In verdeeld Europa blijft de WEU een papieren tijger

Ook onder voorzitterschap van Frankrijk heeft de West-Europese Unie niet aan kracht mogen winnen. De 'gewapende arm' van de Europese Unie blijft voorlopig weinig anders dan een bekend Parijs gerecht - een pudding diplomate....

Van onze correspondent

PARIJS

Het toekomstige Verdrag van Amsterdam, dat in juni moet worden aangenomen, zou de Europese defensiepoot nieuw leven moeten inblazen. Dit verdrag zou van de WEU (opgericht in 1948) pas echt een instrument maken van Europese veiligheidspolitiek.

De liaison tussen de Europese Unie en de West-Europese Unie vormt het hoofdonderwerp van het ministeriële WEU-beraad vandaag in Parijs. Frankrijk pleit ervoor dat nu wordt vastgelegd op welke exacte datum de West-Europese Unie zou moeten fuseren met de Europese Unie.

De Britten blijven ook onder de nieuwe premier Blair mordicus tegen een fusie tussen EU en WEU. Voor Londen is en blijft de NAVO de echte veiligheidsgarantie voor Europa. Andere landen - waaronder Nederland - voelen er weinig voor om nu al te beslissen over de eenwording van de EU en de WEU. Zeker neutrale landen als Finland en Zweden voelen er niets voor om als EU-leden in een defensiepact te worden 'gedwongen'.

Frankrijk, Duitsland, België, Luxemburg, Spanje en Italië namen onlangs het initiatief om het verenigingsproces tussen beide organisaties sneller te laten verlopen. Zij vinden dat het eindelijk tijd wordt dat een Europese defensie 'niet langer theorie is, maar een reëel perspectief'.

De Europese frustraties over een gemeenschappelijke veiligheidspolitiek zitten diep, zeker sinds het falen van Europa in Bosnië-Herzegowina.

Nemen we het meest recen te voorbeeld: de chaos in Albanië. De Europese ministers van Buitenlandse Zaken bespraken eerder dit jaar in Apeldoorn een mogelijke interventie in dat land. Maar van een WEU- ingrijpen kwam niets.

Zaïre is nog zo'n voorbeeld van een tandeloze WEU. De rebellenleider Laurent-Désiré Kabila staat nu vrijwel voor de poorten van Kinshasa. In november 1996 was Zaïre het hoofdmenu op de WEU-ministersconferentie in Oostende. Besproken werd hoe de WEU zou kunnen ingrijpen in het Afrikaanse land. Vier opties lagen in de Belgische kustplaats ter tafel, alle beogend hoe de WEU tot 'nut' kon zijn. Sindsdien hebben we nimmer meer iets vernomen van deze vier opties noch van een eventuele 'multinationale vredesmacht voor Zaïre'.

In Oostende werd ook nog - op Franse instigatie - gesproken over militair ingrijpen in Rwanda, om ervoor te zorgen dat de humanitaire hulp gerealiseerd kon worden. Deze Europese missie werd eveneens afgeblazen.

Kan het straks - ná het Verdrag van Amsterdam - beter worden? In zekere zin wel. De Europese Unie krijgt in elk geval een eigen analyseteam voor de gemeenschappelijke buitenlandse en veiligheidspolitiek, waardoor de Unie sneller zou kunnen reageren op crises.

Bovendien is er een joint venture in de maak tussen de NAVO en de WEU. Voor sommige militaire operaties zou de WEU in de toekomst de nodige faciliteiten kunnen 'lenen' van de Atlantische alliantie. Het gaat om situaties waarin de Verenigde Staten geen behoefte hebben om militair actief te worden in het kader van het bondgenootschap.

De Europese Unie zou in deze gevallen de politieke verantwoordelijkheid moeten dragen. Zo zou een 'Europese defensie-identiteit' het licht zien in de NAVO. Frankrijk verwacht daar veel van. President Chirac heeft de Franse militaire herintrede in de alliantie ervan afhankelijk gemaakt.

Maar de WEU zal een pudding diplomate blijven zolang Europa onderling ernstig verdeeld blijft over haar eigen 'gewapende arm'.

Jos Klaassen

Meer over