Individualisten in de ban van het wij-gevoel

Soms helpen geen honderd Davidjes om Goliath te vellen. Squashreus Engeland, in Europa al jaren onbarmhartig voor de kleintjes, demonstreerde tijdens de Europese titelstrijd voor landenteams in Amsterdam, opnieuw zijn suprematie....

TYNKE LANDSMEER

Van onze verslaggeefster

Tynke Landsmeer

AMSTERDAM

Zelfs zonder de geblesseerde Peter Marshall, de nummer twee van de wereld, was de Engelse formatie onoverwinnelijk. De mannenploeg had, met 's werelds nummer zes, zeven en acht in de gelederen, nog meer dan voldoende potentie om de twintigste Europese titel te veroveren.

De eer om het eigen land te vertegenwoordigen bleek groter dan de behoefte elders ter wereld een dik belegde boterham veilig te stellen. Want hoewel er financieel weinig te halen viel op het EK - slechts de Engelsen ontvingen van hun bond een vergoeding van 300 pond - betraden alle teams op volle oorlogssterkte het Frans Ottenstadion.

Nederlands kampioene Hugoline van Hoorn stak zich voor deze speciale gelegenheid in een oranje rok en bond een bijpassend sjaaltje om haar hoofd. Bovendien kregen alle tegenstanders een paar oranje klompjes cadeau. Ook de Engelsen gaven onomwonden uiting aan hun vaderlandsliefde. 'Ik trek dit trainingspak nooit meer uit', zei debutante Jane Martin. 'Ik wilde er de eerste avond zelfs in slapen.'

Raymond Scheffer, die voor de vijftiende keer op een EK de Nederlandse driekleur verdedigde en met zijn team een plek in de A-poule veiligstelde, beweerde eveneens geen genoeg te krijgen van de Davis Cup-achtige taferelen die zich afspeelden rond de baan. 'Ik krijg hier echt een wij-gevoel van. Squash is een sport, waarbij je altijd alles alleen moet doen. Nu staan er teamgenoten achter je te juichen, dat geeft een extra dimensie.'

In de voorbereiding op het Europees kampioenschap werkte de Nederlandse ploeg onder leiding van bondscoach Jonah Barrington vanaf januari aan het teamgevoel. De Engelsman, sinds vorig jaar parttime in dienst van de squashbond, riep in vier sessies van telkens één week de ploeg bijeen, die wegens gebrek aan concurrentie al jaren ongewijzigd is gebleven.

De 19-jarige Vanessa Atkinson, door een afmelding van de zieke Marjolein Houtsma als reserve toegevoegd, was de enige nieuweling tussen oudgedienden Hugoline van Hoorn, Denise Sommers en Nicole Beumer. Bij de mannen voegde jeugdkampioen Peter Paul Scheerder zich als vijfde man achter Lucas Buit, Raymond Scheffer, Eric Smit en Michael Vertogen bij de ploeg.

De Engelsen prepareerden zich, in tegenstelling tot de thuisspelende ploeg, individueel voor het kampioenschap. Pas drie weken voor het toernooi werd de selectie bekendgemaakt. Mark Cairnes: 'Iedereen heeft zijn eigen trainingsprogramma. Wij zijn allemaal al zo lang professioneel bezig dat wij geen gezamenlijke training nodig hebben.

'Ik heb hetzelfde programma afgewerkt als voor een individueel toernooi: intervaltraining op de baan, krachttraining en 's middags een oefenwedstrijdje. Voor ons is de voorbereiding makkelijker, want wij kunnen altijd wel een goede trainingspartner vinden. Lucas Buit is een prima squasher, maar hij heeft bijna niemand met wie hij zich kan meten in Nederland. Wij hebben nog wel twintig spelers in Engeland rondlopen die op ons niveau spelen.'

De suprematie van de Engelsen kwam het best tot uiting in de finale tussen Fiona Geaves en Nicole Beumer. Hoewel Beumer haar beste wedstrijd van het toernooi speelde en zij haar tegenstandster meermalen in de verdediging dreef, wist Geaves uit schier onmogelijke posities toch steeds te scoren.

Volgens Barrington ontbreekt het de Nederlanders nog steeds aan een professionele instelling. Waar de mentale weerbaarheid er bij de Engelsen met de paplepel wordt ingegoten, mist de Nederlandse ploeg een sterk karakter. Barrington: 'Dat neem ik niemand kwalijk, want ze hebben nooit geleerd dat het ook anders kan. Ze moeten niet van zichzelf uitgaan, maar van de tegenstander. Als zij moe zijn, dan is de tegenspeelster dat ook.'

Daarbij wees hij op de zinderende partij die Hugoline van Hoorn nipt met 3-2 verloor van de Duitse Sabine Schöne. 'Toen is Hugoline pas echt door de pijngrens gegaan. Vorig jaar zou ze in een veel vroeger stadium hebben opgegeven.'

De bondscoach kwam in opstand toen hij hoorde dat zijn pupil na het toernooi een rustdag wilde nemen. 'Vakantie?', riep hij geschokt uit. 'Als ze ooit van die Engelsen wil winnen, zal ze morgen gewoon weer moeten trainen. Iedereen gaat morgen rusten, maar daar moet zij zich juist van onderscheiden.'

