REPORTAGE

In Sinjar is het nu tijd voor wraak op IS-aanhang

De Koerden hebben IS een forse slag toegebracht met de herovering van de Iraakse stad Sinjar. Overlevenden van de IS-terreur likken hun wonden. Er worden massagraven ontdekt. En het is tijd voor wraak.

Rook boven de stad Sinjar in Irak. Koerdische- en yezidistrijders heroverden de stad afgelopen vrijdag op IS. Dat had Sinjar sinds zomer vorig jaar in handen. Beeld Sam Tarling
Rook boven de stad Sinjar in Irak. Koerdische- en yezidistrijders heroverden de stad afgelopen vrijdag op IS. Dat had Sinjar sinds zomer vorig jaar in handen.Beeld Sam Tarling

Terwijl Europa rouwt, vieren Koerdische strijders nabij de Iraaks-Syrische grens een forse overwinning op Islamitische Staat. De brandlucht van explosieven hangt nog tussen de met kogelgaten doorspekte muren in Sinjar. Langs de straten liggen uiteen gereten betonplaten tussen verwrongen karkassen van uitgebrande auto's, het dikke stalen koetswerk gescheurd alsof iemand een enorm blik sardientjes kapot heeft getrokken. Rook kringelt boven daken waar zonlicht door gebroken dakpannen valt en af en toe klinkt mitrailleurvuur in de verte. Maar de terroristen zijn weg, en de Koerden hebben goede zin.

Massagraven

Als je het hen vraagt, wordt Islamitische Staat (IS) in de verdediging gedrukt. Sinjar en omgeving is de regio waarvandaan Islamitische Staat in augustus vorig jaar duizenden mensen een berg opjaagde, probeerde om hen uit te moorden, en zo de VS bewoog tot de start van luchtbombardementen op de terreurbeweging. Hier begon de Amerikaanse en later Europese strijd tegen Islamitische Staat, en in plaatsjes zoals Sinjar zal die strijd moeten worden gewonnen.

Het islamitische Armageddon waarheen IS de wereld graag zou drijven, is hier al aangebroken; de burgerbevolking betaalt een torenhoge prijs voor IS' expansiedrift en voor de oorlog die erdoor ontvlamde. Aan de rand van Sinjar, in een zanderig bassin dat vroeger als viskwekerij diende, liggen een paar stukjes schedel naast een deel van een kaak, de kiezen er nog aan. Het zijn de botten die het dichtst bij de oppervlakte lagen, kleine hoopjes beenderen omringd door zwart haar. Misschien hebben de honden die opgegraven, de lichamen wat rondgesleept en aangevreten toen IS klaar was met zijn klus.

Volgens de Koerden die IS uit Sinjar verdreven, liggen onder een laag mos en zand de restanten van 78 vrouwen. Oude vrouwen, afkomstig uit de lokale yezidi-gemeenschap - ongelovigen dus. ' Ze weigerden zich te bekeren tot de islam', zegt Nassir Pasha (44), woordvoerder van de Iraaks-Koerdische regeringspartij KDP. 'En IS wil geen seks met oude vrouwen. Ze kunnen ze ook niet als slaven verkopen. Dus hebben ze hen doodgeschoten.' De jongere vrouwen werden naar slavenmarkten in Raqqa of Mosul gebracht. Eén van hen ontsnapte en leidde de Koerden zaterdag naar dit vermoedelijke massagraf. Het is niet het enige; zondag wordt de volgende ontdekt, dit keer met bijna zestig slachtoffers. Er zullen er meer volgen.

null Beeld
Beeld

De route naar het massagraf voert vanuit Sinjar over Snelweg 47, een stoffige tweebaans asfaltweg door de vlakten van Ninewa - en de werkelijke prijs van de slag om Sinjar. Hier is het hardste gevochten. Bulldozers met roestige staalplaten aan de ramen gelast, tegen boobytraps, graven door eindeloze brokken gewapend beton die van de gebombardeerde gebouwen zijn afgevlogen. Tussen de ruïnes van huizen liggen kinderkleren. Op de kruispunten staan pick-uptrucks met in de laadbak de Dushka, het door lokale strijders zo geliefde zware machinegeweer oorspronkelijk bedoeld als luchtafweergeschut.

Want zolang de Koerden Sinjar en de weg die er doorheen loopt, weten vast te houden, wordt het niks met het beoogde kalifaat van IS: Snelweg 47 verbindt het nabijgelegen Mosul via de Syrische grens met IS-bolwerk Raqqa, en was het afgelopen jaar een cruciale aanvoerroute voor Islamitische Staat. Nu een deel van de weg in handen is van de Koerden en hun Dushka's, bewaakt door Amerikaanse gevechtsvliegtuigen, wordt het voor IS aanzienlijk moeilijker om versterkingen naar Mosul aan te voeren als de aanval op die stad uiteindelijk begint. Er zijn zandwegen door de woestijn, maar zeker in de winter zijn die moeilijk bruikbaar. 'De aanvoerroute voor IS in Mosul is veranderd van 120 kilometer over asfalt naar 230 kilometer door de woestijn', zegt een peshmerga uit Sinjar met de nom de guerre Abu Masrour. 'Dat gaan ze merken.'

