In Parijs begint Nederlands profvoetbal

Op het computerscherm speelt een filmpje. Kees Rijvers (26) krijgt op het kalende voetbalveld van het Parc des Princes in Parijs de bal aangespeeld. Achter het computerscherm, in een kamer met uitzicht op de Atlantische Oceaan, staat Kees Rijvers (84) op zijn voorvoet. Ogen op het scherm, de knieën licht gebogen, klaar om de bal voor te zetten.


Als het over voetbal gaat, beweegt de oud-international en oud-bondscoach soepel. Een uurtje eerder stond hij op van de tafel om een passeerbeweging van Bertus de Harder te demonstreren. Hij was De Harder, de stoel was de tegenstander, en uit de buurt van het televisiestel kreeg hij de imaginaire bal aangespeeld, die meteen aan zijn voet kleefde. Kees Rijvers/Bertus de Harder dolde de stoel volledig, en alleen de muur van de woonkamer weerhield hem ervan de actie een vervolg te geven.


Nu staat hij achter de computer, gebogen over zijn vrouw Annie, en kijkt voor het eerst sinds jaren naar de Polygoon-samenvatting van de Watersnoodwedstrijd, die iemand op YouTube heeft gezet. Kees Rijvers uit 1953 krijgt de bal - na wat nieuwslezer Philip Bloemendal 'een zeer gecompliceerde combinatie' noemt - en Kees Rijvers uit 2010 maakt een amper waarneembare heupbeweging. 'Nee', zegt hij dan. 'Heel goed raak ik hem niet.' Annie (81): 'Dat kon-ie veel beter, hoor!'


Haar lach giert door hun huis, dat ze in de jaren zeventig zelf hebben gebouwd. Op aanraden van een ploegmaat van St.-Etienne kochten ze hier, op de Ile d'Oleron, ongeveer 150 kilometer ten noorden van Bordeaux, een stuk grond en bouwden er een huis aan zee. Eigenlijk willen ze niet terug naar Nederland, maar binnenkort gaan ze toch. 'We zijn niet de jongsten meer, en als ons wat mankeert willen we Nederlandse hulp.'


Rijvers zegt er niet meer zo van te houden om over voetbal te praten. Dan begint hij te praten over voetbal. Vijf uur later zijn vele onderwerpen behandeld, bediscussieerd en geanalyseerd. Het tactische genie van de Hongaarse voetballer Nandor Hidegkuti. De opstellingen en tactiek van Ajax en Bayern München. De hinderlijke gewoonte van scheidsrechters om in de weg te lopen. De 12-1-overwinning van Spanje op Malta in de tijd dat Rijvers bondscoach was. De opstelling en tactiek van AZ en Feyenoord.


Ook heeft hij verteld over de Watersnoodwedstrijd, het duel dat de aanzet gaf tot de invoering van betaald voetbal in Nederland. Maar dat was blijkbaar mazzel, want naderhand beweert hij weer niet zo graag over voetbal te praten.


In februari 1953 had Theo Timmermans hem gebeld. Of hij eventueel wilde meespelen in een benefietwedstrijd met andere Nederlandse profs tegen het Franse elftal voor de slachtoffers van de watersnoodramp? Rijvers zei direct ja.


Timmermans en hij speelden in Frankrijk, omdat betaald voetbal in Nederland verboden was. De KNVB, en vooral voorzitter Karel Lotsy, was fel tegen professionalisme, dat indruiste tegen 'de zuivere sportgedachte' van het amateurisme. Wie toch naar het buitenland ging om betaald te worden, mocht niet meer voor het Nederlands elftal spelen.


Beb Bakhuys, die in 1937 koos voor Metz, gold alom als deserteur en landverrader. Na hem was geen prominente voetballer meer vertrokken. Toch overwogen velen de stap, in de moeilijke jaren na de oorlog.


