Reportage

In Zandvoort kijken ze reikhalzend uit naar de Grand Prix: eindelijk weer het middelpunt van de wereld

De Grand Prix-race van 1955 op het circuit in Zandvoort.  Beeld HH /  ANP
De Grand Prix-race van 1955 op het circuit in Zandvoort.Beeld HH / ANP

Met de terugkeer van de Grand Prix herleven oude tijden in Zandvoort. Er zijn maar weinig inwoners die zich daar níét op verheugen, ondanks covidregels en protesten. ‘Een half miljard mensen zien ons op tv, hoe mooi wil je het hebben?’

Rechte wegen zijn er voor snelle auto’s, bochten zijn er voor snelle coureurs – dat inzicht is bijna even oud als de automobiel zelf.

Wie in Zandvoort aan zee ter hoogte van Bernie’s Beach Club over een clandestien gebaand paadje de duinen inloopt, komt na een avontuurlijk wandelingetje door rul zand op een fraaie heuvel. Een bont gezelschap van Duitse vakantiegangers en Nederlandse dagjesmensen heeft daar gratis een prachtig uitzicht op een van de spectaculaire bochten van Europa, de Tarzanbocht. Op deze doodgewone vrijdag rolt de ene na de andere vijftig jaar oude Porsche 911 die bocht in. Nostalgieraces zijn in de mode, als illegale toeschouwer kun je het niet mooier krijgen: de hoogtijdagen van dit model vielen samen met de hoogtijdagen van dit duincircuit – met het tijdperk waarin Formule 1-fans op vijf continenten het woord ‘Zandvoort’ probeerden uit te spreken.

Het parcours van het circuit veranderde veelvuldig, de Porsches op het asfalt werden alsmaar sneller, de Tarzan-bocht bleef. Al sinds de opening in 1948 is het een kunst daar de controle niet te verliezen, in elk geval niet volledig. ‘Als je alles onder controle hebt, rijd je niet hard genoeg’, wist de Britse coureur Stirling Moss. Maar als je té hard rijdt, riskeer je behalve je concurrenten je engelbewaarder op achterstand te zetten. Rijd nóóit sneller dan je beschermengel kan vliegen, luidt een tijdloos advies aan elke tiener met Formule 1-ambities.

Niki Lauda (midden) in Zandvoort, begin jaren zeventig.  Beeld Getty
Niki Lauda (midden) in Zandvoort, begin jaren zeventig.Beeld Getty

Piers Courage en Roger Williamson, landgenoten van Stirling Moss, verlieten het circuit van Zandvoort niet levend. De legendarische Rob Slotemaker, leermeester van Jan Lammers, verongelukte hier in 1979 na een tragische botsing. Op het kersvers gerenoveerde circuit wordt hij geëerd met een speciale Rob Slotemakerbocht. Langs het circuit loopt nu een Rob Slotemakerstraat.

Niki Lauda stapte wonder boven wonder levend uit een brandende racewagen (op de Nürburgring). De eerste keer dat hij in Zandvoort won, had hij twee oorschelpen, de laatste keer nog maar één. Rick Hartgerink woonde nog niet in Zandvoort toen hij Lauda hier op 25 augustus 1985 uit zijn rood-witte Marlboro-Porsche zag stappen. Het iconische beeld van de coureur met het verbrande rechteroor staat nog altijd op zijn netvlies. Het was niet alleen de laatste keer dat Lauda in Zandvoort won, het was de laatste keer dat de Grand Prix van Nederland werd verreden.

‘Superblij’

Sinds tien jaar woont Hartgerink zelf in de gemeente die Nederlands beroemdste autocircuit huisvest. ‘Ik ben superblij dat de Grand Prix terug is!’, zegt hij. In Zandvoort is hij de enige niet. Zeg gerust dat vreugdevolle anticipatie op het weekeinde van 3,4 en 5 september 2021 hier veel voorkomt.

Zandvoortenaar Michael: ‘Wat de Grand Prix voor Zandvoort betekent? Dat Zandvoort een hele zondagmiddag het middelpunt van de wereld is.’

Zandvoortenaar Leo: ‘Over twee toegangswegen komen een paar honderdduizend mensen naar een plaatsje met nog geen 20 duizend inwoners. In de wijde omgeving zitten de hotels vol. Het is een economische boost. Een half miljard mensen zien Zandvoort op tv. Hoe mooi wil je het hebben?’

