurt. Het was namelijk de enige partij zonder verleden van corruptie....

JAKARTA Het buurtje Petogogang in Zuid-Jakarta stemt op de PKS, de islamitische Partai Keadilan Kejahtera (Partij voor Rechtvaardigheid en Voorspoed). Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen kreeg die PKS hier meer dan 90 procent van de stemmen, en dat zal bij de parlementsverkiezingen vandaag niet veel anders zijn.

De mensen in Petogogang zijn goede moslims. Zij gaan op vrijdag naar de moskee, en de vrouwen dragen een hoofddoek als zij de buurt uit gaan. Maar zij stemmen niet op een moslimpartij omdat zij moslim zijn. Er zijn belangrijkere redenen om PKS te stemmen, en die zie je meteen als je het wijkje binnenkomt. De steegjes zijn smal en bomen staan er nauwelijks, maar op plekken waar het kan, zijn kleine groene perkjes aangeplant. De straten zijn schoon en zelfs de goten zijn geveegd, en niet verstopt door blubber en afval. Petogogang is arm, maar het is een net buurtje, en het draagt zijn armoe met waardigheid.

Zes jaar geleden was het in Petogogang net als in de meeste andere volksbuurten van Jakarta. Het was een stoffige wijk waar rommel en vuilnis rondslingerden, en elk hoekje gebruikt werd om auto’s te parkeren. In de regentijd liep Petogogang bij elke stevige bui steevast onder water, omdat dat water niet weg kon door de verstopte goten.

Dat veranderde door een kleine, bijna ongemerkte machtswisseling: Petogogang kreeg een nieuwe ‘RT’, de wijkburgemeester, en deze was niet oud en gemakzuchtig zoals de vorige, maar jong en energiek. En hij was van de PKS, de jonge, opkomende moslimpartij, die opviel door helderheid en onkreukbaarheid. De nieuwe RT maakte huisbezoeken, sprak met iedereen, noteerde de wensen en problemen en ging aan het werk. Hij huurde de werklozen van de wijk in, en begon met een grote schoonmaak. Hij weigerde onder alle omstandigheden geld aan te nemen, en creëerde in plaats daarvan een fonds, waarmee arme buurtgenoten worden geholpen als zij de dokter niet kunnen betalen.

Het leverde de PKS de stemmen van de hele wijk op, en niet alleen van Petogogang, maar in tal van wijken. De PKS haalde meer dan eenderde van de zetels in het stadsbestuur van Jakarta. De PKS scoorde hoog bij mensen die een ‘schoon’ bestuur willen, zonder corruptie: de PKS was de enige die niet door corruptieschandalen was besmet. Dat de partij bovendien strikt islamitisch is, en de leider Hidayat Nur Wahid verklaarde dat, als het erop aankomt, elke oprechte moslim droomt van een islamitische staat, werd op de koop toe genomen.

De opmars hield niet op in Jakarta. De PKS kaapte zelfs gouverneurszetels weg voor de neuzen van de heersende grote partijen, Golkar en PDI-P. Bij de parlementsverkiezingen van 2004 haalde zij 8 procent van de stemmen. Twee jaar geleden, op het hoogtepunt van de ‘PKS-golf’, voorspelde de partij op te stomen naar 24 procent van de stemmen in 2009.

Maar de magie is sindsdien een beetje uitgewerkt, en de partij mikt nu voorzichtigjes op nog maar ‘10 tot 14’ procent, en zelfs dat lijkt aan de hoge kant. Opiniepeilers plaatsen de partij nog lager, ergens tussen de 5 en 10 procent.

De daling wordt voor een deel geweten aan onduidelijkheid in de partij die zichzelf altijd op haar helderheid voorstond. De rechtzinnige moslimpartij begon kort voor de verkiezingen haar islamitische imago af te zwakken, en plotseling campagne te voeren voor een ‘veelkleurige’ partij, die bereid was met elke andere partij een coalitie te vormen. Zelfs christenen kwamen op de kandidatenlijst. Deze ‘ommezwaai’ heeft veel kiezers vervreemd.

Maar ook de andere moslimpartijen doen het slecht. In 2004 haalden alle moslimpartijen samen nog 38,4 procent van de stemmen, maar daarvan zou vandaag volgens de opiniepeilers nog maar zo’n 20 procent overblijven.

Corruptieschandalen hebben het ‘schone’ imago bezoedeld. Kiezers die op een ‘schone’ partij willen stemmen, kiezen de Democratische Partij van president Yudhoyono, die vandaag de grote winnaar lijkt te worden. Yudhoyono heeft weliswaar de corruptie niet kunnen uitbannen, maar ten minste zijn eigen handen (redelijk) schoon kunnen houden.

De angst voor een ‘islamisering’ van Indonesië is een andere reden om niet meer op de moslimpartijen te stemmen. Indonesië heeft de grootste moslimpopulatie ter wereld. 85 procent van de bevolking is moslim, maar Indonesië is geen islamitische staat. Het land kent godsdienstvrijheid, maar de druk vanuit radicale islamitische hoek om islamitische wetgeving in te voeren is groot. Drie wetenschappelijke instituten hebben vorige week een rapport uitgebracht waarin wordt beweerd dat radicale moslims de gematigde moslimorganisaties infiltreren en die gebruiken om hun doel, een islamitische staat, te bereiken.

Zover is het niet, maar de invloed van die radicalen doet zich in Indonesië al wel voelen. In veel Indonesische regio’s zijn door lokale moslimpolitici lokale wetten aangenomen, die het bijvoorbeeld vrouwen verbieden ’s avonds alleen over straat te gaan. En de regering-Yudhoyono heeft onder druk van de moslimpartijen een omstreden ‘anti-pornowet’ aangenomen, die volgens tegenstanders veel trekjes van de sharia, de islamitische fatsoenswetgeving, vertoont.

In Petogogang wordt over dit soort zaken niet nagedacht. Pornowetten reiken niet tot in deze steegjes, en corruptie speelt zich af in een universum waar de bewoners van deze wijk nooit komen. Zij stemmen op hun ‘RT’. Wat er ook gebeurt.

Meer over