Zeker 7.500 Koerdische peshmergastrijders trokken vrijdagmiddag Sinjar binnen, na twee dagen van intensieve Westerse bombardementen op de plaats. De operatie kwam van twee fronten, met hulp van enkele duizenden vrijwilligers uit de yezidi-gemeenschap en luchtdekking van de VS. Maar tot ieders verbazing leverde IS nauwelijks strijd om de strategische plaats. Volgens een lokale leider van de peshmerga, de strijdkrachten van de autonome Koerdische regio in Irak, stierven honderd van de pakweg vierhonderd aanwezige IS-terroristen tijdens de aanval en bombardementen. De rest laadde hun dode makkers in de voertuigen en verdween in de woestijn; tegen een gecoördineerde aanval van zo'n overmacht konden ze kennelijk niet op.

Een Koerdische strijder hijst zijn nationale vlag omhoog in de stad Sinjar. Beeld anp
Een Koerdische strijder hijst zijn nationale vlag omhoog in de stad Sinjar.Beeld anp

Militaire balans

De militaire balans verandert en daarom zoekt IS nu naar manieren om de toenemende druk te verminderen, zegt de jonge yezidi-strijder Suleiman, terwijl hij op wacht staat in een plaatsje aan de voet van het Sinjargebergte. Gevraagd naar het succes van de strijd om Sinjar, ontstaan lachrimpels rond zijn ogen; ergens achter de bivakmuts vormt zich een brede grijs. Gevraagd naar de aanslagen in Parijs, verdwijnen de lachrimpels. 'Vreselijk', zegt hij - een heel vertoon van sympathie voor iemand die nogal wat op zijn eigen bordje heeft.

'IS realiseert zich dat ze hier militair niet kunnen winnen, dus vallen ze nu de landen aan die ons helpen', verklaart Suleiman, zijn duimen comfortabel in zijn gevechtsvest gehaakt, de strijd voor nu gestreden. 'Ze gaan van vechten over op bommen. Maar Europa zal ons blijven helpen; iedereen weet dat IS de meest verrotte organisatie op de wereld is. Wij zijn klaar voor het gevecht tegen IS, maar kunnen dat alleen met Europese steun voeren. Ik denk dat die zal toenemen; Europa weet nu dat IS niet alleen een probleem voor ons is, maar ook voor hen.'

null Beeld anp
Beeld anp

Islamitische Staat is niet het enige probleem dat de bevolking hier plaagt. Nu oude gezagsstructuren wegvallen en de strijd in deze regio religieuze en etnische lijnen begint te volgen, komen oude, zorgelijke reflexen boven. De bevolking van Sinjar was volgens bewoners voor de oorlog zo'n 80 duizend inwoners, ongeveer gelijk verdeeld tussen yezidi's en Arabische moslims. Toen IS de eerste groep verjaagde, is een deel van de tweede groep gebleven. De huizen van de gevluchte yezidi's zijn het afgelopen jaar leeggeroofd - door hun Arabische buren of door IS, voor de yezidi's is het allemaal een pot nat.

Nu is het tijd voor wraak. Een eindeloze rij pick-ups en doorgezakte stationwagons kruipt constant vanuit Sinjar het naastgelegen gebergte op. Op zaterdag waren ze beladen met wasmachines, vrieskisten, naaimachines en airconditionings. Op zondag was het kennelijk meubeldag, en hesen besnorde chauffeurs vooral banken en fauteuils de daken van hun oude Opels op. Soms hebben yezidi's hun eigen spulletjes teruggevonden, maar de meesten geven grif toe dat ze de huizen van hun Arabische buren hebben leeggehaald - of erger. 'Wie in Sinjar achterbleef, is met IS,' zegt een bezwete jongeman, terwijl achter hem een enorme zwarte rookwolk opstijgt uit het huis dat hij net in brand heeft gestoken. Het knettert als een enorme open haard. 'Zij halen onze huizen leeg, dus ik steek die van hen in de fik.'

null Beeld anp
Beeld anp

Vermoord

Eenmaal aangekomen op de hoogvlakten waar gevluchte yezidi's sinds vorig jaar augustus overleven in krakkemikkige hutten en tenten, wordt het moeilijk hen de verzameldrift aan te rekenen. De kleine, kwetsbare gemeenschap is de grote verliezer: vermoord, verkocht, of verjaagd door IS, genegeerd door de overheid in Bagdad die voor hen verantwoordelijk is, overgeleverd aan wat de Koerden ze willen toeschuiven. De terroristen van IS zijn weg uit Sinjar, maar hun huizen zijn opgeblazen en daarbij is terugkeer ook een kwestie van vertrouwen: wie zegt dat de peshmerga niet gewoon weer de benen nemen als IS straks opnieuw aanvalt?

'We vragen niets van jullie, geen geld en geen spullen', zegt de voormalige dagloner Faisal vanaf een modderig kleedje voor zijn tent. 'Het enige wat we nodig hebben, is veiligheid.' Een oude man vult van tussen zijn laatste twee tanden aan: 'Alleen de christenen van buiten kunnen ons nog helpen.' De jongere mannen glimlachen. 'Hij bedoelt Europa en Amerika.'

null Beeld anp
Beeld anp
Meer over