Zonder circuit ben je een gewone kustplaats, met circuit spreek je tot ver buiten de landsgrenzen tot de verbeelding. Een klein mannetje heeft een snelle auto nodig om sjans te hebben, kun je metaforisch stellen. Voorbijgangers in Zandvoortse winkelstraten kunnen bijna allemaal om dat beeld lachen.

Rick Hartgerink was toeschouwer toen Niki Lauda Zandvoorts laatste Grand Prix won, in het eerste weekeinde van september 2021 zal hij in oranje overall als baancommissaris bij de start acte de présence geven. Flink wat mensen in zijn omgeving zijn nu al jaloers. Hartgerink krijgt de coureur die zowel de hoofdattractie als de gedoodverfde winnaar is van Nederlands eerste Grand Prix in 36 jaar van heel dichtbij te zien. Die coureur was nog niet geboren toen de laatste werd verreden.

De meeste inwoners van bad- en raceplaats Zandvoort draaien er niet omheen: zonder Max Verstappen was het onwaarschijnlijk geweest dat het Formule 1-circus hier weer was neergestreken. Zo’n Grand Prix is een peperduur evenement. Het waren geldproblemen, geen milieumaatregelen, die ervoor zorgden dat het doek hier midden jaren tachtig viel voor de Formule 1. Om de boel te kunnen financieren is het handig als een land een coureur voortbrengt op wie honderdduizend mensen per dag afkomen. Maar liefst 315 duizend kaarten werden in het precovidium voor het driedaagse evenement verkocht. Zonder corona was de race vorig jaar mei verreden, liefhebbers die er 35 jaar wachttijd op hadden zitten, kregen er nog 16 maanden bij. Op de persconferentie van 13 augustus maakte het kabinet bekend dat eenderde van die kaartjesbezitters thuis moet blijven: 210 duizend toeschouwers is in covidtijden het absolute maximum.

Zonder Max Verstappen geen terugkeer van de Grand Prix aan de Noordzee, zonder prins Bernhard junior ook niet, zegt Rick Hartgerink. ‘Die is zelf een fanatiek racer, en heel ambitieus.’ Bernhard junior: behalve uitbater van een reeks Amsterdamse huurpanden is hij sinds 2019 ook mede-eigenaar van het duincircuit. De raceprins geldt als de spil van de lobby die de Formule 1 terug naar Nederland haalde.

Coureur Jim Clark wordt gefeliciteerd door de Italiaanse actrice Monica Vitti na zijn winst op de Grand Prix in Zandvoort, 1965.  Beeld Getty Images
Coureur Jim Clark wordt gefeliciteerd door de Italiaanse actrice Monica Vitti na zijn winst op de Grand Prix in Zandvoort, 1965.Beeld Getty Images

Verzet

Weinig activiteiten verdelen de geesten meer dan de autosport. Er zijn óók best wat mensen die niet blij zijn met een raceprins die profiteert van de rijzende ster van een racegod. Een hoofdrol in het verzet tegen de terugkeer van de Grand Prix speelde het Platform Rust bij de Kust onder leiding van de Haarlemse oud-GroenLinks-wethouder Karel van Broekhoven. Daarbij kwam tegenstand van de Stichting Duinbehoud, Milieudefensie, de Natuur- en Milieufederatie Noord-Holland en de Vrienden van Middenduin. Het circuit had al flink wat rechtszaken achter de rug toen de Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland de noodklok luidden over de ernstige gehoorschade die vogels in het gebied kunnen oplopen. Twee weken geleden nog diende een zaak van de Stichting Duinbehoud over de aantasting van het leefgebied van de zandhagedis en de rugstreeppad.

Viervoudig Formule 1-kampioen Sebastian Vettel ontpopte zich de afgelopen jaren als steunpilaar van Greta Thunberg en is nu een pleitbezorger voor ecologisch racen met veel minder uitstoot én veel minder lawaai. Er zijn mensen die vinden dat Formule 1 überhaupt niet meer past in een tijd waarin de aarde snel opwarmt en mensen zich om de toestand van o zo kwetsbare ecosystemen zouden moeten bekommeren.

Probeer zulke mensen maar eens spontaan tegen het lijf te lopen in Zandvoort. Ik ging op zoek naar tegenstanders bij de flats in Zandvoort-Noord, waar je het circuit het meest hoort. Er werd me verteld dat mensen die klagen niet uit Zandvoort komen, dat je net zo aan racegeluiden went als aan meeuwen, dat je van een spoorlijn meer last hebt. De geschiedenis heeft haar constanten. Toen de Zandvoortse gemeenteraad in 1981 vanwege nieuwe geluidswetgeving besloot het circuit te sluiten, bleek driekwart van de Zandvoortenaren voor openhouden en kwam het tot protesten. ‘Als het straks zonder circuit maar niet al te stil zal zijn…’, stond in 1981 op posters en stickers in veel hotels en winkels.

