'Indonesië schrok zichtbaar van scherpe kritiek'

Peter van Walsum drukte in de Veiligheidsraad door dat een vijfmans VN-missie naar Jakarta en Dili werd gestuurd. En hij drukte door dat de raad in het openbaar zou beraadslagen over Oost-Timor - een bijeenkomst waarop Indonesië ook door zijn vrienden de oren werd gewassen....

Een dag later bond president Habibie in. Met de komst van een vredesmacht naar het eiland bleven de Verenigde Naties en de Veiligheidsraad, waarvan Van Walsum in de maand september voorzitter is, een nieuwe afgang bespaard. De Nederlandse ambassadeur bij de VN blikt terug.

- Wat heeft Jakarta doen besluiten een vredesmacht te accepteren?

'Dat is de moeilijkste vraag. Ik zou het niet precies weten. Een aantal dingen. Ten eerste de missie. Ten tweede de open zitting van de Veiligheidsraad op 11 september, waar de Indonesiërs zichtbaar ongelooflijk geschrokken zijn dat zoveel ontwikkelingslanden hen scherp kritiseerden. Dat moet een geweldige eye opener voor ze zijn geweest. En ten derde, misschien wel het belangrijkste, het gerommel in de financiële instellingen.'

- Internationale druk dus. Maar de kritiek op u was aanvankelijk juist dat u te vriendelijk was voor Jakarta.

'Daar heb ik me niet zoveel van aangetrokken. Ik wist waar ik mee bezig was. Die kritiek kwam uit de Tweede Kamer. Van degenen hier in New York die ook maar een klein beetje weten hoe de zaken in elkaar steken, heb ik niets gehoord. Dus dan ga ik niet voor de tv allerlei emotionele dingen roepen, alleen om de Kamer te behagen.

'Mijn standpunt was: de enige remedie is een internationale strijdmacht. Maar alle landen die zich daarvoor hadden aangemeld, en ik heb dat één voor één nagegaan, eisten een mandaat van de Veiligheidsraad. En de raad op zijn beurt zou alleen toestemming geven als Jakarta ermee zou instemmen, dat was óók volstrekt duidelijk. Dus de enige mogelijkheid was de Indonesische regering om te turnen.'

Van Walsum beschrijft hoe vervolgens ook in de Veiligheidsraad het een en ander gemasseerd diende te worden. De vrienden van Indonesië wantrouwden het idee van een missie, omdat ze er een drukmiddel in zagen. 'Wat het natuurlijk ook was.'

Vervolgens zag vrijwel niemand het nut van een openbare beraadslaging. Zelfs de missie, telefonisch vanuit Jakarta geraadpleegd, raadde dat af. Toch schreef Van Walsum in zijn eentje een vergadering uit. Daarna was de zaak snel beklonken.

- Wat zou er gebeurd zijn als Jakarta niet had ingestemd? Zouden de VN dan het hoofd in de schoot hebben gelegd?

'Nou, dat dus niet. Maar hoe dan wél, daar kan ik echt geen verstandig antwoord op geven. Op die vraag zou iedereen met de mond vol tanden staan. Het hoort natuurlijk bij het uitoefenen van druk, maar de stemming was zo dat men zei: dan gaan we andere middelen zoeken. Het zou geen business as usual worden. Ik denk aan consequenties in de financiële sfeer.' - Zouden de VN, bij een slechte afloop, niet fataal gezichtsverlies hebben geleden?

'De VN hébben natuurlijk nogal wat gezichtsverlies geleden. Angola, Sierra Leone, Eritrea, Kosovo, Srebrenica, Rwanda. Een hele waslijst.

- Dus een fiasco meer of minder maakt niet zoveel verschil?

'Nee, dat wil ik niet zeggen.'

- Maar heeft die vrees een rol gespeeld in de discussies?

'Jazeker. Maar feit is dat het relatief - heel relatief, want Dili is verwoest - goed is afgelopen. Dat is belangrijk: een land dat zich geen duvel van de internationale gemeenschap aantrekt, wordt tot de orde geroepen. Oké, met vreselijk veel slachtoffers, veel te laat, allemaal waar, maar in laatste instantie krijgen ze niet hun zin.'

- Hebben landen nooit geopperd desnoods, gezien de veto's, buiten de Veiligheidsraad om troepen te sturen?

'Nee. Vooral na Kosovo heeft écht niemand veel zin om na te denken over zulke operaties. Vergeet niet dat de strijdmacht voor Oost-Timor bij elkaar geraapt moet worden. Eer zo'n gezelschap de stap zet om buiten de raad om in te grijpen, dat is echt uitgesloten. Absoluut. Ondenkbaar.'

'Dat de NAVO het in Kosovo wél heeft gedaan, is ten eerste omdat het de NAVO was. Ze stonden klaar. En ten tweede was het een heel uitzonderlijke situatie. We waren murw gemaakt door acht jaar etnische zuiveringen.'

Waarop een exposé volgt over de volkenrechtelijke basis van de NAVO-bombardementen. Een basis waarnaar, zegt Van Walsum, gewetensvol is gezocht. En die in zijn ogen inderdaad is gevonden. Hoewel, geeft hij toe, in een 'grijze zone'. De crux zit hem in de verschuiving die gaande is in het volkenrecht en de VN: minder respect voor soevereiniteit van staten, meer respect voor mensenrechten. De ambassadeur wees daar al op in een toespraak, 17 mei in Den Haag.

- Maar in dezelfde toespraak zei u dat door het NAVO-optreden 'niet het hek van de dam' is. De actie was 'eenmalig'. Kennelijk beklijft die verschuiving niet erg.

'Ja, ik zie de tegenspraak. Die accentverschuiving is er, dat geeft zelfs mijn Chinese collega toe. Maar het is niet meer dan dat. Je moet er enorm voorzichtig mee omgaan. Die soevereiniteit is niet opeens weg. Ook met Kosovo vonden we het dringend noodzakelijk weer terug te keren naar de Veiligheidsraad. Dat is gelukt.'

'Dus het kán zijn dat we te zorgvuldig zijn omgegaan met het gezag van Indonesië over Oost-Timor, maar het was een politieke realiteit. Er was niemand die zei of dacht: anders laten we de NAVO Jakarta bombarderen.'

Meer over