Indonesi zijn alweer uitgekeken op democratie

Ja, Megawati brengt nog steeds de grootste menigtes op de been. Maar een halfvol stadion is een schijntje vergeleken bij de volksscharen uit 1999....

Veertigduizend mensen kleuren het halve Bung Karno stadion van Jakarta rood. Op het grasveld dansen jongens zo uitzinnig in het rond dat een cameraman gewond raakt. 'Enthousiast' noemt een Indonesisch tv-verslaggever de dronken aanhangers van president Megawati Soekarnoputri.

Enthousiast zijn ze zeker, maar niet alleen voor Megawati. De buik-en bildansende dangdutzangeressen die Megawati's partij heeft ingehuurd lijken zeker zo belangrijk als de president zelf, die een verbeten strijd voert om de tweede ronde van de presidentsverkiezingen te halen.

Met veertigduizend 'aanhangers' heeft Megawati haar tegenstanders tot dusver royaal overklast. Haar meest gevreesde opponent, generaal b.d. Wiranto, kreeg in dit zelfde stadion niet meer dan drieduizend mensen op de been.

De opkomst bij Megawati valt echter ook tegen: veertigduizend mensen is niets vergeleken met de honderdduizenden dolenthousiaste Mega-supporters die Jakarta stillegden bij de eerste verkiezingen sinds de val van dictator Soeharto, in 1999. Een halfgevuld stadion voor Megawati bewijst wat in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van april al duidelijk was geworden: de Indonesi zijn de politiek alweer beu.

Scepsis en sarcasme begeleiden de politici die een gooi doen naar het presidentschap. Het volk gelooft hun beloften niet en heeft weinig vertrouwen in hun goede bedoelingen. De geest van de reformasi, de democratische hervorming die na de val van Soeharto werd ingezet, lijkt zo dood als een pier. Voor het eerst in de geschiedenis mogen de Indonesi rechtstreeks hun president kiezen, en het kan hen niet schelen.

Vijf jaar heeft de reformasi nodig gehad om zover te komen. Een diepe economische crisis legde in 1997 het wanbeleid van president Soeharto bloot. Hij had een economisch stelsel opgebouwd dat aan elkaar bleek te hangen van nepotisme en corruptie. Soeharto werd tot aftreden gedwongen en democratische krachten namen bezit van het land.

Soeharto's opvolger Habibie zette de democratische hervormingen in gang en diens opvolger, Abdurrahman Wahid, ging daarmee verder. De wispelturige Wahid werd in 2001 tot aftreden gedwongen. Dat gebeurde nadat hij had gedreigd parlementsvoorzitter Akbar Tandjung wegens corruptie voor de rechter te slepen en had geweigerd gratie te verlenen Soeharto's zoon Tommy, die wegens corruptie was veroordeeld. Of dat de redenen waren voor zijn val is nooit opgehelderd. Duidelijk was wel dat de oude politieke krachten nog springlevend waren.

De regering-Megawati heeft dat beeld alleen maar bevestigd. Megawati, dochter van de charismatische grondvester van de natie Soekarno, was het symbool van de reformasi. Zij was de kampioen van de boeren en de arme Indonesi. Haar opkomst werd gevierd als de terugkeer van Soekarno zelf. Zij werd vice-president onder Wahid en, toen deze was uitgeschakeld, president.

Dat bleek niet zonder meer een zegen voor de hervormingen. Zelf geconfronteerd met de democratie reageerde zij kribbig. Zij schuwde de media en liet blijken een hekel te hebben aan kritische journalisten. Demonstrerende studenten werden opgepakt, studenten die haar beeltenis besmeurden kregen forse celstraffen. Sindsdien gaan de studenten de straat niet meer op.

Bij de arme Indonesi heeft Megawati kwaad bloed gezet door de prijzen van de eerste levensbehoeften stroom, kerosine, gas en rijst drastisch te verhogen. Er is geen nieuw economisch beleid ontwikkeld, banenplannen zijn er niet. Internationale investeerders ontvluchtten het nog altijd door en door corrupte land.

Megawati is er niet in geslaagd greep te krijgen op de corruptie. Integendeel. Enkele tientallen triljoenen rupiah's (miljarden euro's) aan overheidsgeld zijn tijdens haar bewind verduisterd.

Twee van haar belangrijkste opponenten in de verkiezingen, exgeneraal Bambang Susilo Yudhoyono en vice-president Hamzah Haz, maakten deel uit van Megawati's regering. Een derde opponent, Amien Rais, was voorzitter van het Volkscongres dat het wanbeleid goedkeurde. De vierde is Wiranto, de ex-generaal die door de Verenigde Naties verantwoordelijk wordt gehouden voor het bloedbad in Oost-Timor van 1999. De beloften van alle presidentskandidaten worden schouderophalend ontvangen. Een nieuw economisch programma van Megawati? Twee ex-generaals die beloven de corruptie aan te pakken?

Maar een echt alternatief is er niet. Dat de mensen hunkeren naar zo'n alternatief bleek in de beginweken van de verkiezingscampagnes, toen de populaire televisieprediker Abdullah Gymnastiar sterk tevoorschijn kwam in peilingen. Hij is echter geen kandidaat.

In deze verkiezingen moeten de Indonesi het doen met wat ze hebben, en dat is behelpen. Zij laten de campagne langs zich afglijden en zullen op 5 juli degene kiezen van wie zij de minste schade verwachten.

Meer over