Freekje van Bakkerij Van Vessem woonde al in Zandvoort-Noord in de hoogtijdagen van de Grand Prix. Mooie tijden. Op elk vrij plekje zetten bezoekers tenten op. De boulevard langs zee veranderde in een camping. Overal werd gebarbecued – dat Zandvoort van toen was gewoon ontzettend gezellig. Aan het eind van het weekeinde ging de lokale bevolking file kijken. Freekje zegt: ‘Als je niet tegen het geluid van raceauto’s kunt, moet je niet in Zandvoort gaan wonen.’

Geboren en getogen Zandvoortenaar Jaap, voor zijn pensionering bij de politie: ‘Mensen zijn tegenwoordig overgevoelig, ze storen zich aan alles.’ Zijn vrouw Marie, al bijna vijftig jaar in Zandvoort: ‘In Utrecht heb je mensen die bij een kerk gaan wonen en dan gaan klagen over kerkklokken.’ De mooie tuin van dit echtpaar zal op 3 september veranderen in een minicamping voor Formule 1-fans in de familie. In de goeie ouwe tijd zag je overal tenten in tuinen als het jaarlijkse Grand Prix-festijn begon. Komend weekeinde kunnen 5.000 kampeerders vlak bij het circuit terecht in een ‘Official 538 Dutch Grand Prix Village’ van Radio 538.

Coureur Patrick Tambay op het circuit van Zandvoort, 1982.  Beeld Getty
Coureur Patrick Tambay op het circuit van Zandvoort, 1982.Beeld Getty

Een nieuw begin

Als de wind uit het noorden komt, en dat komt die vandaag, mengt het geronk van racende auto’s zich in het centrum van Zandvoort met de kreten die meeuwen uitstoten. Engel en Hedi Lever vertellen dat ze daar net zo aan gewend zijn als aan de cannabisdampen uit Coffeeshop Yanks tegenover hun naoorlogse woning. Engel Lever: ‘Het is veel fijner om tegenover een coffeeshop te wonen dan tegenover een café, allemaal hartstikke rustige jongens, je moet daar eens op het terras twee stuffies roken.’

Engels leeftijd begint met een 8, die van Hedi met een 7, ze woonden al in Zandvoort vóór de eerste Grand Prix werd gereden. Hedi Lever kan mooi schilderen en toont eigen werk waarop we zien hoe de plek waar we nu staan eruit zag in haar jeugd. De coffeeshop is op haar schilderij nog een volkskoffiehuis, daarvoor ligt een kale vlakte met wat helmgras. Zó zag Zandvoort er vlak na de oorlog uit. Engel Lever: ‘Dat was een arme treurige rottijd, van het mooie oude Zandvoort was niets over. Formule 1 bracht het leven in Zandvoort terug. Het was een nieuw begin.’

De oorlog: die is belangrijk om de hechting van de bevolking aan het circuit te begrijpen. Zandvoort was een vissersdorpje voor het in de tweede helft van de 19de eeuw de metamorfose onderging tot chique badplaats waar niet op art deco werd bezuinigd. In de belle époque logeerden hier gefortuneerde gasten in fraaie jugendstilhotels, niemand minder dan keizerin Sisi kwam hier kuren. Nagenoeg niets van al dat moois overleefde het jaar 1942. In luttele maanden gooide de Duitse bezetter alle fin-de-siècle-pracht langs de kust tegen de grond om ruimte te maken voor de Atlantikwall, de verdedigingslinie tegen de geallieerden. Zandvoort bleef achter met enorme hoeveelheden puin – puin waarover op deze vrijdagmiddag oude Porsches racen.

De Daimler Benz AG Mercedes W196-raceauto’s van Stirling Moss (nr. 10) en Karl Kling (nr. 12) worden uitgeladen voor de Grand Prix in juni 1955. Beeld Getty
De Daimler Benz AG Mercedes W196-raceauto’s van Stirling Moss (nr. 10) en Karl Kling (nr. 12) worden uitgeladen voor de Grand Prix in juni 1955.Beeld Getty

Racen over het puin

De aartsvader van de autosport aan de Noordzee was burgemeester Henri van Alphen. Vlak voor de oorlog was hij al het brein achter een autorace door de straten van Zandvoort. Toen zijn gemeente in puin lag, suggereerde hij de bezetter de brokstukken van de belle époque te gebruiken voor een lange rechte weg vanaf de zee. Tussen 1946 en 1948 verrees op dat geëgaliseerde puin een autocircuit.

