Indonesië verlicht noodtoestand Atjeh

Precies een jaar na de afkondiging van de militaire noodtoestand in Atjeh heeft Indonesië die verlicht en omgezet in een civiele noodtoestand....

De omschakeling betekent dat bepaalde bevoegdheden, zoals het instellen van uitgaansverboden, overgaan van het militair gezag naar de gouverneur van de provincie Atjeh. In de praktijk verandert er weinig voor de vier miljoen Atjeeërs: het lokale bestuur staat bekend als onbekwaam en corrupt.

Het Indonesische leger zegt het afgelopen jaar tweeduizend rebellen te hebben gedood en drieduizend anderen gevangen te hebben genomen, maar volgens diplomatieke en Indonesische bronnen zijn die aantallen overdreven. De Beweging Vrij Atjeh (GAM), die een jaar geleden nog zesduizend strijders zou hebben geteld, beschikt nu volgens de meeste schattingen nog altijd over vijfduizend man. Ook de leidersschapsstructuur van de afscheidingsbeweging is volgens goed ingevoerde waarnemers nog grotendeels intact, vooral in de hogere regionen.

Volgens internationales organisaties voor de mensenrechten zijn vooral de burgers van Atjeh het slachtoffer geworden van de militaire operatie van het afgelopen jaar. Veel burgers zijn omgekomen, duizenden zijn door het geweld van huis en haard verdreven. De opzet van Jakarta om het hart van de burgers voor zich te winnen lijkt dan ook te zijn mislukt.

De Indonesische regering heeft altijd vastgehouden aan het standpunt dat Atjeh nooit onafhankelijk mag worden. Jakarta had al de grootste moeite met de onafhankelijkheid van Oost-Timor, dat als Portugese kolonie geen deel had uitgemaakt van Nederlands Oost-Indië en daarom internationaal ook nooit is erkend als deel van Indonesië. Wie er van de zomer ook tot president van Indonesië wordt gekozen (Susilo Bambang Yudhoyono is de grootste kanshebber, nog vóór president Megawati en de voormalige chef-staf Wiranto), over onafhankelijkheid voor Atjeh valt niet te praten.

Meer over