In zwart-wit tussen de slachtoffers

Van Houwelingen en Staal * * *..

Sacha Bronwasser

amsterdam Zou Barack Obama zijn lijfwoord al eens zo voor zich hebben gezien? Op een tekening dwarrelt een anoniem figuurtje omlaag. Een strop om de nek die nog nét niet aangespannen is: ‘hoop’ staat er onder.

Dat is een verrassing in galerie Torch. De kunstenaar die deze satirische tekening en een heleboel andere in eenzelfde serie maakte, staat niet bekend om zijn grappen. Integendeel. Jonas Staal (1981) geldt als een van de meest serieuze hedendaagse kunstenaars. Met een koud mes fileert hij de samenleving. De afgelopen tijd richtte hij zich in kunstwerken en diverse boekjes op geweld, op de democratie en op de positie van de westerse kunstenaar, die onlosmakelijk met de politiek verbonden is.

Eerder kwamen de bermmonumenten die hij voor Geert Wilders oprichtte, met knuffels en kaarsjes bij de foto’s van de politicus (De Geert Wilders werken, 2005), hem op een rechtszaak te staan. Hij noemt zichzelf een ‘politieke kunstenaar’, alsof het een stijlkeuze is.

In galerie Torch exposeert hij met een andere ‘politieke kunstenaar’, Hans van Houwelingen (1957). Van Houwelingen toont een serie foto’s uit 2001 en een recente video, Jonas Staal een serie tekeningen en een theaterregistratie. A History of Violence heet hun gezamenlijke onderneming, alsof het een wetenschappelijk onderzoek betreft.

Het is ambitieus voor een galerie-presentatie. Het blijkt ook wel dat een galerie eigenlijk te klein is voor een dergelijk onderwerp.

Van Houwelingen is de afstandelijkste, ook al gebruikt hij zijn eigen beeltenis. Hij plaatste zichzelf in bekende foto’s die in Hiroshima en Nagasaki zijn gemaakt, vlak na de destructie door de atoombommen. In grofkorrelig zwart-wit rent hij tussen de verbrande slachtoffers of buigt hij zich over een bloedend kind. Vals, maar ook duidelijk: door je te identificeren met de slachtoffers verbind je je aan rampspoed die niet de jouwe is. Herdenken en geschiedschrijving worden daarmee per definitie vals.

Wat de tien minuten durende registratie van Van Houwelingens stervende kip er bij doet, is een raadsel. De kip sterft na een lang leven; er spreekt geen geweld, maar juist liefde uit de rustige aandacht van de cameraman voor het wegglijdende beest.

Jonas Staal verzamelde woorden en uitdrukkingen uit onze westerse samenleving, van reclameslogans (‘Spaar ze allemaal’) tot ideologische bakens (‘Verlichtingsidealen’). Hij geeft er met zijn silhouettekeningen een zwartgallige twist aan: de spaarder is een gehurkt figuurtje, de anus volgestopt met Nederlandse vlaggetjes. En de ‘Verlichtingsidealen’ bestaan uit een rokende berg lichamen. Consequent leidt elk woord naar geweld en tja, de geschiedenis geeft Staal gelijk.

Maar de keurig ingelijste grappen staan de kunstenaar, zelfverklaard tegenstander van ironie, niet goed. Ze lijken op de muurtekeningen van politiek tekenaar Dan Perjovschi, wiens sociale satire al menig museum sierde – als kunstwerkje zijn ze totaal onschuldig.

Het maakt de presentatie onevenwichtig maar niet slecht. Met een ongemakkelijk videowerk – Staal liet een toneelstuk uitvoeren dat geschreven is door de ‘high school shooter’ die in 2007 op Virginia Tech huishield – laat hij zien dat zijn onderzoek naar geweld hem serieus is. Hoe breder Staal zoekt, hoe beter het wordt.

Vele andere kunstenaars gingen hem daarbij voor. Niet alleen Hans van Houwelingen; ook Joep van Lieshout, Artur Zmijewski, Marina Abramovic, Renzo Martens en nog veel meer. Kom op conservatoren van het Stedelijk Museum Amsterdam: zet jullie tanden daar eens in.

Sacha Bronwasser

Meer over