Zo ook de jonge Kees Rijvers. Mogelijkheden waren er genoeg. De avond voor een interland klopte een man op de deur van zijn hotelkamer. In Duits, Engels en Frans legde hij uit dat hij de voorzitter van Stade Français was, en dat Rijvers in Parijs kon komen voetballen. Tenminste, Rijvers wist vrij zeker dat hij dat zei, want de voorzitter van Stade Français was stom- en stomdronken. 'En in Holland waarschuwde men toen: pas op voor het buitenland, je krijgt daar je geld niet.' Hij keek nog eens naar de dronken voorzitter van Stade Français. 'Niet doen, dacht ik, en ik bonjourde hem de kamer uit.'


Maar ja, ook dronken mensen hadden geld, en de ontmoeting zette Rijvers verder aan het denken. De verbittering van Kick Smit, de legendarische linksbinnen van Haarlem, versnelde dat proces. Smit had eind jaren dertig een aanbieding van Wolverhampton Wanderers afgewezen, en had daar spijt van gekregen. 'Smit liet me dat contract vaak zien. Hij had daar ontzettend veel geld kunnen verdienen.'


Op de plek waar Smits handtekening had moeten komen, was het papier leeg. 'Hij kreeg er telkens de bibbers van. Zo kwaad en verdrietig was hij. De KNVB had hem ervan overtuigd in Holland te blijven. Want dan zouden ze voor hem zorgen, met een baantje. Nou, daar kwam nooit wat van terecht.'


Maar toch, het buitenland, dat was ver weg. Het was al een hele stap zijn eigen club om geld te vragen. Voetballers kregen onderhands honderden guldens toegeschoven, ook bij zijn eigen club NAC - maar lange tijd had Rijvers daar geen weet van. Wel vroeg hij zich af hoe het toch kon dat zijn medespelers van die mooie kleren hadden, terwijl hij niet eens elke dag warm kon eten. Zelf kreeg hij een rijksdaalder, en dan alleen voor een uitwedstrijd.


Pas in september 1949, na wat recherchewerk, verzamelde hij de moed om de voorzitter om geld te vragen: 100 gulden per maand. En een nieuwe kachel voor thuis. 'Ik weet nog hoe verbaasd ik was dat hij meteen zei: goed.'


Enkele weken later stonden op een donderdagavond drie mannen naast het trainingsveld. Ze kwamen van de Franse club St.-Etienne, en wilden dat Rijvers bij hen zou komen voetballen. Ze deden bijzonder beleefd, hadden een aardig salaris voor hem in gedachte, en waren ook nog eens nuchter. Het was de kans op een makkelijker bestaan. 'Heel makkelijk was de keuze toen.' Rijvers kwam thuis en zei tegen zijn hoogzwangere vrouw Annie: 'We gaan naar St-Etienne.' En toen pakten ze de atlas, om uit te zoeken waar dat lag.


Drie jaar later, om precies te zijn op 11 maart 1953, zat Kees Rijvers (27) op zijn kamer in het chique Hotel Terminus in Parijs. Het was Theo Timmermans en Bram Appel gelukt de benefietwedstrijd te organiseren.


De KNVB wilde eerst geen toestemming geven, maar bondssecretaris Lo Brunt - die voor betaald voetbal was - had een slim advies. Stuur een telegram naar prins Bernhard, de voorzitter van het Rampenfonds. Als hij enthousiast is, kan de KNVB niet weigeren. Zo ging het, de wedstrijd zou op 12 maart plaatshebben. Wel had de KNVB bedongen dat de profs niet in het oranje mochten spelen, en dat het Wilhelmus niet diende te klinken.


Heel serieus nam Rijvers de wedstrijd niet. Dat veranderde toen hij de volgende ochtend de lobby van het hotel betrad. Het was er druk, met pers, voetbalbestuurders, vrienden, bekenden, en ook onbekenden. Het werd alsmaar drukker. 'Fans ja, het hotel liep vol. Daar was geen sprake meer van een bespreking, zo veel aandacht was er uit Holland. Ik had zoiets nooit gezien.'