In de woorden van schrijver, Ruslandcorrespondent en Bekende Zandvoortenaar Pieter Waterdrinker: ‘Ieder keer als er een Grand Prix wordt gehouden, racen ze over een stuk geschiedenis, een treurig stuk geschiedenis, niet alleen van Zandvoort, maar van heel Nederland.’ Waterdrinker groeide op in naoorlogs Zandvoort als zoon van een hoteleigenaar. Ook hij bewaart mooie herinneringen aan de Grand Prix-weekeindes uit zijn jeugd. Als het vooroorlogse Zandvoort een soort Nederlandse versie van Saint-Tropez was geweest, werd het naoorlogse Zandvoort een soort Nederlandse versie van Le Mans.

Van de Amerikaanse coureur Richard Petty is deze beknopte geschiedenis van de autosport: ‘De eerste autorace werd gehouden op de dag dat de tweede auto werd gebouwd.’ En zodra er twee auto’s een wedstrijdje gingen doen, trokken die meer bekijks dan twee hardlopers. In 2019 stemden tv-kijkers 1,9 miljard keer af op races in de koningsklasse van de autosport, 21 Formule 1-wedstrijden in het laatste jaar voor corona trokken meer dan 4 miljoen betalende bezoekers.

Het is de combinatie van snelheid, lawaai en een opwindend gevoel van gevaar dat deze sport op toeschouwers overdraagt, zeggen ze. Ernest Hemingway wist dat alle sporten risicoloze spelletjes waren behalve bergbeklimmen, stierenvechten en autoracen: een sporter is geen sporter als die niet wat riskeert. Vijftig jaar na Hemingsways dood zijn twee van zijn drie ‘echte sporten’ controversieel geworden. Als de autosport in de toekomst ‘ecologisch verantwoord’ moet worden beoefend, verdwijnt dat oorverdovende lawaai dat diverse liefhebbers betoverend vinden. Voor Rick Hartgerink zal dat geen probleem zijn: voor hem is Formule 1 ‘de ultieme combinatie van sport en techniek’: elke tiende seconde telt in deze sport, technische innovatie zorgt ervoor dat een pitstop nu nog maar 1,7 seconden hoeft te duren.

Pitspoezen op de racebaan tijdens het auto- en motorsportevenement Marlboro Masters in Zandvoort, 2002. Beeld HH /  ANP
Pitspoezen op de racebaan tijdens het auto- en motorsportevenement Marlboro Masters in Zandvoort, 2002.Beeld HH / ANP

Meer regels

Blijdschap over Zandvoorts terugkeer in de koningsklasse der autosport gaat bij veel inwoners gepaard met zorgen over wat er sinds de laatste Grand Prix allemaal in de autosport is veranderd. Die Formule 1-wereld van nu is een heel andere dan die van 1985. Niet alleen is alles veel grootschaliger geworden, alles wordt óók veel strakker georganiseerd. Protocollen werden de afgelopen decennia alsmaar langer, en nu komen daar ook nog al die covidregels bij. Die eerste Grand Prix in 36 jaar, vrezen de nostalgici, die wordt minder gezellig, speels en spontaan dan de races van vroeger.

In het Zandvoorts Museum in de Swaluëstraat zie je een klein vissersdorpje veranderen in een prachtige badplaats, en vervolgens in een oord met veel lelijke gebouwen. (Pieter Waterdrinker: ‘Nederlands naoorlogs beleid om het karwei van de Duitsers af te maken.’) Mevrouw Irene van het Zandvoorts Museum komt oorspronkelijk uit Amsterdam en kwam naar Zandvoort voor haar zoon. Die is, in tegenstelling tot zijn moeder, helemaal Formule 1-gek. Dit jaar reisde hij al ver over de landsgrenzen om Max Verstappen te kunnen zien rijden. Hij komt in september letterlijk en figuurlijk thuis. Zijn moeder had, voor de Grand Prix van Nederland werd doorgeschoven, in het eerste weekeinde van september 2021 al een uitje buiten Zandvoort gepland. Dat komt, zegt zij eerlijk, nu wel heel mooi uit.

Meer over