INDIVIDUALISERING EN BEVRIJDING

HET Nationaal Vrijheidsonderzoek, dat in opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei door het bureau Motivaction werd gehouden, constateert een toenemende bezorgdheid over de toenemende individualisering....

Kees Schuyt

Die klacht over individualisering is niet nieuw. Bij dit soort opiniepeilingen gaat men er zonder meer vanuit dat iedereen weet wat onder 'individualisering' wordt verstaan en dat iedereen die er een mening over heeft, er ook een identieke inhoud aan geeft. Maar individualisering is zo langzamerhand tot een containerbegrip uitgegroeid, een oceaan breed, een duim diep.

In het onderhavige waarden- en normenonderzoek wordt individualisering geassocieerd met egoisme en met het je niets meer aantrekken van je medeburgers. In andere onderzoekingen wordt het in verband gebracht met alleen wonen en is het een belangrijke oorzaak van gezinsverdunning. Weer andere samenlevingsdeskundigen constateren een individuele trend in de vrijetijdsbesteding: meer mensen recreëren en gaan aan sport doen, maar ze doen dat niet meer in verenigingsverband. Hardlopen en fitness zijn de bekendste voorbeelden. De Amerikaanse politicoloog Putnam heeft dat kernachtig bowling alone gedoopt. Een leuke term. Allemaal sportievelingen die in hun eentje hun persoonlijk record proberen te verbeteren.

Andere belangrijke betekenissen van individualisering zijn al veel ouder. We kennen sinds 1947 het probleem van de individualisering in de sociale zekerheid: een uitkering krijgen die onafhankelijk is van het inkomen van de partner. Ook in het onderwijs begon men met individualisering, hetgeen neerkwam op nieuwe opvoedkundige denkbeelden die meer aandacht wilden geven aan individuele leerlingen (Jenaplan, Montessori). Vanaf ongeveer 1900 werd de individualisering van de strafrechtspleging ingevoerd, waarbij niet meer de daad, maar kenmerken van de dader bij de strafoplegging centraal stonden. Al deze gevallen van individualisering hebben een positieve lading. Tegenwoordig zouden we gewoon zeggen dat overal maatwerk vereist wordt.

Waarom krijgt individualisering dan toch zo vaak een negatieve klank? Staat het verlichtingsideaal op de tocht? De opvatting dat iedereen het recht heeft om voor zichzelf over alle onderwerpen, inclusief over goed en kwaad, een zelfstandig oordeel te vellen. Dit idee, deze mondigheid, is een belangrijke hoeksteen van de moderne samenleving geworden. Individualisering is in deze verlichtingstraditie een proces van je zelf losmaken van een (autoritaire) omgeving waarvan je te afhankelijk bent. Losmaken leidt vaak tot losraken en dat boezemt angst in, zowel bij degenen, die zich losmaken als bij de achterblijvers.

Zo gezien is individualisering een noodzakelijk conflict tussen individu en groep (het gezin, de familie, de godsdienstige groepering, de club, de bond, de sociale klasse, de heersende mening). Je bent bijvoorbeeld in je houding tegenover homo's niet meer afhankelijk van de mening van bisschop, rabbi of imam. Dit conflict is tegelijk het begin van een eigen identiteit en een eigen persoonlijkheid. Je bevrijdt je van de last van anderen en van al hun meningen en hebbelijkheden. Dit kan soms zo ver gaan dat je die anderen wegdrukt en verdrukt als ze je bevrijding of je eigen persoonlijke belangen in de weg staan. Maar het conflict met de anderen, levert uiteindelijk een zelfbevestiging en een zelfbewustzijn op. Zonder conflicten, geen autonome personen. Autonomie is een prettige ervaring.

De inhoud van het verworven zelfbewustzijn bepaalt de kwaliteit van de individualisering. Als je beseft dat je altijd afhankelijk bent geweest van anderen en dat ieder mens, vanaf het allereerste begin tot het allerlaatste einde, van anderen afhankelijk blijft, wordt individualisering geen nieuwe vorm van egoïsme. Het is immers een hard sociaal feit, dat niemand volledig op eigen benen kan staan of uitsluitend alles aan zich zelf te danken heeft. De mens is een door en door sociaal wezen, maar hoeft daardoor nog geen kuddedier te worden. De eeuwige politieke tegenstelling tussen collectivisme en individualisme is oneigenlijk, omdat men pas individu kan worden door de constante afhankelijkheid van en botsing met medemensen.

Het proces van individualisering wordt beheerst door een duivelse dialectiek: eerst ben je je van je afhankelijkheid van anderen nauwelijks bewust, je wordt geleefd en er wordt je van alles voorgezegd en voorgeschreven. Dan probeer je je van die knellende banden en verbanden te ontdoen. Juist dóór dat te doen groeit je zelfbewustzijn, ga je eigen keuzen maken en verwerf je zelfrespect, een zelfgewilde identiteit. Maar als je er dan weer lang genoeg en eerlijk over nadenkt, heb je je nog van niets bevrijd. De onbewuste afhankelijkheid is een bewuste en bewust aanvaarde afhankelijkheid geworden.

De Haagse schilder-dichter Willem Hussem schreef het eenvoudiger op: 'Bij je beperking begint je bevrijding'.

Op naar 5 mei 2002.

Meer over