Iedereen wilde met de spelers spreken, over voetbal. Over de wa- tersnoodramp ging het niet. Welk drama zich in de nacht van 31 januari op 1 februari had afgespeeld, besefte hij pas jaren later. 'Als voetballer stond ik ver van het maatschappelijk leven. Daar kom ik nog steeds achter, als ik documentaires zie uit die tijd. Dat is nieuw voor mij, denk ik dan.' Nee, in de lobby van Hotel Terminus ging het over voetbal. Vier dagen eerder had het officiële Oranje ook een benefietwedstrijd gespeeld, tegen Denemarken. Zoals vrijwel altijd verloor het Nederlands elftal, met 2-1. 'Dat was een armzalige vertoning geweest, kregen wij te horen. Ze wilden van ons echt voetbal zien.'


De uitgebreide tactische bespreking die Bram Appel in gedachten had, viel in het water. 'Het moest in een paar minuten, en werd daardoor simpel en krachtig. Het plan van Bram was om vooral niet te verliezen. De Fransen hadden een topteam, en wij waren maar een bijeengeraapt groepje. We hadden bijvoorbeeld geen echte verdedigers in de ploeg, dus op de twee backplaatsen moesten middenspelers staan, Arie de Vroet en Gerrie Vreken. Bram was spits, maar hij zou voor de zekerheid naast Cor van der Hart in de verdediging spelen. Ik was linksbinnen, maar moest rechtsbinnen staan.'


Annie Rijvers kijkt plots verbaasd op. 'O ja? Dan was het maar goed dat ik er niet bij was. Daar had ik geen genoegen mee genomen.' Haar schaterlach vult het huis weer, maar de blik van haar man verraadt dat Annie Rijvers meestal haar zin kreeg.


De massale opkomst uit Nederland maakte indruk op de spelers. Wat eerst een ontspannen potje voor het goede doel tegen ploeggenoten uit de Franse competitie zou zijn, werd een prestigestrijd. De 8000 overgekomen Nederlanders wilden zien dat Nederlanders wel degelijk konden voetballen. Dat zette wat druk op de zaak. 'De naam van Nederland stond op het spel', zei Arie de Vroet na de wedstrijd.


Die donderdagmiddag was de sfeer in het stadion groots. Het muziekkorps speelde ondanks het veto van de KNVB het Wilhelmus, dat luidkeels werd meegezongen, net als Hup Holland Hup. Rijvers: 'Er werd veel drukte gemaakt door de Hollanders. Dat was toen nieuw, in elk geval voor ons. Ze namen dat stadion over. We konden het niet geloven.' Vanaf de aftrap waren de Fransen beter. Kees Rijvers weet nog precies hoe Frankrijk op voorsprong kwam. 'Arie de Vroet passte op onze helft op De Harder. En Bertus. . .' Hij staat op, en wijst dan in de richting van de televisie. Vanuit daar komt de pass van Arie de Vroet. Rijvers neemt aan, en passeert de stoel, en doet alsof hij er met de bal vandoor gaat. 'Van de 100 keer dat hij het deed, lukte het 98 keer. Maar Gianesi tuinde er niet in, en gaf direct een goeie diepte- pass op Saunier. Die kapte Van der Hart uit, en maakte 1-0. Als Bertus nu had gespeeld, was hij meteen gewisseld.' Annie kijkt haar man bewonderend aan. 'Dat hij dat nog allemaal weet hè?'


De reddingen van Frans de Munck, en het vasthouden aan de defensieve speelwijze maakten dat de Fransen niet verder uitliepen. (Ik ben vooral blij, zei speler-coach Appel tegen De Telegraaf, dat de opdrachten die de spelers hebben gekregen, volledig zijn uitgevoerd). 'In de rust hebben Timmermans, De Vroet en ik gezegd: Bram, je moet mee naar voren.' Appel meldde zich vooral in punt van de aanval, zijn natuurlijke plek, naast Jan van Geen. Rijvers: 'Dat betekende dat ik een boulevard van vrijheid over rechts had, waar ik steeds in kon duiken. Zeker tegen René Gaulon. Die was goed, maar niet snel.'


