Indiase priesters moeten roepingentekort opvullen

India heeft een priesteroverschot, Nederland een tekort. Het aantal liep terug van 3374 in 1980 tot 1242 in 2000. 'In Nederland hoeft niet evangeliserend te worden opgetreden....

Kort na zijn priesterwijding, zo'n zes jaar geleden, liet de Indiër Geoffrey Paimpallil zijn geweten als missionaris spreken: waar zou hij zich het nuttigst kunnen maken? In Zuid-Amerika, waar veel van zijn landgenoten zich vestigen? Afrika wellicht? Hij koos voor Nederland. Een nieuw missiegebied dat weliswaar nog niet helemaal van God is losgeraakt, maar waar de moederkerk toch onderhevig is aan ernstig verval.

Binnenkort krijgt hij mogelijk versterking uit India. Anders dan de Nederlandse kerkprovincie kent dit land een priesteroverschot. Bisschop Hurkmans van Den Bosch hoopt daar zijn voordeel mee te doen bij de bestrijding van de personeelstekorten in zijn diocees.

Daarbij zal hij selectief te werk gaan, verzekert zijn voorlichter. Voor het pastoraat in het verre Brabant komen alleen gewijde priesters in aanmerking die in eigen land hun roeping hebben verstaan en die zich niet door overwegingen van materiële aard laten leiden. Zij zullen onder geen beding de voorhoede vormen van een invasie van buitenlandse missionarissen. Elk bisdom moet zijn eigen geestelijken kweken.

Dat streven getuigt, lijkt het, niet van veel realiteitszin. In het bisdom Den Bosch zijn de laatste twee jaar slechts acht priesters gewijd, een fractie van het benodigde aantal. In de hele Nederlandse kerkprovincie is het aantal actieve priesters teruggelopen van 3374 in 1980 tot 1242 in 2000. Een kentering tekent zich niet af. Om de parochianen voor geestelijke verdroging te behoeden, worden op grote schaal leken ingezet.

Aan hen kan echter maar een beperkt aantal pastorale taken worden uitbesteed. De sacramenten mogen alleen door gewijde geestelijken worden toegediend. Om aan die vraag te kunnen voldoen, blijven deze langer in functie en krijgen zij het steeds drukker. 'Het priesterschap ontwikkelt zich tot een ambulant beroep', zegt Peter van Zoest van de Nederlandse Bisschoppenconferentie. 'De geestelijken krijgen meer parochies onder hun hoede, en hebben minder tijd voor hun taken. Zij gaan steeds meer gebukt onder stress en burn-out.'

De 'missionaire status' van de kerk in Nederland hangt vooral met deze omstandigheid samen, zegt Loek Sinselmeijer van het aartsbisdom Utrecht. 'Er hoeft hier niet evangeliserend te worden opgetreden, maar we hebben vooral behoefte aan versterking.' Daarvoor zal steeds vaker buiten de landsgrenzen worden gerecruteerd. In zijn eigen bisdom zijn al tien buitenlandse priesters actief: Polen, Vietnamezen, Indiërs en een Duitser. Het bisdom Roermond telt er veertien, vooral afkomstig uit buurlanden.

De ervaringen in Utrecht met de buitenlandse priesters zijn, aldus Sinselmeijer, 'boven verwachting'. Mathieu Bremelmans, woordvoerder van het bisdom Roermond, oordeelt wat zuiniger. 'Het blijkt moeilijk om mensen te vinden die zich kunnen voegen naar de Nederlandse cultuur en naar de bescheiden plaats van de rooms-katholieke kerk in onze samenleving.' Dat verklaart wellicht waarom onlangs twee Poolse priesters voortijdig zijn vertrokken: zij genoten hier minder gezag dan thuis.

Geoffrey Paimpallil heeft het wat dat betreft makkelijk gehad. In India vormen de 40 miljoen rooms-katholieken een minderheid van nog geen 3 procent. Hun positie lijkt dus wel wat op die van hun Nederlandse geloofsgenoten. Er is echter ook een verschil: de kerk in zijn land is gesticht door een echte apostel, Thomas. Dat kan geen Nederlandse katholiek hem nazeggen.

Meer over