Al eerder maakte Van Hoorn kennis met de keiharde opstelling van haar kwelgeest. Barrington stuurde zijn kopvrouw vorig jaar tijdens het EK tegen haar zin het veld in, toen een blaar haar het lopen belemmerde. Van Hoorn: 'Ik dacht dat ik niet kon spelen, maar toen de wedstrijd eenmaal was begonnen, heb ik geen pijn meer gevoeld. Ik was verbijsterd.'

Barrington vond de Nederlandse squashers gemakzuchtig, een woord dat in zijn vocabulaire niet voorkomt. De 53-jarige coach maakte eind jaren zestig de revolutionaire beslissing zijn maatschappelijke carrière te verruilen voor een professionele squashloopbaan. Zijn onlesbare dorst naar trainen, die hem een kapotte heup bezorgde, projecteert hij nu op zijn leerlingen.

Barrington: 'Ik trainde zo verschrikkelijk hard dat de wedstrijden een vakantie leken. Het heeft alles met discipline te maken. Twee keer per dag trainen, zes keer per week en slechts één dag rust. En soms zelfs helemaal geen rust. Je kunt nu eenmaal niet op dezelfde manier leven als je vrienden.'

Met pijn in zijn hart volgt hij dan ook de verrichtingen van Raymond Scheffer en Eric Smit, die squash combineren met respectievelijk een opleiding tot golfleraar en een studie bedrijfseconomie. Smit: 'Het is inderdaad geen ideale combinatie. Het één lijdt onder het ander; ik zit nu in mijn achtste studiejaar, terwijl ik met squash internationaal ook nog weinig heb bereikt.

'Maar je moet ook reëel blijven. Als ik over een paar jaar niet meer kan squashen, zal ik toch een baan moeten zoeken. Ik verdien te weinig om na mijn loopbaan te kunnen rentenieren.'

De Engelsen kunnen zich zo'n combinatie maar moeilijk voorstellen. Zonder uitzondering keerden de leden van de nationale ploeg op hun zestiende de school de rug toe en startten een profcarrière. Soms het eerste jaar in combinatie met een parttime baan om de vliegreizen naar het buitenland te financieren.

De makke van het bestaan als professional is het gebrek aan sponsors. Pas wanneer de hoogste regionen van de wereldranglijst worden bereikt, zijn geldschieters bereid er enig vermogen in te steken. Maar eer die top wordt behaald, moeten vele internationale toernooien worden afgewerkt.

Ook Van Hoorn komt zonder geldschieter geen tree hoger op de wereldranglijst, waarop zij nu de 24ste plek bezet. 'Om hogerop te komen zou ik ongeveer tien toernooien per jaar moeten spelen, maar daar heb ik het geld niet voor.'

Van Hoorn schakelde onlangs een sportmanagementbureau in dat voor meer inkomsten moet zorgen. 'Alles wat ik aan prijzengeld verdien stop ik er weer in, maar dat is nog niet voldoende. Ik kan rondkomen omdat mijn vriendin een goede baan heeft, maar het is geen vetpot.'

De Engelse mannenploeg heeft beduidend meer financiële armslag. Voor de mannen valt er op internationale toernooien vele malen meer te verdienen dan voor de vrouwen. Van Hoorn: 'Die jongens hebben tien keer per jaar een met honderdduizend dollar gedoteerd toernooi, wij misschien net één.'

Bovendien zijn de Engelsen, gezien hun positie op de wereldranglijst, makkelijker in staat een eerste plek te bemachtigen op de sterk bezette toernooien.

Del Harris: 'Op mijn achttiende verdiende ik tachtigduizend pond per jaar. Ik had een goede sponsor, won een aantal toernooien en werd betaald door de club. Nu is dat iets minder, maar ik kan er nog steeds goed van rondkomen.'

Zijn landgenote Cassie Jackman, derde op de wereldranglijst, komt er met een gemiddelde van 20.000 pond per jaar een stuk bekaaider van af. 'Mijn inkomsten schommelen enorm. De ene maand kan ik bij wijze van spreken een televisie kopen en de volgende maand leef je op water en brood.'

Volgens Barrington is het gebrek aan financiële middelen één van de oorzaken voor het ontbreken van jeugdige spelers in Nederland. 'Die ouders sturen hun kinderen allemaal naar de tennisbaan, want daar valt tenminste geld te halen', meent Barrington.

Toch heeft de fanatieke bondscoach in Nederland een jeugdopleiding opgezet, vergelijkbaar met die in Engeland. Daar worden talentvolle squashers op jonge leeftijd geselecteerd en ondergebracht in squads. Zowel op club-, als op regio- en nationaal niveau bestaan dergelijke selecties.

Elke squad komt vier weekeinden per jaar bijeen voor een trainingssessie waar de jonge spelers al vroeg wordt geleerd zich mentaal te weren. 'De concurrentie is groot in Engeland. Zelfs de jeugd heeft een zware competitie en dat is een goede voorbereiding op de internationale toernooien die later geld moeten opbrengen', aldus Barrington.

Op zijn initiatief is in Nederland begonnen met mini-squash, een spel waarbij kinderen tussen de vijf en acht jaar met een klein racket en een zachte schuimrubberen bal zich de eerste beginselen van squash eigen maken.

Barrington: 'We proberen een grote jeugdselectie op te bouwen. Ooit zal het de Nederlanders lukken de Engelsen te verslaan.'

Uitslagen op pagina 20

Meer over