Zoals in de 57ste minuut bleek. Rijvers passte op De Kubber, en liep rechts de diepte in. Gaulon, die de bal volgde, was hij kwijt. De Kubber passte in op spits Timmermans, die hem meteen naar Rijvers speelde - zoals Philip Bloemendal al zei, een gecompliceerde combinatie. De bedoeling van Rijvers was om Appel aan te spelen, maar hij raakte de bal slecht. Vlak voordat keeper Rumin- ski zich erop kon storten, zet De Harder de punt van zijn schoen ertegen: 1-1.


Het was sensationeel. Een gelegenheidselftal, zonder echte verdedigers, stond gelijk tegen het Frankrijk van Raymond Kopa en Roger Marche. Nu het tegen de verwachting een echte wedstrijd was geworden, wilde niemand het veld meer af.


De reserves Fred Röhrig en Wim van Lent bleven op de bank. 'Sneu, achteraf', zegt Rijvers. 'Maar niemand wilde het veld verlaten.'


In de 78ste minuut gebeurt het onvoorstelbare. De Kubber neemt een vrije trap, Timmermans zet voor, Appel scoort de 2-1. Vijftien zinderende minuten later stromen uitgelaten supporters het veld op, de radiocommentatoren zijn euforisch, en de Nederlandse huiskamers ook. Voor iedereen hoorbaar schreeuwt een fan in Parijs naar Abe Lenstra, die als amateur op de tribune zat: 'Abe, neem ze allemaal mee!'


Het was op papier een prachtige prestatie, dat een Nederlandse gelegenheidsploeg Frankrijk versloeg. Of de Fransen het helemaal serieus namen? Rijvers denkt toch vooral van niet, ook al gaf het Franse publiek de eigen ploeg een fluitconcert.


De Nederlandse pers relativeerde in elk geval niet en was eensgezind lyrisch. 'Historische overwinning', kopte De Telegraaf. Direct werd er ook beschouwd: profvoetbal is de toekomst. Alleen als spelers zich echt kunnen wijden aan het spel, worden ze beter. 'Maar of het gedenkwaardige resultaat zal kunnen leiden tot een koerswijziging van voetballeiders die zich tot dusver blind voor de werkelijkheid hebben getoond?', zo vroeg ir. Ad van Emmenes zich af in Sportief. 'Wij moeten het, eerlijk gezegd, betwijfelen.'


Het officiële Nederlands elftal hielp echter een handje. Een week na de wedstrijd zou het weer eens verliezen van een matige tegenstander - Zwitserland won in De Kuip met 2-1. De technische commissie van de KNVB, zo schreef De Telegraaf daags erop, 'is niet te benijden'. Ook de overige drie interlands dat jaar gaan verloren, en steeds wordt 'de Watersnoodwedstrijd' aangehaald in de verslagen. Als profs mochten meedoen, zou Nederland niet het lachertje van Europa te zijn. Het gaat dan vrij snel. In augustus 1954 stemt de KNVB in met het opzetten van een betaald voetbal competitie. Voor veel spelers voelde het als een bevrijding. Ze keerden direct terug naar Nederland.


Zo niet Rijvers. Hij had het naar zijn zin in Frankrijk, en had zelfs op het punt gestaan zich te naturaliseren, zodat hij voor het Franse elftal kon uitkomen. Pas in 1957 kwam hij terug naar Nederland, bij Feyenoord.


De inmiddels mondiger Rijvers trof daar een semi-professionele club aan. 'Spelers als Moulijn, Kerkum, Schouten, Veldhoen, ze kregen amper betaald. Ik vond dat verkeerd, en zei daar wat van. Voorzitter Kieboom luisterde wel, uiteindelijk. Later kwamen spelers als Pieters Graafland, Kreyermaat en Klaassens erbij, en ging het niveau omhoog.'


Maar toen had hij zijn woord alweer gegeven aan St.-Etienne. 'Al in het eerste jaar wilde ik weg, en St.-Etienne wilde me weer hebben. Dat kon niet. Bel maar als het wel kan, zeiden ze. Nou, dat deed ik meteen. Niets ten nadele van Feyenoord, ik ben daar later altijd geweldig behandeld. Maar toen ging het niet. Ik wilde bovenal op het hoogst mogelijke niveau spelen, dat was ik gewend geraakt. Ik was prof.'


Meer over