In 't land van Montesquieu zwijgt 't volk

WAT VINDT de Franse publieke opinie eigenlijk van Chiracs beslissing om de kernproeven te hervatten?..

Staat de Franse regering niet onder sterke druk van de publieke opinie om zijn blauwhelmen terug te trekken uit Bosnië na al die vernederingen met gegijzelde, gewonde en gedode Franse soldaten?

De vragen zijn begrijpelijk vanuit een land als Nederland, waar de publieke opinie en het openbare debat een min of meer vaste plaats hebben met een zekere invloed binnen het democratische spel. Maar in Frankrijk ligt die zaak veel minder duidelijk. Zowel waar het de hervatting van de kernproeven als waar het de eventuele handhaving van de Franse VN-troepen in Bosnië betreft, lijkt het er nog het meest op dat er nauwelijks een publieke opinie bestaat.

Veel Fransen blijven eenvoudig ijskoud onder beide problemen. Voor hen hangt de presidentiële beslissing over de kernproeven onverbrekelijk samen met het bestaansrecht van het Franse atoomwapen, waarover een algemene consensus en zelfs een nationale trots bestaat.

Ook over Frankrijks militaire aanwezigheid in Bosnië lijkt het merendeel van het Franse publiek de beslissing eenvoudig in handen te laten van de president als hoogste macht. Over het sneuvelen of gewond raken van militairen geeft hier niemand een kik. Dat hoort gewoon bij het vak. Frankrijk heeft zeker geen antimilitairistische traditie.

Tegenstanders van het kernproevenbesluit en van Frankrijks Bosnië-beleid zijn er volgens de vele opiniepeilingen in het land wel degelijk. Maar het gaat grotendeels om lauwe tegenstand. Niemand is bereid er de straat voor op te gaan.

Meer in het algemeen is de diepgang en de invloed van het openbare debat in Frankrijk verre van constant. De opiniepeilingen, die de publieke mening moeten weergeven, maar ook de schandalen spelen alleen een grote rol in verkiezingstijd. Buiten de verkiezingsperioden hebben ze nauwelijks enige invloed. De zittende president Giscard d'Estaing had zijn nederlaag in 1981 tegenover François Mitterrand grotendeels te wijten aan het schandaal van de diamanten die hij van keizer Bokassa als geschenk zou hebben aanvaard.

Daarentegen hebben de schandalen geen enkel vat op een eenmaal gekozen staatshoofd. De vraag over een eventueel aftreden van Mitterrand is zelfs nooit aan de orde geweest bij de onthullingen over zijn duistere oorlogsjaren, over de illegale afluisterpraktijken op het Elysée-paleis, of bij de aanslag op de Rainbow Warrior in 1984.

Hoe belangrijk de opiniepeilingen en de straatprotesten zijn in de aanloop naar verkiezingen heeft de het lot van de arme premier Balladur in het afgelopen jaar daarentegen nog eens duidelijk gemaakt. Zijn presidentiële ambities zijn kapotgeslagen op de golfslag van de protesten tegen zijn beleid en de evenzovele intrekkingen van impopulaire kabinetsbeslissingen.

De massa-demonstraties en vooral de gewelddadige protestacties zijn de meest effectieve wapens van de Fransen, vooral buiten de verkiezingsperioden. De boze boeren en vissers hebben dat, net als de vrachtwagenchauffeurs in verleden, meer dan eens aangetoond. De Fransen zijn echter ook bereid de straat op te gaan voor onderwerpen waarbij ze niet direct in hun beurs worden getroffen. Zoals uit de demonstraties met honderdduizenden deelnemers voor de bescherming van de onafhankelijke openbare school maar ook voor het katholieke onderwijs is gebleken.

Frankrijks traditie van gewelddadige straatprotesten is zelfs een gevolg te noemen van de opvallend zwakke rol van de publieke opinie binnen de Franse democratie. Behalve in het stemlokaal bij lokale, nationale of presidentiële verkiezingen is er binnen het democratische spel in Frankrijk nauwelijks een plaats waar de mening van het volk een noemenswaardig gewicht krijgt.

Eenmaal voor zeven jaar gekozen, is de oppermachtige president aan niemand verantwoording schuldig. Aan zijn verkiezingsbeloften heeft nog geen enkel Frans staatshoofd zich gehouden. De regering biedt alleen enig tegenwicht in een periode van cohabitation, wanneer het kabinet rust op een kamermeerderheid van een andere politieke kleur dan de president.

Tegenover regering en president heeft de oppositie in het Franse parlement geen enkele concrete invloed. Maar ook de regeringsmeerderheid wordt nauwelijks naar haar mening gevraagd. Met als gevolg een gewichtloze parlementaire discussie, die zich beperkt tot een steriel debat waarbij links en rechts elkaar vanuit hun ideologische loopgraven beschieten.

In het land van de scheiding der machten van Montesquieu is daarnaast de rechterlijke macht, ondanks enkele dappere pogingen, nog lang niet onafhankelijk van de ministeries van Justitie en van Binnenlandse Zaken. Terwijl ook in de Franse pers de belangenverstrengeling een angstaanjagende omvang heeft aangenomen. Niet alleen bij het merendeel van de audiovisuele media, maar tevens bij een groot aantal dag- en weekbladen.

Met een publieke opinie die in feite maar af en toe kan opklinken in de stembus en bij incidentele gewelddadige straatprotesten, neemt Frankrijk een duidelijke uitzonderingspositie in vergeleken met andere grote Westerse democratiën als Duitsland, de Verenigde Saten of Groot-Brittannië.

Maar is er dan eigenlijk wel sprake van een werkelijke democratie in Frankrijk?

Tja!

Sjoerd Venema

Meer over