Indisch verleden als bron van wijsheid: Het Cultuurstelsel

IN THEORIE waren de hoofdpunten van het Cultuurstelsel niet bezwarend voor het volk, maar de praktijk pakte heel anders uit....

(. . .)

a) De overeenkomst met het volk betreffende de verdeling van de grond was loze praat; wat op schrift gesteld was verschilde totaal van de uitvoering. De ligging en de oppervlakte van de grond werd door de Nederlandse regering vastgesteld naar willekeur en zonder zich aan de overeenkomst te houden.

b) In plaats van 1/5 deel werd 1/3 deel van de grond in beslag genomen of zelfs de hele grond. Dit kwam omdat de regering aan elkaar grenzende stukken grond nodig had om het toezicht te vergemakkelijken en met het oog op irrigatie e.d.

c) Grondbelasting werd bijna overal op Java geheven. Dat klopte dus helemaal niet met wat er in de overeenkomst was vastgelegd.

De gewassen die onder het Cultuurstelsel verplicht moesten worden verbouwd waren thee, indigo, tabak, kaneel, katoen, peper, etc. Door de verbouw van deze gewassen is Indonesië later producent van exportgewassen geworden.

Het Cultuurstelsel was voor Nederland van grote betekenis, omdat hiermee de glorie kon worden hersteld. Van den Bosch werd zelfs als nationale held beschouwd. Voor Indonesië echter had het Cultuurstelsel tot gevolg dat het volk verarmde, moest lijden en ten slotte zelfs verhongerde. Voorbeeld: de hongersnoden van Cirebon (1844), Demak (1848) en Grobogan (1849).

Uit: Nationale Geschiedenis van Indonesië, voor de 2de klas voortgezet onderwijs, door Wayan Badrika, 1995.

Meer over