Indonesiërs sceptisch over geschiedschrijving

Historicus Antonie Dake wijst president Soekarno aan als het brein achter de coup van 1965, waarbij Soeharto aan de macht kwam....

Van onze correspondent Michel Maas

‘Hoe kunt u zoiets beweren! Het is niet waar dat mijn vader de coup heeft beraamd! Hij was niet het meesterbrein, maar het slachtoffer! Het was de CIA!’ Sukmawati, de dochter van president Soekarno, staat te trillen op haar benen.

Haar uitbarsting brengt professor Antonie Dake even van zijn stuk. De Nederlander had zich de presentatie van zijn boek Soekarno File anders voorgesteld. Hij herstelt zich en blijft bij het antwoord dat hij zonet heeft gegeven op de hamvraag: Wie was het meesterbrein achter de staatsgreep van 1965? ‘Het antwoord is: president Soekarno.’ Dake wil ‘een streep onder de rekening’ zetten: ‘Dit boek moet een einde maken aan alle mythen en de feiten laten spreken.’

In de nacht van 30 september op 1 oktober 1965 worden in Jakarta zes generaals, vrijwel de hele legertop, ontvoerd en vermoord. Legereenheden en knokploegen van de communistische partij PKI proberen de macht te grijpen, maar hun coup wordt verijdeld door generaal-majoor Soeharto, die zichzelf tot opperbevelhebber benoemt, en later president Soekarno dwingt tot een machtsoverdracht, en vervolgens een heksenjacht op communisten en hun sympathisanten ontketent die aan honderdduizenden mensen het leven kost.

Wat zich precies in die nacht heeft afgespeeld, weet niemand. In de officiële, door Soeharto gecensureerde, versie behoedt hij Indonesië voor een communistische overname, en draagt een zieke Soekarno vrijwillig de macht over. Onofficiële geschiedsschrijving ziet achter de coup een complot gestuurd door de CIA, die wil voorkomen dat na Vietnam en Noord-Korea opnieuw een Aziatisch land overstapt naar het communistische kamp. Volgens anderen is het Soeharto zelf geweest die de generaals heeft laten vermoorden om zo de weg vrij te maken en tegelijk in één klap ook Soekarno en de machtige communistische partij uit de weg te ruimen.

De feiten wijzen volgens Dake echter in een andere richting. De staatsgreep is in gang gezet door Soekarno zelf. Hij zou beducht zijn voor de generaals, die zich verzetten tegen zijn plan om een communistische burgermilitie – een ‘vijfde macht’– in het leven te roepen. Soekarno gaf zelf opdracht actie te ondernemen tegen de zeven generaals. De leiding van de communistische partij sluit zich aan bij dit complot, in de verwachting dat de PKI straks met steun van Soekarno Indonesië zal regeren. Het complot mislukt. De belangrijkste generaal, Nasution, ontsnapt. Soekarno raakt in paniek. Hij sluit zich niet aan bij de coup-plegers, zoals was afgesproken, maar vlucht naar zijn paleis in Bogor. Zonder zijn steun zakt de coup als een pudding in elkaar, en is het voor Soeharto niet moeilijk de touwtjes in handen te nemen. Soeharto confronteert Soekarno later met bewijzen voor zijn verraad, en dwingt de president zo de macht over te dragen. Soekarno krijgt huisarrest, en sterft in 1970.

Dakes presentatie wordt door de aanwezigen beleefd aangehoord, maar niemand lijkt overtuigd. In de zaal gonzen al snel de oude vragen in het rond. Had Soeharto voorkennis van de coup? Waarom vroeg Soekarno aan zijn lijfwacht wat hij moest doen, toen vreemde troepen bij zijn paleis de wacht hielden? Weet Dake met wie kolonel Latief was getrouwd, en met wie Soeharto was getrouwd? ‘Het lijken details’, lacht Aristides Katoppo, hoofdredacteur van de krant Sinar Harapan, ‘maar dit soort details kunnen de hele richting van het verhaal veranderen.’

Aan het eind van de bijeenkomst is Dake ingedeeld in het ‘Soekarno-is-schuldig’- kamp. Hij overhandigt het eerste exemplaar aan een norse Sukmawati, die nog eenmaal herhaalt: ‘De CIA heeft het gedaan.’

De Soekarno File is donderdag de tweede rimpel binnen een week die Nederlandse historici in Jakarta teweegbrengen. Het is veruit de grootste.

Een vijftigtal Papua's dromt donderdagochtend samen voor de Nederlandse ambassade in Jakarta. Mannen houden spandoeken omhoog die oproepen tot demilitarisering van Papua en herstel van de rechten van de Papua's. Zij voelen zich aangemoedigd door de grote studie van de historicus Pieter Drooglever, die dinsdag in Den Haag is gepresenteerd.

Meer opwinding heeft Drooglever in Indonesië nog niet teweeggebracht, terwijl zijn conclusie – dat het referendum waarin de Papua's in 1969 over hun toekomst mochten stemmen, een door Indonesië georchestreerde wanvertoning was – bijna net zo vernietigend is als die van Dake.

Alleen The Jakarta Post wijdt donderdag een artikel aan het rapport. Woordvoerder Yuri Othamrin van het Indonesische ministerie van Buitenlandse Zaken zegt dat de regering het stuk beschouwt als een ‘academische studie, die wij als zodanig waarderen en respecteren’. Het rapport zal ‘de betrekkingen tussen onze landen niet verstoren’, zegt hij.

Meer over